Introductie
Uitgangspunt: een historisch-antropologische benadering van groepsculturen in Nederland in de periode 1500-1850.
Het onderzoek is gebaseerd op kwalitatieve bronnen, nadruk op kleine gemeenschappen.
Inleiding: Historische antropologie
Begrippen en disciplines
Noodzaak van jargon. Hermeneutiek afhankelijk van de culture context van de lezer.
Cultuur als een proces van toeëigening.
Toeëigening is het proces van receptie, van ontvangst van betekenissen en waarden, waarbij de ontvanger niet passief blijft maar de ontvangen betekenissen in zijn culturele code (of de groepscode) integreert en operationeel maakt.
De historische antropologie heeft geen eigen methode maar maakt gebruik van de methodologie van beide wetenschappen.
Attenderen, analyseren, verklaren
De historische psychologie. Emoties en gedachten zijn niet altijd constant geweest.
Discussie: de moederliefde als historische invariant.
De neurofysiologische werkelijkheid op zichzelf wordt niet ontkent, maar de historicus komt tot het inzicht dat de mate waarin de mens bereid is zulke emoties tot uiting te brengen een functie is van de maatschappelijke attitudes en standaarden die specifieke maatschappelijke groepen of de samenleving in haar geheel zich eigen hebben gemaakt.
De ontwikkeling van de rouw door de eeuwen heen.
Grensverkeer met andere wetenschappen verrijkt de historische analyse met nieuwe dimensies.
Het verleden is niet rechtstreeks kenbaar, laat staan de psychologische huishouding van de mensen van vroeger.
In de historische antropologie neigen zowel de historicus zowel als de antropoloog tot eclecticisme.
Een historisch-antropologisch perspectief
Geschiedenis à grootschalige analyses (b.v.
staatvorming)
Psychologie à individuele of groepsanalyses
Het gesprek tussen de culturele antropologie en de geschiedenis, wetenschappelijk grensverkeer tussen historici en antropologen.
De culturele antropologie vormt voor de historici niet alleen een wetenschappelijk aandachtsveld, maar biedt hun ook nieuwe methoden om met cultuur in het verleden om te gaan.
De vervanging van het 19e eeuwse evolutionisme (The golden Bough) en de opkomst van het structuralisme en het functionalisme in de 20e eeuw hebben de idee van culturele systemen ingang doen vinden.
Symbolische antropologie
Thick description à Clifford Geertz.
De herontdekking van het symbolisch interactionisme door de cultuurgeschiedenis
in het voorbije decennium, in het bijzonder de gedragstheorieën van Erving
Goffmann. Front stage en back stage.
Goede Thick description veronderstelt een intieme kennis van de context.
Cultuur
Parameters van belang voor historisch-antropologisch onderzoek: ruimte en tijd.
Definities van cultuur:
Johannes Fabian
Cultuur, zoals gedefinieerd in de culturele antropologie, staat gewoonlijk dus
niet voor een proces, maar voor een toestand. Antropologisch onderzoek beschrijft
veelal hoe iets is if geweest is, maar niet hoe het wordt.
P.J. Bouman
Cultuur als levensstijl van een samenleving. De levensstijl is een complex
van stoffelijke en onstoffelijke factoren, een erfgoed. Cultuur als een spanningsveld
van waarden en normen.
Al snel wordt de cultuurgeschiedenis tot een statische beschrijving van een situatie uit het verleden. Een meer dynamisch cultuurbegrip is gewenst. Twee begrippen: toeëigening en transformatie. Wanneer cultuurvormen van (een lid van) de ene groep op (een lid van) de andere groep worden overgedragen, kan de receptie, de assimilatie of de toeëigening daarvan niet succesvol verlopen zonder een transformatie van het betekenispatroon, waardoor ze voor de ontvangende groep, die haar eigen veld van betekenissen gebruikt, acceptabel, dat wil zeggen bruikbaar en operationeel worden gemaakt. Bouman heeft zich verzet tegen de het normatieve cultuurbegrip waarin alleen de hoge cultuur beschouwd wordt.
Edward B. Tylor
that complex whole which includes knowledge, belief, art, morals, law, custom
and any other capabilities and habits acquired by man as a member of society.
Peter Burke
Culture is a system of shared meanings, attitudes and values, and the symbolic
forms (performances, artifacts) in which they are expressed or embodied. Het
antropologische cultuurbegrip tegenover het normatieve of esthetiserende.
G.D. Martin
socio-culture versus value-culture.
Piere Bourdieu
Laat zien dat de esthetische waardering van hooggeschatte cultuurgoederen (value-culture)
niet langs wezenlijk andere wegen tot stand komt dan die van lage cultuur.
In die optiek is hoge cultuur de resultante van een in wezen sociale operatie. Value-culture is dan niet meer dan een subcategorie van de socio-culture. Martin voegt stelt daartegenover dat alleen value-culture persoonlijke waarde en inspiratievermogen bezit, mits ze van alle klasse-aspect wordt ontdaan en mits wordt erkend dat de culturele ervaringshorizon van elke sociale groep kan worden verbreed door esthetische waarden die de afzonderlijke groepsleden in staat stellen de onpersoonlijke en verlammende categorieën van hun socio-culture te boven te gaan. Nieuwe opvattingen van volkscultuur: het volk in zijn geheel. De nadruk ligt op de socio-culture.
Robert Muchembled
Relatie tussen elitecultuur en volkscultuur. De ontvanger kan aan een cultuuruiting
een geheel andere betekenis hechten dan de zender bedoelt. (Hermeneutiek) Het
proces van betekenisgeving verloopt hetzelfde bij de elite als bij het volk.
Subcultuur en tegencultuur
Een subcultuur is een culturele variant zoals vormgegeven door een segment van de globale samenleving. Vormt in zichzelf een relatief samenhangend cultureel systeem dat bewust afwijkende normen van de globale cultuur hanteert. Bij een tegencultuur is welbewust sprake van een conflict met de globale cultuur.
Cultuurgeschiedenis en culturele antropologie
Darntons definitie van cultuur: een door de geschiedenis heen doorgegeven patroon van betekenissen die belichaamd worden door symbolen. De antropoloog zoekt naar patronen met een historische diepte. De historicus probeert de veranderingen van die patronen weer te geven.
Historisch-antropologisch onderzoek onderscheidt zich op de eerste plaats door het kwalitatieve karakter ervan, tegenover het kwantitavisme dat sociaal-historisch onderzoek nog in een nabij verleden gekenmerkt heeft. Op de tweede plaats door de nadruk op kleine groepen en ten derde de interpretatie van de sociale interactie in termen van eigen normen. Ten vierde de aandacht voor het ritueel en symbolisch karakter van de algemeen gedeelde cultuur van alledag.
Culturele antropologie is een inspiratiebron voor historisch onderzoek.
Clifford Geertz: "Antropologists dont study villages [], they study in villages."
De Noordnederlandse samenleving
De cursus gaat over de Noordnederlandse samenleving in de vroegmoderne tijd, met inbegrip van de generaliteitslanden:
Generaliteitslanden: door de Republiek de Verenigde Nederlanden veroverde gebieden, sedert 1648 aangeduid met de naam Staats Brabant, Staats Limburg en Staats Vlaanderen, waarbij in 1713 ook nog kwam Opper Gelder. Zij werden door de Staten Generaal bestuurd en waren achtergestelde gebieden, omdat de overmatige hoge belastingen de ontwikkeling van de nijverheid belemmerden.
Een van de belangrijkste kenmerken van de samenleving ten tijde van de Republiek was haar gesegmenteerde karakter. De R. vormde een plurale samenleving vol autonome groepen met eigen groeps- en subculturen. Ongehoorde emigratie van Zuidnederlanders, joden, Engelsen, Duitsers etc. Opwaartse druk van z.g. stijgende groepen à meer macht voor de (welgestelde) burgerij. Migratie, religieus pluralisme en maatschappelijke transformatie zorgden voor een samenleving met een voor die tijd extreem open karakter.
In de noordelijke Nederlanden was de openbare kerk niet zo machtig als elders en moest meer rekening houden met concurrerende instanties.
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Peter Prevos (1997)