Typen van toverij
Willem de Blécourt
Inleiding
Bij de bestudering van toverij gaat het hoofdzakelijk om beelden, om opvattingen, voorstellingen, interpretaties en de daaruit voortvloeiende handelingen. Die beelden hebben geen eenduidig, absoluut karakter. De werkelijkheid van tovernarij kan voor verschillende personen in verschillende situaties anders zijn.
Huidige (populaire) beelden van de heks in Nederland
De sprookjesheks
Het stereotype van de heks: een veelal alleen levende vrouw die grote kennis bezit van geneeskrachtige kruiden.
Hans en Grietje: "Heksen hebben rode ogen en kunnen niet ver zien, maar zij hebben een fijne neus net als de dieren en zij merken het als er mensen aankomen." Deze vergelijking van de heks met een dier veronderstelt een tegenstelling tussen natuur en cultuur.
De sprookjesheks zoals wij die nu kennen, is waarschijnlijk nog niet zo oud.
Het betreft voornamelijk een literaire en voor een heel belangrijk deel pedagogische traditie, zeker in het geval van de Kinder- und Hausmärchen van de gebroeders Grimm.
De sage-heks
In grote lijnen zijn sagen te omschrijven als voornamelijk mondelinge verhalen of mededelingen over herinneringen aan gebeurtenissen in een meestal niet zo ver terug liggend verleden.
Zodra een sage een absoluut ongeloofwaardig verhaal begint te worden, verdwijnt zij, of, doordat toon, stijl en reacties beginnen te veranderen en het vertellen ervan ook meestal humoristische trekken begint te krijgen, glijdt zij over naar andere genres: het sprookje, de anekdote of het leugenverhaal bijvoorbeeld.
De sage-heks woont niet in bossen, heeft weinig belangstelling voor de plaatselijke flora en betovert meestal met vrij normale middelen als aanraken en kijken. In sagen richten heksen schade aan onder mensen en dieren, alsmede producten en gewassen.
Slechts een enkele keer wordt op een relatie met de duivel gewezen. Over het algemeen zijn ze oud, onaantrekkelijk en arm.
In 1962 vertelde een katholieke dagloner uit Soest over zijn herinneringen aan Kreupele Gartje. Deze vrouw stond bekend als een heks, ze kon toveren.
Anders dan in sprookjes gaat het hier om concrete mensen en concrete gebeurtenissen.
De wetenschappelijke heks
De germanist en volkskundige De Vries: toverij is een bijgeloof dat in het duister naast het in de kerken verkondigde geloof is blijven voortwoekeren.
De sociale afstand van de intellectuelen tot hun tijdgenoten die in termen van toverij dachten en handelen werd uitgedrukt in tijd; alleen op die manier kon het bijgeloof zowel een voorwerp van vermaak als van bestrijding vormen.
In de 19e en begin 20e eeuw was het in wetenschappelijke kringen gebruikelijk de geschiedenis van toverij zo vroeg mogelijk te laten beginnen.
Jurist Pan schreef een opstel over weerwolven.
De historische ontwikkeling zou van animisme via veelgodendom naar monotheïsme lopen. In dit systeem hebben heksen een animistische oorsprong.
Hoewel de voorstelling van de heks als priesteres (of priester) als typerend is te beschouwen voor opvattingen onder negentiende-eeuwse intellectuelen werd zij niet door iedereen gedragen.
Het beeld van de heks-priesteres ondervond hier onder meer onder invloed van de fascistische ideologie in de jaren dertig en veertig een opleving.
De hedendaagse heks
Egyptologe Margret Murray betoogd dat heksen een continue traditie vertegenwoordigen, die van voorchristelijke tijden tot vandaag zou bestaan.
Tegenwoordige Nederlandse heksen houden wel degelijk sabbats.
Het beeld van het verleden dat ze hanteren is niet meer dan een projectie.
behalve vroedvrouw en kruidenvrouw was de heks arts, psychologe, psychiater, wijkzuster, biechtmoeder en sociaal werkster in één, en bekleedde daarnaast vaak een belangrijke rol in het religieuze leven van het dorp. Aldus een Wicca hogepriester.
beide opvattingen zijn niet meer dan gepopulariseerde versies van een inmiddels achterhaalde wetenschappelijke interpretatie.
Onderzoeksmethoden, benaderingen en bronnen
Antropologische invloeden
De term heks, in de vroege 15e eeuw nog een Zwitsers dialect-woord, had er een paar eeuwen voor nodig om de Rijn af te zakken en in het Nederlands ingeburgerd te worden. Hier was het woord toveres of tovenaar meer in gebruik.
Toverij was een van de eerste studieonderwerpen waarbij antropologische benaderingen werden toegepast op westers historisch onderzoek.
Toverij als communicatievorm
Het nooit geheel op te heffen probleem is dat begrip van het onbekende ten dele pas mogelijk wordt door middel van een vertaling in wel bekende begrippen. Zolang interpretatiekaders een gesloten, zichzelf bevestigend systeem vormen - wat met namen het geval is wanneer voorstellingen over (delen van) het verleden slechts hedendaagse doelen dienen - is dit probleem onoplosbaar.
Toverij dient beschouwd te worden als een vorm van communicatie. Toverij is bovendien alleen te kennen in deze concrete uitdrukkingsvormen, eventuele psychische krachten zijn alleen indirect als meerduidige effecten voor de betrokkenen te bestuderen.
De belangrijkste vraag in de historische antropologie is die naar de inheemse betekenissen van een verschijnsel en naar de veranderingen daarin.
Uiteindelijk gaat het om de bestudering van de verhoudingen tussen verschillende betekenissen.
ethnography of communication Een instrumentarium ontworpen door antropologen.
Concrete gebeurtenissen vormen het uitgangspunt van de analyse. linguïstisch gezien ligt de focus op de speech act en niet meer op de meer abstracte linguistic code, op taalgebruik in een specifieke situatie in plaats van op het taalsysteem zelf.
Vorm Verschillende woordvormen zoals toveres of weerwolf
Betrokkenen betichters, de betichten en de specialisten
Omstandigheden de plaats waar de betovering werd uitgesproken, uitgevoerd
Doelstelling vaak minder duidelijk
Effect de betovering, onttovering
Normen gewenst en ongewenst gedrag
Genre inheemse categoriseringen
Betekenissen van toverijbetichtingen zijn pas te achterhalen wanneer onder meer gevraagd wordt wie in welke omstandigheden wie val welke vorm van toverij betichte.
Bronnen
De ethnography of communication attendeert op de verschillen tussen historische communi-
catievormen en de vormen waarin zij zijn overgeleverd.
Drie stadia in het overleveringsproces: Bij ieder overgang treedt er vervorming t.o.v. de eerste gebeurtenis op, gaat er informatie verloren en worden er interpretaties toegevoegd. In omgekeerde volgorde zijn de stadia ruwweg te benoemen als: de huidige beeldvorming, de interpretaties die in de loop der tijd opgeld deden en de oorspronkelijke gebeurtenissen zelf.
De belangrijkste schriftelijke bronnen zijn de wereldlijke of canonieke rechtszaken.
Frijhof: "het cultureel oppositiemodel (rechter versus heks) moet vervangen worden door een meer genuanceerd circulatiemodel, dat interferentie van beide voorstellingswerelden aanvaardt en de mogelijkheid van een eigenstandige magische belevingswereld serieus neemt".
Zestiende- en zeventiende-eeuwse typen van toverij in de Noordelijke Nederlanden
De demonologische toveres
Er ontstond een amalgaam aan voorstellingen dat elementen van toenmalige kerkelijke opvattingen over ketterij en ideeën en praktijken betreffende betoveringen en onttoveringen die onder de brede lagen van de bevolking bekend waren, in zich verenigde. Een voor deze tijd nieuwe synthese.
Belangrijkste kenmerk, de sabbat. De misdaad toveren werd tot een geloofsverval.
De spreiding van de demonologische interpretatie van toverij vanuit Zwitserland over de rest van de westerse wereld was dan ook niet alleen afhankelijk van kerkelijke communicatie- kanalen, maar ook van zowel de manifestatie van lokale toverijvoorstellingen als de juridische mogelijkheden om die te vertalen in demonologische termen.
Criminele processen wegens toverij in de Republiek deden zich meestal voor in temporele clusters, waarvan de eerste duidelijk buitenlandse invloeden hebben ondergaan.
De verspreiding van dit concept van het duivelspact kon slechts plaatsvinden onder voorwaarde dat op de expertise van de gespecialiseerde beulen kon worden gedaan omdat deze confessies effectief konden afdwingen.
Opvattingen over rituele samenkomst van toveressen zijn in de Noordelijke Nederlanden nauwelijks aangetroffen. Noordnederlandse sabbats hadden een vrij sober en bovendien uitermate lokaal karakter. het betreft hoofdzakelijk een dans in de nabijheid van de woonplaats der toveressen.
Deze t.o.v. het in demonologische traktaten beschrevene, tamelijk gematigde variant van de sabbat vormt een aanwijzing dat zelfs tijdens de tortuur geleerde en populaire voorstellingen in elkaar konden overlopen.
Denunciaties: aan het vragen naar medeplichtigen tijdens het onderzoek in criminele processen.
plaatselijke machthebbers kunnen de dubbele, politieke en economische bedreiging van hun bestaan hebben vorm gegeven in het sabbatconcept, dat hun zowel de mogelijkheid bood hun eigen rechtsmacht te benadrukken als de groep te bestraffen die in hun ogen voor de rampen verantwoordelijk waren.
nadat in de jaren rond 1600 een eind was gemaakt aan de criminele processen tegen hen die van schade veroorzakende toverij en duivelsverbond verdacht waren, viel de overkoepelende, demonologische voorstelling van toverij uiteen.
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland.
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Peter Prevos (1997)