HARTSTOCHT VOOR DE FILM

1. FILMCULTUUR

Film is een onderdeel van onze cultuur:
- sociaal
- economisch
- kunst

Gezonde filmcultuur:
- grote gevarieerde filmproductie
- wijd vertakte en frequente filmvertoning
- omvangrijk filmpubliek

1.1. Waarneming van film

De indruk van beweging in een film berust op twee eigenaardigheden van de menselijke waarneming:
- "traagheid van het menselijk oog"
- phi-fenomeen

Voor een ononderbroken lichtbundel zijn ca. 50 lichtflitsen per seconde nodig. Bij minder gaat het beeld "flikkeren".

Gestaltpsychologie: de menselijke waarneming is ingesteld op het reflexmatig aanvullen van een onvolledig geheel.

- cognitieve contouren (vb. het zelf aanvullen van missende lijnen)
- freeze-frame (stilstaand beeld)


1.2. de filmzaal

Afzondering van de buitenwereld, dus aandacht volle 100%.

Toch mogelijke storingsfactoren:
- kopie film is beschadigd
- projectielenzen niet perfect
- geluiden van buitenaf of medetoeschouwers

In het algemeen daalt het bioscoopbezoek, maar breken steeds weer films bezoekrecords: steeds minder films trekken steeds meer bezoekers


1.3 Televisie

1986 - 69 % ziet films op tv
22 % huurt films in videotheek
8 % ziet films in bioscoop

Voordelen TV voor moderne kijker:
- uitzendingen en uitzendtijd zijn op elkaar afgestemd
- de draad valt altijd gemakkelijk op te pakken
- doorzichtig stramien van programmas: korte dialogen

Al met al is de bioscoop niet meer het einddoel van een film, maar slechts een tussenstation.


1.4. Video

Verschillen beeld TV en film:
- TV heeft minder definitie, details zijn minder scherp
- andere beeldverhouding dan het widescreenfilmbeeld
- Verschil cinefiel (nagenieten) en hystericus (zwelgen in sentiment tijdens filmvertoning)


2. FILMKUNST

2.1. Autonome filmkunst

Filmkunst is niet gelijk aan kunstfilm.

Film is een creatieve interpretatie van het menselijk leven in al zijn facetten: visueel, narratief, theatraal, auditief, choreografisch, architectonisch.

De eerste films waren een imitatie van theater.

Film wordt nu algemeen beschouwd als autonome kunstvorm, al kan er wel dwang van buitenaf opgelegd worden:
kosten moeten terugverdiend worden
overheid beoefent soms politieke censuur of zedenkeuring

Filmkunst bevat elementen uit andere kunstvormen, maar voegt daar tegelijkertijd iets nieuws aan toe.


2.2. Esthetische begrippen

A-films/B-films
minor classics
film noir
cultfilm (kleine, zeer fanatieke schare bewonderaars)

Gone with the Wind en Casablanca zijn geen cultfilms, maar regelrechte filmklassiekers

campfilm (bewust genieten van alles wat men normaal ver-werpt -> zwelgen in filmkitsch
kitsch -> pervertering van de filmkunst, zoals camp bij de filmkijker

 

3. FILMKUNDE

Begrippen als genre, oeuvre en stroming dienen om het onderzoeksterrein van de filmwetenschap te definiëren en te classificeren.

Taxonomie: d.m.v. sorteren van gemeenschappelijke kenmerken een ordening aanbrengen die een zekere objectieve status heeft.


3.1. twee sub-disciplines

Filmgeschiedschrijving en filmtheorie staan haaks op elkaar.

In de eerste behandelt een filmhistoricus films volgens een chronologische volgorde, in de tweede bekijken ze films op zich, als manifestaties van de filmkunst..


| Menu | Filmkunde | Volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

Evelyn Ligtenberg (1999)