Ontdekking van eer als moreel fenomeen
Eer als centraal element in de klassieke cultuur: Homerus, Sophocles, Plato
Besproken worden de Ilias van Homerus, de Antigone van Sophocles en het Symposium van Plato.
Homerus was de dichter voor het oude Griekenland. In zijn Ilias beschrijft hij een ruzie tussen Agamemnon en Achilles. Inzet van de ruzie is Chryseïs, de dochter van een priester van Apollo die door Agamemnon geroofd was. Om de wraak van Apollo te voorkomen, moet Agamemnon Chryseïs teruggeven aan haar vader, maar neemt daarvoor in de plaats Briseïs, die aan Achilles is toegewezen. De oude Nestor probeert in het conflict te bemiddelen. Agamemnon beroept zich op de eer dat hij hoger in de sociale hiërarchie staat. Achilles bestrijdt dit, want of hij nu een lafaard is of een held, de dood komt voor allebei ongenood. Agamemnon vermoedde echter dat Achilles uit was op macht.
Sophocles (496-406 voor Chr.) was een van de voornaamste tragediedichters, die thuishoorde rond de godheid Dionysos. In de Antigone beschrijft een koorlied de wankele doch ontzaglijke positie van de mens in de kosmos. In de strijd om Thebe hebben de zonen van Oedipus en broers van Antigone, Eteocles en Polyneices, elkaar gedood. Creon, de opvolger van Eteocles, verbood dat het lichaam van Polyneices begraven zou worden, zijn lijk moet onteerd worden door de aasetende dieren. Creon stelt hier staatszaken boven familiezaken, want Antigone is de verloofde van zijn zoon. Toch overtreedt Antigone het gebod van Creon, zij beroept zich op het gezag van de goden. Omdat zij haar broer de laatste eer wilde betonen, veroordeeld Creon haar tot een gruwelijke straf: hij laat haar levend begraven, maar wel met genoeg voedsel zodat hem geen blaam kan treffen. Als de ziener Teresias aan Creon mededeelt dat zijn minachting voor de goden van de onderwereld hem fataal zal worden, besluit hij het vonnis te herroepen. Maar het is te laat.
In Platos Symposium spreekt Socrates met Diotima. Diotima is ervan overtuigd dat de eros een demonisch wezen is dat tussen de goden en de mensen verkeert. De eros is het verlangen naar het schone of het goede. Diotima verteld Socrates dat het streven van de mens naar de onsterfelijkheid is. Socrates is sceptisch, waarop Diotima de zucht naar eer aanhaalt als manifestatie van het verlangen naar onsterfelijkheid. Menselijke wezens trachtten hun kwetsbaarheid te boven te komen door te streven naar hogere ontwikkeling, naar wat schoon is en de moeite waard. Hierdoor zal een sterfelijk wezen iets van zichzelf achterlaten wat voortleeft in de aandacht van anderen.
Eer speelde een cruciale rol in de Griekse samenleving. De manier waarop iemand zich in een samenleving manifesteert is verbonden met zijn of haar loyaliteit aan die gemeenschap. Antigone was niet loyaal, zij ging tegen het bevel van Creon in om haar broer te begraven. Het epos of de tragedie verwijzen naar de mensen in een gemeenschap en de problematiek rondom hun positie in die gemeenschap.
Eer in de moderne cultuur
Eer, waardigheid en erkenning: Berger en Ricoeur
De hedendaagse Franse filosoof Ricoeur verbindt eer met gelding en erkenning die voor het bestaan onmisbaar zijn. Mensen neigen vaak naar hebzucht, heerszucht en eerzucht. Ricoeur breidt deze uit naar drie maatschappelijke sferen: de economische orde van het bezit, de culturele orde van de gelding en de politieke orde van de macht. Ricoeur stelt dat verlangen naar, genieten van en verlenen van eer heeft betekenis in de zin van het verlenen van eer aan anderen. Ricoeur stelt dat eer best wel in verband gebracht mag worden met bezit en macht. Eerzucht legt hij uit als het streven naar erkenning en waardering door anderen. Deze eigenwaarde, merkt Ricoeur op, is wel een kwetsbare, ijdelheid, aanmatiging en jaloezie kunnen het gevolg zijn. Volgens Ricoeur is de literatuur een waar beeld in de strijd om erkenning.
Eer als transcendentie
Eer en erkenning in de moderne literatuur: Reve en Dostojewski
Reve: Oud en eenzaam
Reve schetst een menselijke positie die doet denken aan Dostojewski, de vernederden die in hun diepste dal nog prat gaan op hun voorname afkomst. Reve maakt gebruik van de bestaande betekenisfiguur, waardoor de levensgeschiedenis van zijn grootvader wordt ingeschreven in een al bestaande literaire traditie. Keerpunt in het verhaal is als de soldaten de boompjes omkappen tot grote woede van de grootvader. Nu doen wij wat wij willen! Er bestaat geen god.
Eer en cultuur bij wijze van conclusie
De eer is samen te vatten in een vorm van eerste eer en laatste eer. De eerste eer is de eer die iemand geboden wordt om hem of haar een mogelijkheid te bieden op een zinvol leven. Het betreft de eer van de ouder t.o.v. het kind, van de reeds ingezetene tegenover de nieuwkomer. De nieuwkomer moet de cultuur accepteren en omarmen. Aanspraken hierop worden uitgedrukt in de mensenrechten. De cultuur of gemeenschap moet de mogelijkheid kennen om de vreemde toe te laten.
De laatste eer is datgene doen wat iemand niet meer zelf kan doen. De betekenis van het leven houdt niet op bij het eigen leven. De eerbied voor de doden, het postuum toekennen van eer en mogelijkheden tot rehabilitatie geven aan dat mensen de betekenis van hun leven niet in de eerste plaats in eigen hand hebben.
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Wilmar Taal (2001)