INTEGRATIE
Filosofen zoeken in de ethiek naar een verantwoording van een bepaalde
handelwijze t.o.v. medemensen.
Belangrijke vooronderstellingen in de ethiek zijn vrijheid, verantwoordelijkheid
en openheid voor rationele argumenten. Ethiek is diep geworteld in ons bestaan
en impliceert theorievorming waarbij logica en consistentie worden vereist.
Ethiek is pedagogisch: van jongs af aan wordt ons geleerd wat mag en
wat niet mag. Iedereen heeft al een implicatie van rechtvaardigheid, juistheid
en eerbaarheid. Ethici gebruiken deze voorkennis en gaan bij hun analysen impliciet/expliciet
uit van deze morele opvattingen. Ethici herhalen echter niet klakkeloos wat
voorgeschreven is: nieuwe inzichten liggen in onze cultuur besloten.
Ethische stellingname sluit niet alleen aan bij onze in de praktijk gegroeide noties, maar functioneert binnen allerlei maatschappelijke kaders.
Traditie
Vanaf de Griekse oudheid houden filosofen zich bezig met vragen over deugdzaamheid en rechtvaardigheid. Om bepaalde problemen te verhelderen grijpen filosofen terug op de traditie. Zij openen een dialoog met de traditie waarin eigen standpunten worden geconfronteerd met die van anderen. Hierdoor komen cultuurverschillen aan het licht: het wereldbeeld van Aristoteles is wezenlijk anders als dat van ons. Toch is Aristoteles nog steeds actueel: veel ethici gaan nog steeds de dialoog met hem aan. Ethiek is niet alleen een beschrijving maar ook een commentaar en evaluatie van vroegere ideeën. Mill reageerde bijvoorbeeld op Bentham, maar ook op Kant. Volgens Mill gaf Kant niet aan waarom redelijke wezens eigenlijk géén onzedelijke wetten willen. Mill wordt op zijn beurt weer bekritiseerd door Rawls. Rawls wijst alle vormen van utilisme af. Volgens Rawls levert het utilisme geen theoretische verklaring voor het feit dat de optimale verdeling van lusten en lasten een gelijke verdeling is. Rawls propageert in zijn Rechtvaardigheid als billijkheidsthese wel het gelijkheidsbeginsel. Het utiliteitsbeginsel zou soms onrechtvaardige situaties sanctioneren. Mill stelt hier tegenover dat er gradaties van plezier bestaan. Competente rechters en interne sanctie zouden erop toezien dat morele genoegens als sociale gevoelens en altruïsme worden nagestreefd. Hierdoor zou maximalisering van plezier niet leiden tot schade voor anderen.
Rawls stelt daar tegenover dat het utilisme de verschillen tussen individuen niet serieus neemt. Want één competente rechter neemt beslissingen voor een hele samenleving. Volgens Rawls lijkt het utilisme plausibel, maar door het ontbreken van het gelijkheidsbeginsel kunnen sommige situaties niet als onethisch worden gekwalificeerd. Bovendien erkent het utilisme niet dat individuen verschillen. Het utiliteitsbeginsel moet daarom verworpen worden ten gunste van rechtvaardigheid als billijkheid. Hierin worden grenzen gedefinieerd die bepalen wat juist is en wat niet. Rawls benadrukt dat het juiste voorrang heeft boven het goede.
Teleologische en deontologische ethiek
Rawls bepleit een eerherstel voor de deontologische ethiek van Kant omdat het als uitgangspunt heeft dat het juiste voorrang heeft boven het goede. Hiermee stelt hij zich lijnrecht op tegenover de teleologische ethiek waarvan Aristoteles en Mill vertegenwoordigers zijn.
In de ethiek wordt gevraagd naar de juistheid van het handelen. Binnen de eudemonistische ethiek van Aristoteles is het geluk (eudaimonia) het hoogste doel dat in de natuurlijke orde besloten ligt. Mills utilisme is tevens teleologisch, die ook wel consequentialistisch genoemd wordt vanwege de nadruk op de gevolgen van handelen. Mills ethiek is liberalistisch, iedereen mag doen wat hij wil als hij de ander niet schaadt; tevens is hij aristotelistisch: streven naar menselijke voortreffelijkheid is eveneens doelstelling van zijn ethiek. Kants ethiek is deontologisch: niet het goede maar het juiste van een handelwijze, ingegeven door de categorische imperatief, dat niet in relatie staat tot een of ander doel, is hier het uitgangspunt. Ook bij Rawls heeft het juiste prioriteit boven het goede. Het juiste, ontleend aan het principe van rechtvaardigheid, mag niet doorkruist worden met concepties over het goede.
Contracttheorie
Bij Mill, Kant en Rawls is de contracttheorie aangevoerd als legitimering en fundering voor een goede samenleving. Het sociaal contract is niet nieuw: filosofen als Hobbes, Locke en Rousseau hebben deze vormgegeven. Het sociaal contract is een fundament van de huidige opvatting over de rechtsstaat. Zonder dit sociaal contract zou de mens in de natuurtoestand terecht komen, welke gevaarlijk is en instabiel. Door iets van vrijheid in te leveren krijgen mensen rechten en plichten toegewezen.
Metafysica en ethiek
In de metafysica probeert men de grondslag en structuur van de realiteit op te sporen. Zij is ook wel 'eerste filosofie' genoemd.
Aristoteles stelde in zijn metafysica dat alles in beweging is naar zijn doel, alles heeft daartoe een aanleg (entelechie). Er is een teleologische ordening, die de werkelijkheid vormt tot een schoon en welgeordend geheel, de kosmos. Volgens Aristoteles is ethiek geen exacte wetenschap maar een praktische: de mens moet streven naar zijn optimale zelfverwezenlijking, het hoogste goede: geluk. Bij Aristoteles is de metafysica het kader waarin de ethiek haar plaats gewezen wordt. De metafysica bakent het gebied van menselijk handelen af als dat van de ethiek.
Volgens Levinas is de metafysica niet de 'eerste filosofie'. De ethiek vormt de basis van alle vormen van wijsbegeerte, dus ook van de metafysica.
Bewijsvoering in de ethiek
Men moet zich in de bewijsvoering laten leiden door de aard van het onderwerp. Waarschijnlijkheidsbewijzen kunnen in de ethiek voldoen. Aristoteles stelde dat ethiek door haar objectgebied een praktisch karakter. Via retorische bewijsvoering tracht de ethicus mensen met argumenten te overtuigen. Morele kennis is geen instrumentele kennis. Het goede moet blijken uit de handeling. Hierbij fungeert de traditie als referentiekader. In de empirische wetenschappen wordt een theorie verlaten als zij tekort schiet bij het in beeld brengen van de feiten. In de filosofie gaat men hier anders mee om. Een theorie is hier een onvolmaakte uitleg van ervaring, die in discussie met andere theorieën verrijkt kan worden. Binnen de ethiek gaat het niet om het verklaringskracht maar om het rechtvaardigingsvermogen.
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Wilmar Taal (2001)