Inleiding
Geboren 1921 USA
1971 A theory of Justice Vooral bedoeld als politiek toepasbare rechtvaardigheidstheorie.
Rawls breekt met analytische Angelsaksische ethiek. Deze ethiek stelt dat er over normen en waarden geen exacte wetenschappelijke uitspraken te doen zijn. Daarom uitsluitend abstracte logische analyse van morele begrippen. Wijsgerige ethiek dus beperkt tot meta-ethiek.
Rawls Bestrijdt dit. Er is wel systematisch over waarrden etc. te spreken.
Rechtvaardigheidstheorie (RT): geeft aan hoe men op gefundeerde manier ethische
uitgangspunten kan verwerven en verdedigen.
Goede RT gebaseerd op intuitief rechtsgevoel. Deze expliciteert en systematiseert
ons intuitief rechtsgevoel.
Kritiek: zou slechts reconstructie van vooroordelen zijn.
Rawls pareert door te stellen dat:
Methode van het reflectief evenwicht m.n. gebruikt om ethische theorie met
conceptie omtrent sociale rechtvaardigheid te formuleren.
Rechtvaardigheidsbeginslen zijn essentieel in het reflectief evenwicht.
Ethiek en politieke filosofie wil Rawls.
Rawls. wil politiek bruikbaar rechtvaardigheidsbegrip.
M.n. spanning tussen gelijkheid en vrijheid wil hij oplossen (de impasse in
het democratische denken)
Rawls. bestrijdt alle vormen van het utilisme die het juiste definieren als
de maximalisatie vh goede. Vwb de staat betekent dit: vergroten van de sociale
welvaart is primair doel.
Hij bestrijdt de combinatie liberalisme/utilisme, maar is zelf wel een liberaal
filossof.
Twee stromingen i.d. normatieve ethiek:
Rawls conceptie:
teleologische theorieen zien het goede los van het juiste.
Deontologisch is in zijn conceptie: niet-teleologisch. Dus: koppelt goede niet
los van juiste.
Vat het juiste niet op als maximalisatie vh goede.
Toch zegt hij: alle ethiek verdisconteert de gevolgen van iets. Ook de deontologische.
Rawls' eigen conceptie: Justice as Fairness (JAF):
rechtvaardigheid als billijkheid.
Deontologische theorie.
Zijn theorie is contra het klassiek utilisme (maatschappelijke instituties
zijn rechtvaardig als zij het geaggregeerde nut maximaliseren).
En contra gemiddeld utilisme (idem, maar: als het gemiddelde nut per hoofd van
de bevolking gemaximaliseerd wordt.).
Rawls vooral versus Benthams aggregatieve element:
het max. geluk voor het max. aantal.
Rawls weigert te erkennen dat individu/groepje opgeofferd wordt tbv het nut
van het algemeen.
Hij stelt de praktische imperatief van Kant hier tegenover:
"Handel zo dat je de mensheid, zowel in je eigen persoon als in ieder ander, tegelijkertijd ook als doel en nooit enkel als middel gebruikt".
Rawls betitelt zijn theorie als Kantiaanse interpretatie van JAF.
Rawls bouwt voort op een theorie van de samenleving als maatschappelijk verdrag.
Dus: in welke instituties zouden mensen willen samenwerken zonder hun individuele
doelstellingen te verloochenen?
Rawls constructie van een politieke ethiek.
Rechtvaardigheid is de belangrijkste maatschappelijke waarde.
RV = maatschappelijke waarde die op instituties betrekking heeft.
Sociale rechtvaardigheid (srv) vereist rechtvaardige verdeling van schaarse
goederen (niet alleen materiële. Ook bv. prestige, macht etc. ).
Rawls ziet maatschappij als samenwerkingsverband van rationele individuen.
De maats. = gemeenschappelijk project voor het bereiken van wederzijds voordeel.
Echter: tegelijk conflict want iedereen geeft de voorkeur aan groot aandeel
in de opbrengsten boven een klein aandeel.
Een methode van rechtvaardiging van ethische beginselen.
Hoe de conceptie van srv te kiezen?
En: op welke gronden?
Sociale contract-idee.
In contracttheorie (ct) gaat men uit dat de basistructuur vd maatschappij af
te leiden is uit een oorspronkelijk contract dat in de aanvangstoestand door
onafhankelijke subjecten is gekozen.
Rawls zegt dat deze toestand hypothetisch is.
Hoe rechtvaardigt zon hypothetisch contract een rechtvaardigheidsconceptie?
Via gedachtenexperiment!
Via het idee van de zg. Initial position(aanvangstoestand).
In deze toestand heerst een sluier van onwetendheid.
De contractanten zijn verstoken van alle kennis over de maatschappelijke positie
die zij achteraf na het contract zullen innemen.
Van identiteit beroofde contractanten nemen toch besluiten want R. veronderstelt
dat zij over algemene basiskennis beschikken omtrent hun eigen welzijn. Dit
is R.s zg. Thin theory of the good
Alle contractanten weten:
Een ander kenmerk van de aanvangstoestand betreft de voorkeuren vn de contractanten:
iedere contractant streeft ernaar zichzelf een maximale index van primaire
sociale goederen te verschaffen zodanig dat hij voldaan en niet afgunstig is.
De vraag blijft: aan welke voorwaarden moet de aanvangstoestand voldoen, wil
de keuze van contractanten die op zichzelf amoreel is- toch een ethische status
kunnen verkrijgen? Hoe kunnen de gekozen principes ethische overtuigingskracht
verwerven?
Het contract in de aanvangstoestand houdt in dat mensen die in hun samenwerking
conflicten kunnen verwachten en vooraf overeenkomen die conflicten volgens vaste
afspraken te reguleren, naderhand aan hun afspraken gebonden zijn.
Dit geldt alleen indien iedereen vrijwillig met de afspraken akkoord is gegaan
en iedereen zich ttv de overeenkomst in een gelijkwaardige positie bevond.
Rechtvaardiging van pricipes vanuit de original position vereist twee voorwaarden:
-zon constructie dat unanieme instemming over rechtvaardigheidsbeginselen mogelijk
is;
-elke contractant moet onpartijdig kunnen kiezen.
In de aanvangspositie willen allen hetzelfde, weten allen hetzelfde en kiezen
allen hetzelfde.
Voor Rawls is dit echter nog niet genoeg. Hij zoekt derhalve naar vooronderstelde
elementen van consensus bij zijn lezersforum. Dubbele rechtvaardiging van ethische
beginselen.
De uiteindelijke rechtvaardiging bestaat uit twee componenten die op elkaar aansluiten:
Conclusie:
Rawls theorie heeft twee kanten:
-verzameling definities/begrippen waarmee consistent geoordeeld kan worden
-deze criteria/definities moeten wel aansluiten bij rechtsgevoel van het subject.
Is deze circulaire procedure zinvol?
Alleen wanneer subject in zelfonderzoek verwikkeld raakt: steeds zijn eigen
overtuigingen willen herzien wanneer deze strijdig zijn met voorgelegde rechtvaardigheidsbeginselen.
Bovendien: subject vergroot zn morele onderscheidingsvermogen door rechtvaardigheidsbeginselen
toe te passen op tot dan toe nog onopgeloste problemen.
Centraal bij Rawls: mbv public reason elkaar overtuigen.
Men vertrekt daarbij vanuit premissen waarvan verwacht kan worden dat alle partijen
ze kunnnen onderschrijven.
Rawls anticipeert op publieke consensus over sociale rechtvaardigheid.
Rawls en Kant
Rawls theorie is Kantiaans. Maar: het gaat hier volgens Rawls niet om een
identificatie met Kant, maar om een analogie.
Kant zegt: bewust willende wezens kunnen onderworpen zijn aan geboden die zich
ontrekken aan de wil.
Rede is autonoom en niet heteronoom.
Parallel in Rawls:
-uitgangspunt = vrije en gelijke morele individuen
-deze individuen hebben morele gaven:
a. the capacity to be reasonable (redelijk d.i. billijk zijn)
b. the capacity of to be rational (het vermogen om een conceptie van het goede
te formuleren, te herzien en op rationele wijze na te streven.
Rawls dus heel eigen interpretatie van wat rationeel is.
Kantiaans: het rationele is ondergeschikt aan het redelijke. Illustreert tevens
grote verschil met utilisme. Want: formuleren van rechtvaardigheidsbeginselen
mag niet door overwegingen van efficiëntie of groter gemaximaliseerd welzijn
worden overschaduwd.
Burgers zijn vrije autonome individuen met eigen rechten. Recht om volkomen
autonoom een concept te kiezen.
Rawls veronderstelt dat deze ideeën impliciet in democratie aanwezig zijn.
Vandaar de volgende drie kenmerken van billijke sociale samenwerking (ssw):
-ssw gereguleerd door algemeen erkende regels en procedures die de samenwerkende
partijen als juist aanvaarden;
-de faire regels van samenwerking geven inhoud aan een idee van wederkerigheid:
een ieder die zijn afgesproken bijdrage levert behoort ook de voordelen te genieten
die de samenwerking oplevert.
-Het idee van samenwerking omschrijft ook diegenen die met elkaar samenwerken.,
ieder voor zich nastreven, gedefinieerd vanuit het perspectief van ieders autonome
invulling van zijn of haar concept van het goede leven.
Conclusie:
het deontologische karakter blijkt in afwijzing van mogelijkheid dat rechtvaardigingsbeginselen
moeten worden doorkruisd door overwegingen betreffende een eventueel te verwerven
groter nut. Kantiaans: de nagestreefde waarden van het individu worden gerespecteerd,
wat ertoe leidt dat er een plurifomiteit van doelstellingen bestaat. De te formuleren
rechtvaardigheidsbeginselen moeten deze plurifomiteit enerzijds vorm geven,
anderzijds als restricties op gedrag functioneren.
De rechtvaardigheidsbeginselen
De rechtvaardigheidsbeginselen zijn de regels voor billijke samenwerking.
Zij definieren de juiste verdeling van lusten en lasten van sociale samenwerking
en bieden een maatstaf voor het toekennnen van rechten en plichten.
Een rechtvaardige politieke orde wordt gereguleerd door de volgende beginselen:
-vrijheidsbeginsel.
-gelijkheidsbeginsel. Sociale en ec. ongelijkheden alleen aanvaardbaar indien:
billijke gelijkheid dwz ogelijkheden samengaan met posities die voor ieder burger
toegankelijk zijn
beginsel van compenserende ongelijkheden. Dwz van bestaande soc-ec. ongelijkheden
moet worden aangetoond dat de positie vd minst bevoorrrechten beter er van wordt.
Let wel: vrijheidsbeginsel heeft prioriteit boven het beginsel vn billijke
gelijkheid dat weer boven compenserende ongelijkheid gaat. Deze laatsten gaan
weer voor efficientiebeginsel en beginsel vd maximaliseren vd welvaart.
Justice as fairness geniet voorrang boven utilistische overwegingen.
Rawls kiest voor vrijemarkt in regulerende verzorgingsstaat.
Rawls' politieke theorie van het liberalisme.
Justice as Fairness (JAF) als politiek concept.
Drie kenmerken JAF:
1.Justice as fairness is als politieke conceptie beperkt.
Het is niet bedoeld als algemene en alomvattende morele doctrine.
Deze bestaat volgens Rawls nl niet.
De conceptie laat daarom ruimte aan conflicterende/diverse meningen.
2.Jaf is neutraal.
Opdracht voor politiek filosoof is volgens Rawls: binnen de gegeven pluriformiteit
zoeken naar een politieke conceptie van rechtvaardigheid die door een overlappende
consensus door alle burgers ondersteund kan worden.
Rawls liberalisme is niet het liberalisme van Kant/Mill.
Voor Rawls problematisch omdat het algemene doctrines zijn die verder gaan dan
de politiek. Allesomvattende doctrine kan nooit door ieder gedeeld worden. Door
repressie slechts te handhaven. Neutraliteit en beperking verhinderen repressie.
3. Formulering van JAF berust op intuitief rechtsgevoel.
Vrijheid van burgers bestaat hierin dat zij zichzelf en anderen zien als individuen
die een conceptie vh juiste hebben en niet een specifieke opvatting over het
goede.
Voorts dat zij zich zien als degenen die aan het juiste invulling geven en in
staat zijn verantwoordelijkheid kunnen dragen voor hun doelstellingen.
Het verband tussen de drie kenmerkendeaspecten en het liberalisme van Rawls:
ieder in private omgeving mogelijkheid om eigen "goede" na te streven.
Anderzijds veronderstelt R. een conflicterende diversiteit mbt het goede. Juist
daarom politiek die geen repressie voert. Staat dient neutraal te blijven.
Deze politieke rechtvaardigheid binnen de staat die de burger vrijlaat er een
eigen opvatting van het goede te hebben, impliceert wel dat burgers hulpmiddelen
moeten hebben waarmee men zijn opvatting kan realiseren.
JAF en primaire goederen.
De hulpbronnen die zich lenen voor een rechtvaardige verdeling zijn de primaire goederen:
Deze goederen zijn neutraal dwz ieder wil er zoveel mogelijk van.
Er is dus uniformiteit in de menselijke cultuur.
Rawls oplossing voor het vraagstuk van de interpersonele vergelijking (de vraag
of een objectieve maatstaf mogelijk is die de mate van welzijn van burgers onderling
kan meten) ligt in de notie van primaire goederen.
Interpersonele vergelijking op basis van de index van primaire goederen.
De rechtvaardigheidsbeginselen regelen deze index, waarbij nr. 1 en 2 voor ieder
gelijk gegarandeerd is.
Het enige toegestane verschil is het aandeel in de goederen 3, 4 en 5.
Vereenvoudigde index betreft de verdeling van 3,4 en 5: in publikaties hanteert
R. echter alleen nr. 4 als vergelijking.
Rechtvaardige instituties
De basisstructuur.
De basisstructuur omvat de grondwet en de voornaamste sociale en economische
instituties.
JAF richt zich op de basistructuur omdat:
de basistructuur in de geschiedenis verandert en R. wil met zijn beginselen
een rechtvaardige situatie in de tijd handhaven.
En: de levenskansen van mensen worden met name door de basistructuur bewerkstelligd.
gevolg: een oordeel over inkomensverdeling is afgeleid uit basistructuur.
Vooral het beginsel van de compenserende ongelijkheden is hierbij in het spel.
Niet zomaar nivelleren, maar de bevoorrechten zullen wel moeten duidelijk maken
dat hervorming in de richting van meer gelijkheid leidt tot een verslechtering
van de positie van de minst bevoorrechten. Alleen dan zijn verschillen in inkomen,
macht etc. te rechtvaardigen.
Compensatie in sociaal-ec. instituties.
De resulterende verdelingen zijn even rechtvaardig als de basisstructuur waaruit
zij voortkomen.
Rawls formuleert de criteria van een fair game.
Natuurlijke begaafdheden en levenskansen.
JAF richt zich op drie ongelijkheden in levenskansen:
1.sociale klasse van geboorte
2. Natuurlijke begaafdheden van burgers.
3. geluk/pech.
JAF wil een ieder in staat laten zijn zijn levenskansen (de mogelijkheden die
mensen hebben om hun doelstellingen tijdens hun gehele leven, hun levensplan,
te ontwikkelen) te ontwikkelen.
De basisstructuur oiv JAF draagt hier zorg voor.
Natuurlijke begaafdheden zijn volgens R. niemands specifieke verdienste. Verdeling
van deze begaafdheden is common asset: gemeenschapsbezit waar de hele samenleving
van kan profiteren.
Rawls fundamenteel anders dan R. Nozick
Verzorgingsstaat of volkskapitalisme?
In welk systeem JAF te realiseren?
D en e: hebben demo. constitutie, garanderen basisrechten, gebruik van pol. vrijheid en gelijkheid van kansen, soc.ec. ongelijkheden gereguleerd door wederkerigheid/compenserende ongelijkheden.
JAF kiest niet voor een van beide.
Verschil d en e: d meteen vanaf begin gespreid bezit, e pas aan einde van bep.
periode verspreid bezit.
Alle burgers, incl. de pechvogels, moeten in een situatie worden gebracht waarin
zij in gelijke mate voor zichzelf kunnen zorgen.
Verschil in doelstelling tussen doelstelling d en e:
e: doel = voorkomen dat burger onder bep. levensstandaard komen.
Middel: herverdeling inkomens tbv de "zwakkeren".
Vanwege ontbreken rechtvaardigheidsconcept voor de basisinstituties en de bestaande
vermogensongelijkheid kan ontmoedigde onderklasse ontstaan van uitkeringsafhankelijken.
D. daarentegen geeft uitdrukking aan idee dat mij. billijk stelsel van soc.
samenwerking tussen gelijke en vrije burgers is. Iedereen werkt op basis van
gelijkheid met elkaar samen. Dan willen "zwakken"ook deelnemen en
is obv comp. ongelijkheden en reciprociteit een sociaal minimum gegarandeerd.
Zo onderklasse voorkomen.
Dus R. kiest voor d.!
Discussie en hedendaagse waardering.
De actuele betekenis van JAF
Hedentendage discussie over legitimiteit verzorginsstaat.
Normatieve politieke theorieën formuleren hier verschillende antwoorden
op.
Echter omdat zij dit systematisch doen toch zinvol hulpmiddel in het debat over
de vraag welke in het algemeen de doelstellingen en middelen van een verz.staat
behoren te zijn en welke verdeelregels gehanteerd moeten worden. Aldus kunnen
zij evaluatiecriteria bieden voor de beoordeling van legitimiteit vd verz. staat.
R.s rechtvaardigheidstheorie levert evaluatiecriteria.
In R.s ideaal van sociale samenwerking zijn vrijheid, gelijkheid, solidariteit
en garanties voor ieders zelfrespect geïncorporeerd.
Zijn theorie geeft duidelijk inzicht in de fundamentele keuzen die onvermijdelijk
om een oplossing vragen in een pleidooi voor een verzorgingsstaat.
JAF geconfronteerd met het libertarisme van Nozick.
Libertarisme: vrijheid is de hoogste morele waarheid.
Negatieve vrijheid: zolang men andermans vrijheid geen geweld aandoet geen overheidsinterventie.
Rechtvaardigheid = het zeker stellen van deze individuele vrijheid.
Laissez faire-economie garandeert respect voor eigendom, efficientie en beschermt
de vrijheid.
Nozick levert kritiek op Rawls.
Zijn visie: staat beperken tot nachtwakersstaat.
Staat met uitgebreide, herverdelingsbevoegdheden valt niet te rechtvaardigen.
Nozick beweert dat sociale rechtvaardigheid altijd tkv individuele grondrechten
gaat en dus verwerpelijk is.
Probleemstelling: is men bereid om voor het doel van een gelijkere verdeling
een uitgebreide staat te tolereren die kan uitgroeien tot een bureaucratische
dwingeland die individuele rechten met voeten treedt?
Waarom gelijkheid tkv vrijheid?
Geinspireerd op Locke. Geen afspraken nodig tav samenwerking. Bij R. wel.
Zowel R. als Nozick vinden dat utilisme bestreden moet worden. Verschil R. met
Nozick: Nozick verwijt R. dat in diens theorie individuen ingezet worden als
middel ipv als doel op zich, net als in het utilisme. Bv. de getalenteerden
worden gezien als middel voor het bereiken van een collectief goed, het maximaliseren
van de positie van de minst bevoorrechten.
Verschillende concepties van moreel individu:
Nozick: ontkent het belang van een oordeel dat gebaseerd is op de vraag of individuen
daadwerkelijk gebruik kunnen maken van hun rechten.
Rawls: gaat uit van sociale afhankelijkheid van burgers onderling. Morele gaven
in sociale samenwerking ontplooien.
In Nozicks theorie geen beroep mogelijk op algemene rechten. Alleen specifieke
rechten gegrond op de rechtmatige verwerving van bezit.
Geen basiswaarden (zoals bv Rs. primaire goederen).
De op Kant geinspir. R. gaat uit van basisstructuur zoals een verzorgingsstaat.
Deze moet garanderen dat rechten daadwerkelijk geeffectueerd kunnen worden.
Bij Nozick taboe. Staat niet verplicht levenskansen te waarborgen. Levenskansen
versus vrijheid.
Bij Rawls kader van fundamentele vrijheden/rechten hierbinnen keuzevrijheid
voor eigen levensplan. Toedeling primaire goederen ogv rechtvaardigheidsbeginselen
maakt dit mogelijk.
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Harry Steenvoorden (2001)