Het Ontstaan van Industriële Samenlevingen

Duitsland, een geval apart?

 

Late start van de Duitse industrialisering, zeer snelle sprint na 1860. Er bestaat een vermoeden dat de Duitse afwijking van het industrialiseringspatroon niet uitsluitend aan agrarische onderontwikkeling geweten kan worden. Waarschijnlijk heeft D een andere route genomen dan Eng en Fr.

Vergelijking tussen Duitsland en West-Europa in 1500 en 1800

Rond 1500 staatkundige verdeeldheid, enorme omvang. Centralisatiepogingen van keizer Maximiliaan I (1493-1519). Mislukte, maar de pogingen ertoe illustreren dat D en W.Eur. nog vergelijkbare politiek-institutionele trajecten doorliepen.

Rond 1500 Hanzesteden (Hamburg, Lübeck, Bremen) in verval. Verplaatsing economisch zwaartepunt van Noord- naar Zuid-Duitsland. Proto-industrialisering op Duitse platteland (Verlagsysteem, vergelijkbaar met putting out-systeem). Bankwezen: de Fuggers. Feodaliteit op zijn retour. Geestelijke bewegingen: renaissance en reformatie. Individualisme en relativering in hiërarchiek denken (renaissance). Humanisme en protestantisme vond in brede lagen van de bevolking weerklank. Rond 1500 liepen de D en W.Eur. wegen nog niet uiteen.

Rond 1800:

Politiek-institutioneel: Eng is in 1800 een eenheidsstaat met een constitutioneel-monarchale staatsvorm. Fr is op dat moment, ondanks de revolutie, een staatkundige eenheid (monarchie) met een sterk gecentraliseerd bestuur. D daarentegen is staatkundig zeer sterk versplinterd en alleen Pruisen is erin geslaagd een sterke staat te scheppen.

Sociaal-economisch: in dit opzicht is Eng op dat tijdstip al een klassensamenleving te noemen en Fr begeeft zich op weg hier naartoe. In de meeste D staten is er dan nog sprake van een standensamenleving met feodale of seigneurale verhoudingen op het platteland en gilde-economieën in de steden.

Mentaal-cultureel: ook in dit opzicht was D op Eng en Fr achter geraakt. De culturele interesse bij de adel en burgerij, die zich veelal met militaire aangelegenheden, stedelijke, politieke en economische besognes bezighielden, was er geringer dan in Fr en Eng. Slechts een kleine groep zakenlieden, ambtenaren en Bildungsbürger (vertegenwoordigers van de vrije beroepen met een veelal academische opleiding) was bekend met de ontwikkelingen in het westen. Pruisen onderging vanwege de persoonlijke belangstelling van koning Frederik II wel verlichtingsinvloeden.

In een achterstandspositie (1500-1800)

Vorsten slaagden er niet in de adel aan zich te onderwerpen. Keurvorsten kozen de keizer à grote macht. Kleinstaaterei. Reformatie leidde tot staatkundige verdeeldheid. Gebrek aan centrale staatsmacht; D niet sterk en flexibel, uitzondering: Brandenburg-Pruisen.

D bleef lang een rurale samenleving. Dertigjarige Oorlog (1630-1648) bracht zware slagen toe aan handel en verkeer. D faalde in de aansluiting op nieuwe economische wereldverhoudingen en het daarmee verbonden kolonialisme. Adel en burgerij hadden een conservatieve houding tov W.Eur culturele ontwikkelingen. D voornamelijk Luthers. Lutheranisme: conservatief tov arbeid en burgerlijk-kapitalistisch denken. Deze factoren lijken de belangrijkste oorzaken van de Duitse achterstand.

Hernieuwd contact met West-Europa (1800-1850)

Gunstige ontwikkelingen:

Politiek-institutioneel: na de nederlagen die Pruisen in 1807 leed tegen de Franse revolutionairen, voltrokken zich hier forse staatkundige hervormingen waaronder de afschaffing van feodale bindingen tussen heren en onvrije boeren. Van groot belang was verder de staatkundige reorganisatie die zich in het Duitse Rijk voltrok op instigatie van het Congres van Wenen (1814) en het ontstaan in 1834, op inititatief van Pruisen, van de Zollverein, een douane-unie tussen een groot aantal D staten.

Sociaal-economisch: een belangrijke ontwikkeling was hier de overgang van de feodale, niet op de markt gerichte landbouw naar een agrarisch kapitalisme dat zich rond 1850 manifesteerde. Productie en productiviteit stegen door onderzoek, scholing en de introductie van nieuwe landbouwtechnieken en -methoden.

Mentaal-cultureel: op dit terrein kunnen we de ontwikkelingen in de periode 1800-1850 als ambivalent betitelen. Veel D intellectuelen keerden het verlichtingsdenken na de Franse Revolutie de rug toe en zochten inspiratie in de D geschiedenis en volksaard. Het D romantische denken wat hieruit voortkwam kenmerkte zich door anti-rationalisme, conservatisme en pessimisme. Via de universiteit van Göttingen echter drongen Angelsaksische invloeden D binnen hetgeen zowel de verlichte denkers als de romantici van ideologische ammunitie voorzag. Dit was van groot belang voor de verspreiding van de denkbeelden van Adam Smith (de profeet van de leer van de vrije markt) en Edmond Burke, de grote bestrijder van de Fr Revolutie.

De demarrage (1850-1880)

Revolutie in 1848: men wilde D eenheid tot stand brengen en van die eenheid een constitutionele monarchie maken. Vraag: of een verenigd D ook Oostenrijk moest omvatten. Groot-Duitsers: ja; Klein-Duitsers: nee. Men besloot tot Klein-Duitse oplossing. Groot-Duitsers stapten uit het parlement, het overblijvende rompparlement bood de Duitse keizerskroon aan de Pruisische koning aan. Deze weigerde de kroon. De revolutie in naam van vrijheid en eenheid was mislukt.

In 1871 kwam wel eenheid tot stand door Bismarck. Tweede Keizerrijk genoemd. Brüderkrieg: tussen Pruisen en rest van de Duitse Bond, leidde tot Pruisische overwinning. Vrede van Praag (1866): Hannover, Hessen-Kassel, Nassau, Frankfurt en Sleeswijk-Holstein bij Pruisen ingelijfd. Oprichting Noord-Duitse Bond (1867). Saksen, Baden, Würtemberg en Beieren bleven erbuiten. Deze Noord-Duitse Bond stond model voor het Tweede Keizerrijk dat Bismarck in 1871 realiseerde. Wilhelm I keizer. Op Pruisische leest geschoeide bondsstaat. Autocratische inslag. Deze staat was sterk te noemen (gunstige politiek-institutionele voorwaarde voor industrialisering), maar inflexibel door de afwezigheid van een constitutionele parlementaire staatsvorm. De vraag rijst of deze sterke staat zonder de vereiste flexibiliteit in staat zou zijn succesvol te industrialiseren.


| Index | Geschiedenis | Industriële Samenlevingen | Vorige | Volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

Winnie de Keizer (2002)