OUDNEDERLANDSE SCHILDERKUNST

ONDERZOEK NAAR DE OPDRACHTGEVERS

Op grond van een wapen en van attributen wordt vaak in eerste instantie geprobeerd de opdrachtgevers te achterhalen.

Andere mogelijkheden:
- inscripties
- genealogisch onderzoek
- reconstrueren van de pedigree van een kunstwerk (vorige eigenaars)
- kostuums (indien opdrachtgevers zelf zijn afgebeeld)
- vergelijking met andere, beter gedocumenteerde werken, tekeningen, miniaturen, glasramen, gravures, grafmonumenten, penningen of zegels.
- herkennen van gelaatstrekken (zeer subjectief)

Twee bronen zijn zeer betrouwbaar:
- inscripties
- archiefdocumenten : rekeningen, boedebeschrijvingen, inventarissen

Met het identificeren van de opdrachtgevers kan ook vaak de oorspronkelijke functie van het kunstwerk achterhaald worden.


Moreel-triptiek van Hans Memling

1e fase (door Weale) : identificatie van de afgebeelde heiligen en de inscripties

2e fase : verzamelen van biografische gegevens van de geïdentificeerde opdrachtgevers
- sterfdatum
- woonplaats, welke parochie, lidmaatschap broederschap Õ persoonlijke devotie en sociale functie van het werk (Weale vond uit dat Moreel veel publieke functies bekleed had via documenten die hij vond in het stedelijk archief)

3e fase : identificatie van de geportretteerde kinderen
- het altaarstuk werd na voltooiing nogmaals bijgewerkt met de daarna geboren kinderen
- in het paneel met de zonen zijn volgens röntgenonderzoek wijzigingen aangebracht. De 2e zoon werd naar links verschoven om een nieuwgeboren zoon te kunnen toevoegen

4e fase Õ onderzoek naar afgebeeld heiligen
- etymologische verwantschap Maurus - Moreel?
- Gillis : hinde als attribuut, Barbara's 2e achternaam Õ Van Hertsvelde
Moreel-triptiek vertoont hierbij overeenkomst met de Mérode-triptiek, gezien het verband tussen afgebeelde onderwerpen en namen van de opdrachtgevers


Opdrachtverlening
Geschreven contract : zeer weinig overgeleverd

Van het Sacramentsaltaarstuk van DB zijn zowel het contract, enkele betalingsdocumenten en een door de kunstenaar opgestelde kwitantie overgeleverd.
Contract dateert van 15/3/1465 tussen DB en de Leuvens Broederschap van het H.Sacrament.

In contract:

  1. Vorm van altaarstuk
  2. Omschrijving af te beelden onderwerpen
  3. Vereiste inzet van de schilder
  4. Aantrekken van externe adviseurs
  5. Verplichting om geen ander werk aan te nemen
  6. Betalingstermijnen

In meeste contracten ook nog een afspraak over een afleveringstermijn.
Spreiding van het honorarium kwam vaker voor, hing ook af van kostbaarheid van het werk en financiële situatie van een opdrachtgever.

Soms werden ook exacte afspraken gemaakt over het formaat en kleur-/of materiaalverbruik.

Redenen waarom DB minder aan banden werd gelegd dan andere schilders kan te maken hebben met zijn grote reputatie, maar is niet meer terug te vinden.


Kunstwerk om gestalte te geven aan ambities opdrachtgever

Jan van Eijck Madonna met heiligen en kanunnik Joris van der Paele.

Bij dit schilderij spelen de historische omstandigheden van de opdrachtgever een grote rol. Hij stichtte het schilderij voor zijn eigen zieleheil, maar zijn privé omstandigheden moeten daarbij niet uit het oog verloren worden.

Het opdrachtgeversonderzoek is een samenwerking tussen kunsthistorici, sociale en economische historici, literatuurhistorici, sociologen en cultureel-antropologen


| Index | Oudnederlandse Schilderkunst | Vorige | Volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

Evelyn Ligtenberg (2000)