Thema's en genres in de muziekgeschiedenis

Leereenheid 20: De grensoverschrijdingen tussen klassieke muziek en jazz

Jazz heeft zich ontwikkeld van eenvoudig naar gecompliceerd, net als de klassieke muziek, en is zelf kustmuziek geworden. Deze ontwikkeling is immanent (van binnen uit).

Begrip "klassiek"
- Uit de klassieke oudheid
- Klassieke muziek, ruim, alle westerse kunstmuziek
- Klassieke muziek, in enge zin, Weense school, Haydn, Mozart, Beethoven etc.
- Van blijvende waarde
- In deze leereenheid klassieke muziek = Gregoriaans tot 20ste eeuw (=kunstmuziek)

Jazz begin van de 20ste eeuw è veel belangstelling van componisten van kunstmuziek
Jazzè Swing =populaire muziekè weinig belangstelling uit kunstmuziek
Cool jazzè Jazz wordt definitief concertmuziek
Third streamè synthese tussen Jazz en kunstmuziek, elementen uit beide stromen
Hard Bop = reactie hierop
Free jazz en de kunstmuziek groeien naar elkaar toe, zelfde muzikale principes

Third Stream groeit niet uit tot een aparte muziekstroming, het geheel is zelden meer dan de som der delen. Vanaf 60er jaren is het de aanduiding voor alle jazz met elementen uit de kunstmuziek.
In de 90er jaren herziet Schuller de definitie en wordt het elk samengaan van wereldmuziek en kunstmuziek.

In de free jazz spelen de elementen atonaliteit en toeval (Cage) een rol en is ook het uitgangspunt dat muziek georganiseerd geluid is (Varese).
De musici van de free jazz willen niet de compositietechnieken overnemen, maar alleen soortgelijke klankwerelden oproepen. Swing en improvisatie blijven wel een zekere rol spelen. Verschil blijft dat de structuur bij free jazz tijdens uitvoering tot stand komt, niet vooraf.

Eind jaren 60è improvisatiemuziek= kunstmuziek met citaten uit de jazz (Breuker, Loevendie) Swing en improvisatie worden niet als in de jazz overgenoemen, dus het blijft kunstmuziek.

Improvisatie had een grote rol in klassiek muziek, maar was begin ste eeuw vrijwel geheel verdwenen. Pas als in de 60er jaren het toeval zijn intrede doet in de kunstmuziek, groeien kunstmuziek en free jazz naar elkaar toe .
In klassieke muziek is er geen spanning tussen de verschillende ritmische lagen ("met opvatting")

wisselwerking jazz-kunstmuziek

Jazz/ pre jazz 1900
Neemt vooral buitenmuzikale kenmerken van kunstmuziek over
In de kunstmuziek is belangstelling voor exotische elementen
Blue, rags en songs worden zo gezien, jazzelementen als special effect

La creation du monde van Milhaud (1923)= elementen uit jazz en kunstmuziek verwerkt

(decor en kostuums van Ferdinand Leger)

New-Orleansstijl

Synthese leidt tot de symfonische jazz

Rhapsody in blue, Gershwin

Paul Whiteman, combinatie van big band en strijkorkest

Bix Beiderbecke , trompettist met toonvorming uit de klassieke muziek (itt Armstrong)

Swingè bebop

dansorkest wordt concertorkest

Afstand tussen bebop en kunstmuziek is grootst

Arrangeur Graettinger, City of Glass= verwant aan kunstmuziek

(Charlie) "Parker with strings"
(groter publiek)-easy listening
Cool Jazz
balans verstand-gevoel
= ook kenmerk klassieke muziek
Musici ook gedegen opleiding
Vorm kop-voortspinning-staart uit barok overgenomen door Modern Jazz Quartet
Birth of the cool= vermenging
Modern Jazz Quartet, voortdurende vormverandering
Evans en Davis, kruisbestuiving tussen impressionistische muziek en cool jazz

Hard bop
Tonaliteit tot grenzen verkend

Uiterlijk vertoon concertpraktijk wordt door jazz overgenomen Twee ontwikkelingslijnen
1)modale jazz Miles Davis ritme tot minimum
2)John Colltrane harmonische ritme neemt toe

Schaeffer- musique concrete (geluiden uit dagelijks leven)
Charles Mingus, Jazz Workshop
Free jazz
Voor het eerst ook uit gedachtengoed van kustmuziek geput

Twaalftoontechniek (wordt niet overgenomen, wel de klankwereld daaraan verbonden)

Rockjazz (fusion)
Verworvenheden free jazz:
- vrijheid soleren
- playing outside

Samengaan ligt niet voor de hand vnl. door de groove van de ritmesectie (uit rockmuziek)

Klassieke jazz

Eind jaren 70, hernieuwde belangstelling voor jazz
- jazz wordt erkend als een zelfstandige muzieksoort.
- jazzonderwijs op conservatoria
- universitair onderzoek (Smithsonian Institute Washington D.C.)

Jaren 80 (neobop)/ 90 (neojazz) niet meer de wens tot synthese met kunstmuziek

  1. niets uit de kunstmuziek is niet ook in de jazz aan de orde gekomen
  2. jazz is nu zelf kunstmuziek geworden (VS, wet aangenomen jazz= kunst, Europa wist dat al)
  3. jazz heeft nu een eigen corpus aan "klassieke"stukken
  4. jazzmusici hebben vaak een gedegen opleiding Eisen aan virtuositeit en instrumentbeheer-sing zijn ook bij Jazz hoog geworden

| Index | Kunst | Muziek | Vorige | Volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

Marga Mulder (2001)