Thema's en genres in de muziekgeschiedenis
Leereenheid 11: De klassiek muziek van onze tijd
In de 20ste eeuw ontstond het spanningsveld van vraag en aanbod tussen de aanwezigheid van een vrije markt voor muziekstukken en het idee van l' art pour l'art.
Een op de Verlichting terug te voeren individualisme maakt het componeren tot een hoogst persoonlijke aangelegenheid. Men moest bij het publiek in de gunst komen (bij gebrek aan de vroegere broodheren) en daarvoor was het zaak op te vallen. Dit werkte het individualisme extra in de hand.
Naar de individualisering is gezocht op alle terreinen; melodie, harmonie, ritme en metrum.
Men zag muziek als een woordenloze taal, opperste
kunst en zocht van daaruit naar vernieuwing in de harmonie en aansluitend de
tonaliteit.
De tonaliteit werd steeds verder uitgerekt.
Duitse lijn =stap voor stap onthechten van de tonaliteit (wel
tonaliteit als uitgangspunt)
Franse lijn= gericht op modaliteit, uiteindelijk integratie met
buiten-Europese toonschalen
Debussyè zelfstandigheid van het akkoord
(Moesorgski, Satie Janacek, Ives)
De luisteraar zag dit als vage, impressionistische muziek. Debussy zelf
voelde zich meer thuis bij de Art Nouveau, de symbolisten. Hij zag zijn muziek
als verklanking van de werkelijkheid. Net als bij de schilderkunst vind
je bij Debussy ook de invloed van andere culturen terug. Bij hem is de nieuwe
muziek begonnen.
De Duitse nieuwe muziek is zich zeer bewust van de traditie, minder dan de Fransen.
De atonale muziek is geen reactie op, maar het gevolg van de tonale
muziek.
Schönberg zocht binnen de atonale muziek nog naar houvast en vond dat in
de dodecafonie (twaalftoontechniek). Daarvan was hij niet de uitvinder
(o.a. Hauer ook) maar wel de grondlegger
Naast de drang tot vernieuwing was er een duidelijke tweede lijn;
terugblikken naar het verleden, naar het niet romantische
(neoclassicisme, maar in feite breder)
In de jaren 30 trad daarnaast een neoromantische tendens op;
vluchten uit de realiteit.
Na 1945 zocht men naar een heldere intellectuele kunstè serialisme van o.a. Boulez met als inspirator Messiaan.
Naast een (gering) aantal serialisten waren er in de jaren 50 mensen die juist kozen voor een anti-intellectuele houdingè door het toeval gestuurde muziek (John Cage) en meer geïmproviseerde muziek (Earle Brown).
In de jaren 60 kwamen er nog verschillende andere stromingen bij zoals
de klankwolken van Xenakis en vanuit tegengestelde uitgangspunten
tot vergelijkbaar resultaat Lutoslawski, Penderecki en Ligeti.
Uit Amerika kwam de Fluxus beweging (verg Dada voor de oorlog), waar
het ging om het onderzoeken en aan de kaak stellen van de traditionele waarden.
Composities als van La Monte Young zijn, net als het contact met de
traditionele muziek uit Afrika en Azië, de kiem voor de minimal music
(Glass, Reich, Andriessen)
Daarnaast ontstaat de beweging van "de nieuwe eenvoud".
Aan het eind van de 60er jaren is er sprake van een terugkeer naar een
bijna romantisch expressionisme.
Anno 1995 kan qua stijl en techniek alles. Een paar krenten uit de pap zijn:
Doordat de wereld steeds kleiner wordt worden stijlen en technieken snel uitgewisseld.
In Nederland is het opvallendste fenomeen in het componeren sinds de jaren 60 het loslaten van oude dogma's als dodecadonie en serialisme.
In de laatste 10 tot 15 jaar is er weinig nieuws. Financiële
motieven lijken een steeds grotere rol te spelen (neokapitalisme).
De eerste oliecrisis zorgde voor een hang naar oude zekerheden en resulteerde
in neo-stijlen zoals het cynisme van de nieuwe hondsheid (Diogenes) en het
neotonalisme (= niet het klakkeloos terugkeren naar "C-groot").
De Rapporten van de club van Rome stelden grenzen aan de groei è nieuwe eenvoud
Naast de gemondialiseerde muziekwereld ziet men vele lokale, etnische
en subcultureel gekleurde stijlen.
Het vastleggen van muziek op CD, brengt allerlei muziek opnieuw onder
de aandacht.
Twee reacties
Met het vernieuwde gevorderde kapitalisme komt een nieuwe moraal, een genots- en consumptiemoraal. Ook bij het componeren zie je een nieuw hedonisme
Er is een verhoogde culturele mobiliteit. Smaakgemeenschappen zijn sterker onderling doorlaatbaar geworden. Dit leidt tot codevermenging
Dan is er nog het effect-1989. In Oost -europa is de opgelegde
triomfalistische sociaal-realistische esthetiek afgevoerd.
Een openlijke religiositeit en een new age-achtige zweverigheid komt (ook)
daar nu naar voren.
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Marga Mulder (2001)