Samenvatting Thema's en genres in de muziekgeschiedenis
Leereenheid 5: De nationale stijlen in de periode rond 1700
|
Muziek rond 1500 |
Barok (1600-1750) |
|
Contrapuntisch |
Harmonisch |
|
Gebaseerd op de tactus |
Metrisch |
|
Modaal |
Tonaal |
|
Vocaal |
Instrumentaal |
|
Voortdurend doorlopend |
Gefraseerd |
Nationale stijl = niveau van de totaliteit van bepaalde componisten in een bepaalde tijd , in een bepaald land.
| Italiaans | Frans |
| extravert, rechttoe rechtaan, regelmatig | introvert, minder aan vaste regels gebonden |
| instrumentaal gedacht ,virtuoos | minder virtuoos, vocaal gedacht |
| op vernieuwing gericht | traditioneel, meer conservatief |
| structureel | structuren meer versluierd , uitz. Dansmuziek |
Polemiek tussen Raguenet (Italiaanse muziek heeft de toekomst) en le Cerf.
Italiaanse muziek 17e eeuw = virtuoze opera, kerk en vioolmuziek
Duitsland = protestante kerkmuziek
Frankrijk = rijke hofcultuur
Engeland = gevarieerd eigenzinnig aanbod
Nederland = smeltkroes
Frankrijk ligt in het centrum van de Europese cultuur. Lodewijk XIV zag het staatkundig spel als een totaalspel.
Lully
Maakte o.a. commedies ballet (molière). Hij kreeg speciale privileges
bij het maken van volledig gezongen Franstalige opera's, een lucratief en succesvol
genre.
Als tegenprestatie schreef hij elk jaar een tragédie lyrique.
Die heeft een apart geschreven libretto voor een volledig gezongen uitvoering.
Meestal gebaseerd op mythologische gegevens met een ernstige, dramatische toon,
maar wel een happy end.
Zijn werken werden in het geheel of als losse nummers, door heel Europa uitgevoerd.
Italië is het muziekland (gidsland) bij uitstek.
Gedrukte muziek kwam hier het eerst voor. Pas in de 19e eeuw komt
een einde aan de rol van Italie als "de norm". (bijv. alle muziektermen zijn
Italiaans).
De vocale muziek had het hoogste prestige. Daarbij werden solistische
zangpartijen gezongen in de secondo prattica; het koor staat nog
onder invloed van prima prattica/ stile antico.
In de instrumentale muziek worden vooral de vioolspelers (én
componisten) beroemd.
Hier zijn twee categorieën de sonates en de concerten (zonder solistè
symfonie)
Corelli
Hij verbleef in zijn productieve jaren bijna uitsluitend in Rome.
Zijn oeuvre is niet groot, maar desondanks werd hij beroemd in heel Europa.
Couperin
Hij maakte hoofse, deftige, gemaniëreerde (= typisch Franse) stukken.
Zijn Parnasse is een eerbetoon aan Corelli. Hierin gebruikt hij zowel
Franse als Italiaanse kenmerken. Een jaar later maakt hij een eerbetoon
aan Lully. Ook hierin zoekt hij een balans tussen Italiaanse en Franse kenmerken,
maar hier neigt hij wel meer naar een orkestrale stijl.
Franse en Italiaanse stijl buiten Italië en Frankrijk
Engeland
Franse invloed vooral in de regeerperiode van Karel II (1660-1685) die de
hofcultuur van zijn neef, Lodewijk XIV, wil imiteren. Daarna vnl. Italiaanse
invloed bij Purcell en Händel (oorspronkelijk een Duitser)
die door Scarlatti en Corelli beïnvloed is. Händel heeft een gigantisch
oeuvre voortgebracht en veel roem en rijkdom geoogst.
De Nederlandse Republiek
Zowel Italiaanse als Franse invloed; de laatste overheerst.
Servaas de Konink schreef de Hollandsche Minne- en Drinkliederen, waarin
hij het verschil tussen de Italiaanse stijl en de Franse stijl laat zien; zijn
muzikale taal blijft toch Frans.
Van Wassenaar
Er zijn weinig voorbeelden van de Italiaanse manier van componeren, vooral
het concert, in Nederland te vinden. De Sei concerti armonice van van
Wassenaar zijn dan ook eerst aan een scala van andere buitenlandse componisten
toegeschreven.
Duitsland
Er was staatkundig, maar ook muzikaal geen eenheid. Italiaanse invloed is
er vooral in het katholieke Zuiden en Oostenrijk., Franse invloed vooral in
Midden-Duitsland en de Rijnstreek. In het Noorden zijn de verhoudingen ongeveer
gelijk.
Bach en Teleman hadden zowel Italiaanse als Franse stijlelementen
in hun muziek. Bach leidde een bescheiden bestaan, terwijl Teleman toch meer
had van Händel. Daardoor was deze tijdens zijn leven bekender dan Bach.
Bach is de grootste componist van de eerste helft van de 18e
eeuw. Belangrijk werk , dat, anders dan veel van zijn werk, wel in druk verscheen
zijn de vier delen Clavier- Übung.
Bach is geïnspireerd door de concerten van Vivaldi die in 1710 via het
circuit van handschrift en afschrift al bij hem bekend waren.
Van triosonate è vioolconcert.
Bij Corelli vind je de triosonate in twee varianten, de sonata de chiesa en
de sonata da camera
Van een triosonate kan men een orkeststuk maken door de vioolpartijen
meervoudig te bezetten. Wanner men aan de drie partijen (2xviool, 1x bas),
een altviool toevoegt krijg je sonata a quatttro, meervoudig bezet het
concerto a quattro, het strijkconcert.
Als bepaalde stukken door een groep solisten worden gespeeld (concertino)
dan noemt men de gehele groep én het genre het concerto grosso.
Als de solist geen deel uit maakt van/ naast de groep maar op de voorgrond komt,
dan spreekt men van een soloconcert.
Vivaldi
Hij vergaarde de meeste roem met zijn concerten, zoals de Quattro Stagioni.
Van de 500 concerten die hij schreef , verschenen tijdens zijn leven maar 100
in druk.
In Amsterdam zetelde Roger, de huisuitgever van Vivaldi (en nog
veel meer).
Vivaldi schreef programmatische muziek en liet daarmee de oude polyfonie (nog
terug te vinden in de triosonate van Corelli) achter zich.
Terugblik en vooruitblik
In de loop van de 18e eeuw is de Italiaanse manier van componeren
de norm geworden en blijven van de Franse stijl slechts compositorische elementen
over.
Wilhelm Lustig onderscheidde in zijn Inleiding tot de muzykkunde 4 stijlen
Een ander onderscheid van hem is dat tussen de lage, middelmatige en verheven
stijl.
Hiermee liep hij vooruit op een belangrijk onderscheid vanaf 1750 nl. dat tussen
de eenvoudige en de gecompliceerde stijl.(van de hoogbarok).
De eenvoudige stijl is in opkomst.
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Marga Mulder (2001)