Thema's en genres in de muziekgeschiedenis

Leereenheid 4: De overgang van Renaissance naar Barok

De laatste hoogtepunten van de renaissance polyfonie en de eerste tekenen van een nieuwe stijl.
In het werk van Orlando di Lasso komt de polyfone stijl tot een hoogtepunt, maar in sommige werken waagt hij zich op experimenteel terrein. Voorbeeld: Sibillijnse Profetieën
Mogelijk zijn ze bedoeld als onderdeel van de lekenofficie in Munchen. Een volledig vocale uitvoering lijkt het meest geschikt.
Di Lasso gebruikt de chromatiek slechts ter kleuring.

Luca Marenzio dankt zijn bekendheid vooral aan zijn madrigalen, daarvoor gebruikte hij allerhande teksten. In de loop der jaren worden die teksten somberder en Marenzo's stijl wordt ernstiger. De ritmiek wordt steeds ingewikkelder. Hij past veelvuldig toonschildering toe.

Instrumentale muziek
De emancipatie van de instrumentale muziek wordt pas aan het eind van de 16e en vooral aan het begin van de 17e eeuw zichtbaar.
Of de muziek als instrumentaal bedoeld is, is niet altijd duidelijk. Dat is wel het geval bij de tabulatuurnotatie (waarbij de te gebruiken "greep" aangeduid wordt).

Er zijn:
Transcripties van vocale muziek
Nieuwgecomponeerde muziek
- vrije vormen, niet gebaseerd op een cantus prius factus zoals voorspel, toccata , canzona, sonata
- vormen die wel gebaseerd zijn op een cantus prius factus
- dansen
Geïmproviseerde muziek - vnl de solomuziek

Giovanni Gabrieli = hoogtepunt van de Venetiaanse school in de late renaissance.
Hij maakte vaak gebruik van cori spezzati (gesplitste koren)

Ontwikkelingen in de geestelijke muziek

  • Luther wijst traditionele Kerkmuziek niet af, schreef zelf teksten op bestaande molodieen.
  • Zwingli was tegen muziek in de eredienst, alleen thuis.
  • Calvijn ging het om het Woord, instrumentaal en meerstemmig taboe, berijmingen van de Psalmen in volkstaal
  • Er ontstond en berijming in het Frans (marot ,Dugue) , ook een (slechte )Nederlandse
  • Eerste berijming in volkstaal: Souterliedekens van Willem van Zuylen
  • Sweelink, belangrijk Nederlans componist van o.a. kerkmuziek, gebruikte de Franse berijming
  • Sweelink was beïnvloed door de Engelse "virginalisten" (tokkelinstrumenten)

    Een nieuwe componeerwijze in expressieve en affectrijke stijl
    De gezongen tekst werd toenemend gedramatiseerd. Daarover ontstond discussie o.a. tussen Artus en Monteverdi. Monteverdi maakte in zijn repliek onderscheid tussen een prima en een seconda prattica. Bij de tweede praktijk is de muziek dienstbaar aan het woord en mogen regels van het contrapunt overschreden worden.

    De instrumentale muziek kent in de 17e eeuw een grote bloei. Er ontwikkeld zich een instrument-eigen idiomatische schrijfwijze.

    Belangrijke verandering is het streven naar dramatisering en uitdrukking van een affect
    Dat heeft het duidelijkst gemanifesteerd in
    - Madrigaal
    - Solozang
    - Opera

    Bij Gesualdo (voorloper Monteverdi) zien we dat de vloeiende en verfijnde taal van het madrgaal plaats maakt voor een discontinu, verbrokkeld betoog.
    Manierisme = binnen bestaande stillistische conventies naar de uiterste genzen daarvan zoeken

    Men richt zich op de vertolking van menselijke affectenè humores, vier lichaamsvochten
    Descartes in Les passions de l'ame è zes basisgevoelens
    - verwondering
    - liefde
    - haat
    - verlangen
    - vreugde
    - droefheid

    Einde 16e eeuw werd Florence het centrum van een nieuwe zangstijl , de monodie = de concentratie op één melodie.
    Dat hield sterk verband met de opkomst van de professionele solozanger.
    Een belangrijke bron voor de kennis over de opvoeringspraktijk ; Le nouve musiche (Caccini).
    In de Academie, als de Camerata , was het esthetisch ideaal de kunst van de oude Grieken

    De speel en notatiewijze van de basso continuo, de steeds aanwezige bas, maakt een polarisering van hoog en laag mogelijk. Het groeit uit tot het harmonisch fundament van alle composities en ligt aan de basis van de harmonieleer van de tonale muziek.

    Er ontwikkelen zich 3 stijlen:

    1. Stile di camera , salon of paleiszaal - Gematigd gebruik van dissonanten ter expressie van de tekst
    2. Stile antico of stile da chiesa, kerkstijl - Oude contapuntregels zijn van kracht
    3. Stile da theatro of stile representativo, theaters; betalende bezoekers - Extreem expressieve wendingen toegestaan

    De Opera kent twee geboorteplaatsen Florence 1600 voor de hofopera en Venetie 1637 voor de opera in het theater.

    De eerste bewaarde Opera is Euridice van Rinuccini (tekst) en Peri (met happy end), waarin gebruik gemaakt wordt van het recitar cantando.

    In l'Orfeo van Monteverdi vind je daarnaast ook elementen uit de hofspektakeltraditie. Hier zijn oud en nieuw verenigd: het madrigaal heeft nog een belangrijke plaats maar ook het nieuwe recitatief klinkt ongekend expressief. Monteverdi bleef het madrigaal trouw , maar heeft het tegelijkertijd naar zijn graf gedragen.

    De basso obstinato (baspartij herhaalt een kort motief onveranderd) wordt gebruikt als rots in de branding van de expressie van de affecten.

    L 'Incorronatione di Poppea (Monteverdi) is het eerste libretto met historische, niet mythologische, figuren . De liefde overwint in de opera ten koste van de deugd. Aan het hof zou dit niet kunnen maar in de theaters in het vrijdenkende Venetie wel.

    Hofopera Publieke opera

    Koor en rijke instrumentale bezetting

    Geen koor, minimaal instrumentarium

    Rijke decors

    Stereotiepe decors

    Aantal uitvoeringen beperkt

    Aantal uitvoeringen afhankelijk van publiek

    Enkele belangrijke zangers

    Liefst veel belangrijke zangers

    Aan één plaats gebonden

    Export naar ander plaatsen

    Opvolgers van Monteverdi, als Cavalli en Cesti hebben de Venetiaanse opera ook buiten Italië bekend gemaakt..


    | Index | Kunst | Muziek | Vorige | Volgende |

    Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

    correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

    Marga Mulder (2001)