Samenvatting Thema's en genres in de muziekgeschiedenis

Leereenheid 3: De Renaissance

Ontwikkelingen worden getoond aan de hand van werken van "de Nederlandse scholen". De term dekt de lading niet, want de componisten waren afkomstig uit een groter gebied dan de Nederlanden en er is geen eenheid in hun stijl è componisten van de Lage Landen.

Vertrekpunt voor deze componisten waren rond 1400 de Franse compositietechnieken, maar er was ook sprake van beïnvloeding door de Engelsen. Zij probeerden als eersten van onderdelen van het Ordinarium een eenheid te maken. (Missae). Ook de Engelse voorkeur voor consonante progressie wordt nagevolgd. Uit Italië kwam de speciale aandacht voor de tekstvoordracht.
De componisten uit de lage landen reisden heel Europa door en hadden daardoor grote invloed.

Guillaume Dufay was vnl Frans georiënteerd hoewel hij de Ars subtilior niet wilde voortzetten. Hij zoekt aansluiting bij de formes fixes van de 14e eeuw. Het rondeau was in deze periode erg populair.
De functie van de drie stemmen:
- de tenor vormt samen met de superius een volmaakt duo
- de contratenor wordt toegevoegd met een aanvullende ritmische beweging, beweegt zich om het duo

De isoritmiek = isoperiodiciteit (een of meerdere stemmen van een compositie is /zijn opgebouwd uit melodische en/ of ritmische perioden die een aantal malen worden herhaald) wordt veel gebruikt.
Het isoperiodische motet was het toonbeeld van muzikale geleerdheid.
Rond midden 15e eeuw nam de populariteit toch snel af ten gunste van een vrije structuur of het motet met een cantus firmus.

De cyclische Mis
Ook in de 15e en 16e eeuw behoorde het componeren van muziek voor de mis tot de belangrijkste taken van een musicus. Men gaat meer en meer componeren voor de vaste delen van de mis. De Machauts Messe de notre Dame is een voorloper van de cyclische mis, maar van muzikale samenhang is nog geen sprake.
Engelsen als John Dunstaple deden dat voor het eerst. Middel was het gebruik van één melodie die steeds terugkeert; de cantus firmus. Dufay's Misa Se la face ay pale is een van de eerste continentale cyclische missen.
De melodie werd in eerste instantie vertolkt door de tenor, maar in de loop van de 15e eeuw kwam daar een nieuwe stem bij (lager dan tenor)-de contatenor bassus- waardoor de tenor niet langer de harmoniebepalende stem was.

De mecenas, zoals Ercole, speelde een belangrijke rol bij het ontstaan van kunstwerken.

De cantus firmus werd op vele inventieve manieren aangewend, zoals in canon.
Obrecht paste opmerkelijke technieken toe.
Josquin maakte o.a. parafrasemissen, hierbij werd uitgegaan van bestaande melodieën, die vrij werden bewerkt.

Het cantus firmus werd vaak ontleend aan de melodie van één van de stemmen van een bestaand lied. Wanneer de componist (zoals Martini) ook materiaal van de andere stemmen gebruikt spreek je van parodietechniek.. De term is ongelukkig want het gaat om een serieus compositorisch procédé.

Het motet
Er was een groeiende aandacht voor de dictie van een tekst..
Een intensief gebruik van imitatie (doorimitatie) is niet anders mogelijk dan door de stemmen gelijktijdig te ontwerpen.
In de notatievorm komt de partituur weer terug (boven elkaar).
Over de functie van motetten in het liturgische leven is nog onduidelijkheid.
Josquins motetten zijn van groot belang geweest voor de ontwikkeling van het genre in de 16e eeuw.
Orlando Lassus gebruikt de imitatietechniek op een nieuwe manier. Hij gebruikt o.a. dubbelkoren.

Het chanson; Parijs en Vlaanderen
Tegen het eind van de 15e eeuw kwam een eind aan de vaste vormschema's en de amour courtois als vast onderwerp. Het chanson rustique ontstond met populaire melodieën en luchtige teksten.
De Vlaamse componisten bleven de polyfonie trouw , maar bij de Parijse chansons kwam dat door de overwegend syllabische en homoritmische schrijfwijze op de achtergrond.
Janequin bijvoorbeeld maakte gebruik van nabootsen van mens- en diergeluiden

Het madrigaal
Uit Florence komt een nieuwe vocale ensemblekunst; het madrigaal.
Willaert, de Rore en de Wert (werkzaam in de buurt) gaven dit genre de beslissende impuls.
Hier werden muziek en tekst (van o.a. Bembo, Dante , Petrarca, en Bacaccio) gelijkwaardige partners (streven is de inhoud van de tekst zoveel mogelijk in muziek te verklanken).
Onder invloed van de Contra-Reformatie werd ook geestelijke poëzie vaker voor madrigalen gekozen. De Rore (aanvankelijk aan te merken als petrarkist) was ook hierbij een voorloper.


| Index | Kunst | Muziek | Vorige | Volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

Marga Mulder (2001)