Thema's en genres in de muziekgeschiedenis
Leereenheid 1: De eenstemmige muziek van de middeleeuwen
Muziek is in eerste instantie religieuze muziek gebruikt bij de mis.
Te verdelen in:
- het Ordinarium (liederen die elke misviering met dezelfde tekst worden
gezongen)
Kyrie, Gloria, Sanctus Benedictus en Agnus Dei
-het Proprium (liederen die steeds met een andere tekst worden gezongen
afhankelijk van de dag )
Introitus, Graduale, Alleluia (Tractus),Offertorium, en Communio
Het Gregoriaans heeft een lange geschiedenis en werd eerst alleen mondeling overgeleverd. Het centrum van de Gregoriaanse zangkunst was eeuwenlang Metz.
Vanaf de 9e eeuw probeerde men melodieën boven de tekst te schrijven (neumen), wie de melodie niet kende kon hem met deze aantekeningen niet zingen. Men gaat steeds meer ruimte laten tussen de tekstregels, waar men ook het verloop van een melodie, omhoog en omlaag, beter kan aangeven en aanwijzingen voor de uitvoering kan geven.
Problemen: geen begintoon, grootte van de intervallen onduidelijk.
Vanaf de 13e eeuw wordt bijna overal in Europa de kwadraatnotatie gebruikt.
Toonaarden
| Authentiek | Plagiaal |
|
Dorisch |
Hypodorisch |
|
Frygisch |
Hypofrygisch |
|
Lydisch |
Hypolydisch |
|
Mixolydisch |
Hypomixolydisch |
Het onderscheid tussen authentiek en plagiaal is gebaseerd op het interval tussen finalis en repercussa (dominant, tenor). Deze is bij authentieke toonaarden groter.
Aan elke toonaard wordt een bepaald karakter toegekend (bijv dorisch = evenwichtig, frygisch = opwindend, lydisch = losbandig). De inhoud van de tekst kan de toonsoort bepalen.
In de mis waren de 150 Psalmen de kern van de liturgie.
Gebedsuren:
Metten, Lauden (zonsopgang), Prime, Terts, Sext, Noon, Vespers, en Completen
Opbouw Metten
| Drie antifonen (als omlijsting van psalm) met psalmen | |
| Vers met Pater Noster | |
| Drie lezingen met responsoria |
Melisme = per lettergreep meerdere tonen
Er ontstaan talloze tropen (toevoegingen van tekst en muziek bij reeds bestaande gezangen) en honderden Sequentia (nieuwe gezangen die na het Alleluia gezongen worden) .
Deze worden door het Concilie van Trente weer afgeschaft met 5 Sequentia als uitzondering.
De Franse revolutie veroorzaakt een breuk in de Gregoriaanse traditie, ook
in Italië.
De restauratie (19e eeuw) van het Gregoriaans is nauw verbonden met
de Abbay St.Pierre de Solemnes.
In Solemnes besloot men om in principe uit te gaan van een gelijke duur
van alle noten.
De mensuralisten waren er van overtuigd dat men uit moest gaan van een
verschil tussen lange en korte noten van 1:2.
Door semiologie (onderzoek naar de betekenis van de tekens) een genuanceerder
beeld van de ritmische uitvoering.
Het Gregoriaans is na 2e Vaticaans concilie vnl. concertmuziek geworden.
Wereldse muziek.
Er zijn veel teksten overgebleven. De melodie vaak niet. Niet alle teksten
zullen gezongen zijn en veel teksten werden geschreven op al bestaan de melodieën
(contrafacten).
Zingen /dichten vormde waarschijnlijk een belangrijk deel van de hoofdse
cultuur.
De troubadours (vinders/ makers) hadden een bijzondere positie.
De uitvoering van een lied werd vaak voorafgegaan door en vida (levensbeschrijving van de troubadour) en een razo (toelichting op het lied).
Het canso was een genre dat in hoog aanzien stond. In de inhoud ging het niet om individuele ontboezemingen. Het ging om een gemeenschappelijk ideaal, de hoofsheid (cortezia) en de fin 'amor (hoofse liefde).
De melodie werd alleen van de eerste strofe opgetekend. Verschillen in versies
kunnen ontstaan door fouten van de kopiist, maar vooral door de mondelinge
overlevering.
Er zijn geen aanwijzingen voor het ritme.
Het hof van Eleonora van Aquitanie was een belangrijke schakel tussen de hoofse
cultuur in het Noorden en het Zuiden.
Troubadours; Bernard de Ventadorn & Chrétien de Troyes
(eerste hoofse liederen in het frans?)
In het Noorden heten de troubadours (taal langue d'oc) trouvères (taal; langue d' oil) en het canto chanson d 'amour.
De jongleur was een trekkend entertainer, tussen deze functie en die van troubadour was sprake van sociale mobiliteit. Als een jongleur zich een plaats wist te verwerven aan een hof, dan werd hij "menestrel" (in vaste dienst). Het instrument was de vedel.
De estampida waren instrumentale muziekstukken. Ze werden verkort genoteerd. Die notatie werd steeds verder verfijnd.
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Marga Mulder (2001)