De Middeleeuwse Ideeënwereld
Werkboek 1. Bronnen en tradities
J van Maerlant 1225-1291 "De naturen Bloeme"is een in 1262-1266 ontstane bewerking van de Latijnse encyclopedie "De naturis rerum"(over de aard der dingen) van TH v C(1200-72)
Moderne Nederlandse weergave
-
Jacobus van Vitry: locusta = een viervoetig dier met een groot hoofd en eetbaar, in groepen levend—autoriteit: het Nabije Oosten en bisschop van Celiers
- Augustinus: Johannes de Doper at dit dier/ ook een kruid dat locusta heet
- Aristoteles: vertelt van een locusta die zichzelf bevruchtte
Artikel W.P. Gerritsen
- het is een bewerking van de 13e eeuwse encyclopedie "de
naturis rerum" van Th v Cantimpré
- Cantimpré gelooft dat er twee verschillende diersoorten de naam locusta dragen: locusta vermes(behorend tot de insecten)/locusta: viervoetig/locusta: een kreeftachtig zeedier (ook door TvC en vM behandeld)
- Jacobus van V als kroongetuige voor de locusta—vlg monniken in de buurt een soort planten die Joh de Doper at—hij zou geen dierlijk voedsel eten en zeker geen sprinkhanen
- Isidorius van Pelusium(5e eeuwse Griekse heilige): planten = locusta; bitter kruid; w.s op Griekse kerkvader Athanasius teruggaand
- Sinds de vroegste eeuw van het Christendom een interpretatieprobleem hierover—plantaardige locusta hfdz bij exegeten uit het Oosten
- Th v C: viervoetige dieren, geen sprinkhanen,geen plant/ solitaire dieren/ Joh de Doper had een weerzin tegen insecten/ontleend aan Leviticus(vier poten om mee te lopen, twee om te springen/geen beschrijving van een zelfbevruchtende sprinkhaan bij Aristoteles/ pseudo-Arist. Kan parthenogenesis zijn
- Augustinus/Glose: Joh de Doper had dierlijk voedsel genuttigd
- Glose = standaardcommentaar op de bijbel; resultaat van eeuwen bijbelexegese
- Sprinkhanenzwermen hoogst zelden in N. van W.europa
- Herontdekking van zoologische werken van Aristoteles aan het begin van de 13e eeuw blijkt voor het ontstaan van de conceptie van de viervoetige locusta van beslissend belang te zijn geweest.
Bronnen van Th v C
- Jacobus van V: hierop beroept Th zich in de tekst. Vitry:locusta is een eetbaar dier dat in zwermen voorkomt en een plant = langusta . Volgens een Syrische monnik at Johannes de Doper plantachtige locusta. Th accepteert deze opvatting niet maar vermeldt haar wel
- Bijbel: Spreuken—locusta als zwerm. Thomas kent geen zwerm en eten van insecten is voor hem onvoorstelbaar. Leviticus: bestaan viervoetig eetbaar dier de locusta
- Geschriften toegeschreven aan Aristoteles: volgens eigen zeggen heeft Thomas dit aan Aristoteles ontleend/ pseudo-Arist. Had het over parthenogenis
Bronnen v Gerritsen: gaat niet expliciet in op de betrouwbaarheid of representativiteit van de opvattingen uit bronnen/ ook de verbreiding niet aan de orde
Werk Maerlant: schriftelijke overlevering in de volkstaal/ baseert zich op de geleerde Latijnse traditie/behoort tot een door Mostert genoemde tussenvorm/ bronnen Maerlant:bijbel/kerkvaders(Aug)/ heidense klassieke auteurs(Arist)
Werkboekeenheid 2
Kernprobleem;
- een oplossing zoeken voor de verhouding tussen geloof en rede
- tot de 10e eeuw afwijzend tegen niet chr gedachtegoed—logica uit de oudheid overbodig of schadelijk
- Anselmus en Thomas van Aquino ruimden dit anti-intellectualisme uit de weg—maakten van de theologie een volwassen wetenschap
- Natuurwetenschappelijke observaties en experimenten betrekkelijk zeldzaam—de middeleeuwse wetenschapsbeoefenaar maakte gebruik van teksten
Scholastieke methoden voor onderzoek en onderwijs in de volle en late middeleeuwen
- kenmerk: tekstinterpretatie/ harmonisatie schijnbare tegenspraken/ twee hoofdvormen voor redenering vlg logische beginselen n.l quaestio en disputatio
Botsing vanaf de 12e eeuw tussen christelijk en niet-christelijk gedachtegoed, beschikbaar via Arabische vertalingen van Griekse geleerden
Kunnen mensen engelen onderwijzen?
- vlg de Apostel in Efeziers: de kerk kan dingen bekend maken
- lagere engelen door hogere onderricht—vlg Gregorius bepaalde mensen in de hoogste engelenorde opgenomen
- Dionysius: alle goddelijke inzichten aan de mensen doorgegeven door engelen/ over de goddelijke zaken de hogere engelen nooit door lagere ingelicht
Augustinus: had een belangrijk aandeel in de verbreiding van de geschriften van de oudheid.
Van Aquino: valt niet rechtstreeks de bijbel of de kerkvaders aan
Dialoog: ook een vorm van presentatie; de vorm van een vraag en antwoordspel tussen leraar en leerling; filosofische teksten; levendig; wetenschapspopularisering
Anselmus van Canterbury: over waarheid
- legde de grondslagen van een geformaliseerde quaestio
- de overtuiging dat de filosofie goede diensten kan bewijzen aan de theologie mits rede en verstand zich aan drie vuistregels houden
Verschil middeleeuwse wetenschapsbeoefening en de hedendaagse
-
middeleeuwen: het harmoniëren van teksten waaraan gezag werd toegekend/ via een deductieve benadering m.b.v de logica/ van het algemene naar het bijzondere geredeneerd
- hedendaags: de deductie draagt nu een voorlopig karakter—een hypothese moet eerst door empirisch onderzoek worden getoetst/ observaties en experimenten een belangrijke plaats
Van der Jagt en denkbeelden over ongeletterden: een sceptische houding want de overlevering is niet betrouwbaar
A.Gurevitch: Categories of medieval culture. Analyse kosmisch eenheidsgevoel waarvan de hele middeleeuwse samenleving van doortrokken was.
- stelt het causale denken(nagaan hoe het ene verschijnsel door het andere wordt veroorzaakt) tegenover het analoge denken(zoeken naar gemeenschappelijke kenmerken die als manifestatie van een hoger beginsel, verschijnselen aan zich binden)
- middeleeuwer niet geïnteresseerd in oorzakelijke verklaringen—de analoge relaties vormden juist de samenhang voor zijn wereldbeeld
Van der Jagt:
- causale denken = vrijwel onweersproken vooronderstelling en hoofdcategorie van alle intellectuele activiteiten in de volle middeleeuwen
- beide manieren van denken hebben lange tijd vreedzaam naast elkaar bestaan
- Gurevich beperkt het causale denken tot de efficiënte oorzaak—in de middeleeuwen slechts één van de vier vormen van oorzakelijkheid
- Doeloorzakelijkheid = alles streeft naar een doel dat tevens het wezen van het strevende ding uitmaakt—veel beter te verenigen met het analoge denken
+ illustratie blad 50 boom van Porphyrius
Situering middeleeuwen op de historische tijdbalk
- Burckhardt: door humanisme geïntroduceerde opvatting van de middeleeuwen een barbaars intermezzo tussen ondergang klassieke beschaving en hergeboorte tijdens de Italiaanse renaissance = begin moderne tijd
- Haskins: Renaissance die het geboorteuur van de moderne mens aankondigde begon in de lange twaalfde eeuw 1050-1250
- Le Goff: concept lange middeleeuwen—begin 3e eeuw na Christus tot 1850. Pas tegen het eind van de achttiende eeuw een geheel nieuwe tijd met de industriële revolutie en de Franse revolutie
Werkboekeenheid 3
Zonnelied van Franciscus van Assisi
- een gebed in de vorm van een lofzang op of door de natuur
- performatieve tekst—oorspronkelijk bedoeld om gezongen te worden
- Nolthenius: een volkslied voor de massa
- Een lofzang die door een ieder kan worden begrepen
- Grijpt terug op de klassieke indeling van de kosmos in vier elementen: wind/ water/ vuur/ aarde
Heiligenlevens
- Grondleggers wetenschappelijke hagiografie :Jezuïeten H.Rosweyde (1569-1629) en Jean Bolland(1596-1665)
- Een kritische bronnenpublicatie begonnen uit alle in het Martyrologium Romanum opgenomen heiligen
- Bollandisten verzamelden over heel Europa verspreid materiaal en voorzagen dat van tekstkritische commentaren—Acta Sanctorum—tussen 1643 en 1940 in 67 delen: wilden feit en fictie scheiden/ religieus belang/
- Opkomst mentaliteitsgeschiedenis gaf een herwaardering van de vitae: verschuiving in modern historisch onderzoek van incidentele gebeurtenissen naar structurele veranderingen/ van personen naar groepen/ van feiten naar opvattingen
- Stereotiep karakter heiligenlevens maakt ze geschikt voor inzicht in de middeleeuwse ideeënwereld
- Heilige vertegenwoordigt een prototype—makelaar, monnik, maagd,belijder, boeteling,hoogwaardigheidsbekleder etc---in de vitae gedeïnduvidualiseerd
- Vast stramien heiligenleven: afkomst(meestal hoog)/miraculeuze geboorte en voorspellingen bij de geboorte/ jeugdjaren heilig en deugdzaam/vroomheid/overlijden al dan niet als martelaar/ontdekking relieken= inventio en overbrengen ervan= translatio/ veel topoi/ oproepen associatie met Christus/ ook bijbelcitaten- en parafrases gebruikt
Vita St Franciscus
- Franciscaan Thomas van Celano schreef er twee
- Een zeer gedetailleerde beschrijving van zijn uiterlijk; ongebruikelijk
Werkboekeenheid 4
Middeleeuwse theologen
- grote belangstelling voor engelen
- kerkvaders:orde in verwarrende informatie in de bijbel over engelen—angelogie steeds verder verfijnd
- weinig interesse in duivels tot de 15e eeuw; daarna ook een theologische discipline
- relatieve machteloosheid duivel die het moet afleggen tegen de almachtige God en de vrije wil die de mens om zich had om zich daar tegen te verzetten
- religieus dualisme= Goede en Kwade de status van twee gelijkwaardige krachten(Katharen) werd door de kerkvaders verketterd
Bevolking
- juist een grote angst voor de duivels
- geen bloei van de angelogie
Verschillen volgens theologen tussen de engelen en God
- veel engelen maar slechts één God
- engelen zijn schepselen maar God is de Schepper
- bij engelen onderscheid tussen essentie en existentie
- engelen zijn vooruitziend; God is alwetend
- God is zuiver geestelijk; vlg sommige theologen bestaan engelen uit een geest en een lichaam
Bijdrage kerkvaders aan de demonologie
- alle duivelachtigen zijn door hoogmoed gevallen engelen
- alle heidense goden en geesten moeten als duivels worden beschouwd
1000-1300: opvattingen geschoolde middeleeuwers: ruimte tussen God en de mens is met engelen gevuld—goed en slecht
Lovejoy 1936
- opvatting van het universum als een grote keten, samengesteld uit hiërarchische schakels, wijd verbreid onder de middeleeuwse wetenschapsbeoefenaars
- van geschapen levenloze materie via de mens tot een zuiver geestelijk en ongeschapen God
- onderaan staat pure materie op de laagste trede / planten door hun groei van de materie onderscheiden
- gedachte keten van bestaan liet geen ruimte over tussen de mens en God
Bonaventura
- alle engelen door God uitgerust om de graad van goedheid die zij bij hun schepping meekregen te vervolmaken—zijn echter niet gepredestineerd tot vervolmaking—keuzevrijheid optie persoonlijk goed –hoogste goed; Lucifer koos voor hoogste goed=hoogmoed=val=geen keuzevrijheid meer—kan alleen het slechte doen
- engelen een geheugen en een herinneringsvermogen
Dante: engelen zijn zuivere daad = zuivere vorm zonder stof
Bonaventura: engelen zijn onlichamelijk; wel intellectuele en geestelijke substantie
Th v Aquino: engelen bestaan uit materie van geestelijke aard en vorm
Werkboekeenheid 5.
Reizen een populaire metafoor in de middeleeuwen; het verwerven van kennis en inzicht vaak voorgesteld als het afleggen van een moeizame weg, een geestelijke reis
B. Silvestris
- Cosmographia ook vanwege de literaire vorm karakteristiek voor een platoons geïnspireerde filosofie = al het bestaande beschreven in termen van een beweging die begint en eindigt bij de Bron waaruit alles voortkomt en waarnaar alles terugvloeit
Tegenhanger platoonse richting was de aristotelische traditie: hier werd veel waarde gehecht aan het definiëren van het wezenlijke = onveranderlijke van een onderzoeksobject
Dante : Quaestio de situ et forma aqua=onderzoek naar de vorm en ligging van water en land
- ligt water al dan niet op enige plaats boven het bewoonbare gedeelte van de aarde
- probleem: komt voort uit de overtuiging dat al het geschapene(ook de elementen water en aarde) deel uitmaakt van een strikt hiërarchisch systeem
- de aarde als middelpunt van het ptolemaische heelal—eenvoudig bolletje in het heelal; het centrum van de gigantische heelalbol is het allerlaagste want dieper kan men niet afdalen in het heelal
- middeleeuws heelal begrensd—buiten de hoogste sfeer van de heelalkoepel bevindt zich niets; het moderne heelal is juist oneindig
- middeleeuws heelal tot in alle uithoeken verlicht door de zon. Het heelalmechaniek maakt muziek—de beweging van al die elkaar omvattende bollen gaat gepaard met geluiden die een hemelse polyfonie voortbrengen
- hemelkoepel:bestaat uit 9 elkaar omvattende bollen of sferen. Hoogste negende sfeer= Primum Mobile= Eerste Beweegbare= uiteindelijk verantwoordelijk voor de beweging van alle andere sferen—ontleent zijn beweegkracht aan God(die zelf onbeweeglijk is)
- Beweging: Primum Mobile—Stellatum(vaste sterren)—planeten---maan----maan brengt zijn beweegkracht over op de aarde
- Het ondermaanse, in de aristotelische traditie, is een wereld op zich die zich wezenlijk onderscheid van het bovenmaanse, de sferen van de hogere planeten
- Water neemt in de hiërarchie van de elementen een hogere plaats in dan de aarde
- Conclusie Dante: het hiërarchisch hoger staande water neemt in de ruimtelijke orde een lagere plaats in dan het daaraan ondergeschikte element aarde
- Dante: filosoof en natuurwetenschapper vervlochten/ empirische,logische en natuurfilosofische argumenten/ de natuurfilosofische argumenten gaven de doorslag
Twijfel aan betrouwbaarheid zintuiglijke waarnemingen:
- geen betrouwbare verlengstukken zintuigen
- methodiek empirisch onderzoek primitief
- empirische benadering afgeremd door behoefte om alles in het licht van de religie te beschouwen
- methode filosofische abstractie en deductie gebruikt
Wereldkaart Heresford: Mappa Mundi 13e eeuw
- gemaakt door Richard van Haldingham en Lafford
- voor bijschriften gesteund op Plinius de Oude/Solinus/Orosius
- bovenaan de kaart het Laatste Oordeel—een engel met een trompet wekt de doden uit de graven en verdoemden worden naar de hel gesleept
- eigenlijke kaart door twee cirkels omgeven: de binnenste met de namen van de twaalf winden en memento mori/ de buitenste de verdeling van de aarde in vier windstreken
- poorten van de zon: in het oosten het Paradijs en in het westen de straat van Gibraltar met de zuilen van Hercules
- Jeruzalem het centrum en het oosten aan de bovenzijde
- Europa en Azië verwisseld w.s per ongeluk
- Middeleeuwers namen wel de bolvorm van de aarde aan
- Bezienswaardigheden op bijbels gebied in het centrale gedeelte aangegeven
- Veel middeleeuwse werken vermelden vreemde volken grotendeels gebaseerd op Plinius Historia naturalis: aan bestaande volken niet getwijfeld/ meestal de wondervolken in Ethiopië afgebeeld/ nakomelingen Kaïn met een vervloeking/ Augustinus zag ze als collectieve misgeboorten
- De proportie juist weergeven was niet de eerste prioriteit
- Heresfordkaart een verhalend karakter; wat de opdrachtgevers als belangrijkste beschouwde kreeg de grootste ruimte toebedeeld
B. Silvestris
- platoons georiënteerd denker
- de uit elkaar voortkomend theofanien geconcretiseerd
Werkboek 6
Jansens
- andere beleving van de natuur; hoe middeleeuwers de natuur werkelijk beleefd hebben is niet uit literaire werken af te leiden—de uitlatingen zijn gekleurd door de neiging om de natuur symbolisch op te vatten
- van 1000-1300 was de natuur nog niet geësthetiseerd en tot voorwerp van individuele artistieke beschouwing gemaakt
- andere beleving natuur; de woeste natuur als een gevaar
- natuurbeschrijvingen vaak summier/ clichématig/ geen persoonlijke uitlatingen/ gaat schuil achter retorische technieken/bijbelse associaties/ functionele bedoeling of symbolische betekenisverlening
- Maerlant: zijn werken zijn typerend voor de pragmatische natuuropvatting van de middeleeuwen. Flora en fauna gewaardeerd voor zover ze nuttig zijn. De middeleeuwer vertoont de neiging de natuur te betrekken op de bovennatuur/ vaak worden de beschrijvingen afgerond met een religieusmoraliserende beschouwing
Mattheus van Vendome: Ars Versificatoria
- bloemen ruiken lekker en zijn mooi om te zien; verder niets erover
- planten: gedifferentieerder—reuk maar ook nuttige eigenschappen
- bomen: een fraaie aanblik/ verkoeling brengen een belangrijke eigenschap/ ook nuttige zaken
- vogels; weinig over eetbaarheid
J van Maerlant
- een van de eerste burgerlijke dichters; schreef in opdracht van de adel
- V Oostrom: w.s voor de Hollands-Zeeuwse aristocratische cultuurkring geschreven
- Beweert dat hij alleen de rijmregels zelf heeft bedacht; schrijft al het andere toe aan autoriteiten
- Wijsheid zou afkomstig zijn van Albertus Magnus die hij abusievelijk aanziet voor de auteur van het door hem bewerkte De Naturis Rerum
- Augustinus heeft bij hem het meeste ontzag. Aristoteles aangeduid als de grootste autoriteit onder de heidense wetenschapsbeoefenaren
- Aanval op Utenhove—een walsche poet die slechts het werk van Franse dichters heeft vertaald i.p.v te putten uit de bron van in het Latijn schrijvende geleerden
Gerritsen over v Maerlant
- inhoudelijk geen wezenlijk verschil tussen Cantimpré’s "de naturis rerum" en Maerlant "der naturen bloeme
- de vertaling uit het Latijn naar het Nederlands is drempelverlagend
- w.s als eerste in Europa een volkstalig aristotelisch bestiarium
- volg Gerritsen niet een aristotelische maar een pseudo-Arist. Bron
veranderingen in het landschap 1000-1300
- in de vroege middeleeuwen waren grote delen van Europa bedekt met bos
- dorpen als geïsoleerde eilanden
- vanaf midden 10e eeuw een bevolkingstoename tot 1300
- bevolking verdubbeld en een grotere bevolkingsdichtheid
- veel ontginning bossen, broeklanden, heidevelden en veengebieden
- door de bevolkingsgroei uitbreiding van de landbouw= interne expansie= minder isolatie dorpen
- externe expansie: uitbreiding landbouwareaal vaak door landheren en kloosters om opbrengst uit landbezit te verhogen
- in de 13e eeuw een zekere nivellering in inkomen waardoor ook kleinere landheren kastelen konden bouwen
- toename steden 1000-1300: vaak rond gunstig gelegen kloosters of kastelen
Jansen
- grootschalige ontginningsactiviteiten w.s van invloed geweest op de beleving van de natuur
- de middeleeuwse bronnen geven echter geen aanwijzingen voor een dergelijke mentaliteitsverandering
- de agrarische revolutie liet wel sporen na in landbouwkundige geschriften maar deze waren praktisch van aard
Werkboek 7
- Tot ca. 1200werd het zielkundig denken beheerst door de augustinische-neoplatoonse traditie
- In de 13e eeuw kwam daar de aristotelische zielsleer bij, waarvan Th. Van Aquino een christelijke variant uitwerkte.
- De belangrijkste tegenstander van Aquino was de franciscaan Bonaventura; de voorstander van het augustinisch- neoplatoons gedachtegoed.
Er bestonden uiteenlopende visies op de relatie tussen God en mens;
- Intellectualisten: Aquino en aanhangers(meest Domenicanen). Zij beschouwden de hogere vermogens van de menselijke ziel als goddelijke manifestaties—daarom kan het denken dienen als instrument om dichter bij God te komen
- Voluntaristen: vooral franciscanen. Het goddelijke overstijgt geheel en al de menselijke ziel en kan alleen genaderd worden wanneer de mens bereid is uit zichzelf(uit vrije wil/voluntas)te treden om zich met het goddelijke te verenigen.
In 1277 werden 219 stellingen door bisschop Etienne Tempier veroordeeld. Hieronder waren leerstukken Thomas van Aquino en Siger van Brabant. Tempier ageerde tegen de opvatting van Aquino:
- individuatie van schepselen is alleen mogelijk als deze uit materie en vorm(lichaam en geest) bestaan; engelen voldoen niet aan deze voorwaarde en kunnen daarom alleen specifiek verschillen—er bestaan wel verschillende soorten engelen maar binnen die soorten zijn geen individuen(zoals er wel zijn binnen de menselijke soort)
Siger van Brabant over de ziel: baseert zich op Aristoteles en diens commentator Ibn Rush.
- conclusie van het bestaan van een collectieve ziel die het intellect van alle individuele mensen omvat. Een mens denkt dus dankzij zijn participatie aan die collectieve ziel
- onderkent het probleem dat zijn wijsgerige redenering in strijd is met de geloofswaarheid van de individuele ziel
- kan deze tegenspraak niet op redelijke gronden oplossen: aanvaard haar zonder de geloofswaarheid in twijfel te trekken
- maar: eist anderzijds wel het recht op om een filosofische stelling te verkondigen die tegen het geloof indruist = leer van de dubbele waarheid
Thomas van Aquino
- leer van de dubbele waarheid voor een voorstander van het menselijk intellect onverteerbaar
- weigert te accepteren dat de filosofie van Aristoteles leidt tot een conclusie die onverenigbaar is met de christelijke leer
- volgens hem doet zich geen tegenspraak voor en heeft Siger Aristoteles verkeerd begrepen
Cosmographia van Bernardus Silvestris 12e eeuw:
- geeft in zijn tekst een passage over zielen die door schrik bevangen werden bij het idee naar een lichaam te moeten verhuizen—vooruitzicht van plomp ven uitzichtloos vleselijk verblijf
- dit is echter niet te rijmen met de heersende opvattingen van de 12e eeuw: de pre-existentie van de ziel werd nadrukkelijk ontkend
- in de 12e eeuw gold als kerkelijk dogma dat de zielen pas op het moment van conceptie door God werden geschapen. De filosofische onderbouwing van deze leerstelling vond plaats in de 13e eeuw door Aquino en Bonaventura
Aristotelische zielsleer: vegetatieve/sensitieve/rationele functies
- mens en dier hebben de vegetatieve en sensitieve functies gemeen
- de mens beschikt over rationele vermogens en kan daarom 2 van de 3 vegetatieve
functies(voeding/voortplanting) met zijn wil beheersen
- dat de mens de basale levensfunctie onder controle heeft impliceert voor
hem een morele aansprakelijkheid die het dier niet heeft
- sensitieve functies: het dier gebruikt deze instinctief en rechtstreeks;
kan deze immers niet aansturen met de ratio
- ziel: volgens de christelijke leer heeft iedere mens een eigen individuele
ziel die door God wordt geschapen bij de conceptie en na de dood van het lichaam
voorleeft in eeuwigheid
- de zielen van dieren zijn niet individueel en niet onsterfelijk
Breviloquium van Bonaventura:
- de schepping van de menselijke geest—twee hoofdvermogens:
- Augustinus: indeling van de hogere zielevermogens in geheugen, intellect
en wil
- Aristoteles: indeling van de ziel in vegetatieve/sensitieve/rationele vermogens
- Boomdiagram van de vermogens en de functies van de ziel—om een van
de belangrijkste christelijke leerstellingen, die van de keuzevrijheid van
de mens, inzichtelijk te maken op rationeel gebied
- Schepping van de ziel: bestaat uit vorm en materie –niet-aristotelisch als
een onstoffelijke substantie die eigen is aan alles wat deel uitmaakt van
de schepping
- Bevorming van de materie via tussenschakels van een opwaartse spiraalbeweging;
dus God bevormt niet rechtstreeks de materiele component van de ziel( tegengestelde
mening heeft Aquino)
Attributen van engelen en mensen vlg Bonaventura
- keuzevrijheid
- de rede; bestaand uit drievuldigheid vermogens: geheugen/intelligentie/wil
- persoonlijke onderscheidenheid(niet vlg Aquino)
- niet gemeenschappelijk: engelen wél een eenvoud van wezen/ mensen
een lichaam en een ziel
Thomas van Aquino:
- menselijk lichaam een onderdeel van de natuurlijke hiërarchische orde—hoger
zijnden via een trapsgewijze neergaande beweging laten lagere zijnden in hun
krachten participeren
- hemellichamen kunnen dus invloed uitoefenen op bepaalde lichaamsfuncties
- de schepping van de ziel en de vereniging van lichaam en ziek voltrekken
zich buiten de natuurlijke orde om—een rechtstreekse actie van God zonde bemiddelende
tussenschakels
Religieuze volkscultuur
-
Mandou e.a: geen zelfstandige religieuze volkscultuur;ondergeschikte klassen pasten zich aan
- Foucault: volkscultuur en elitecultuur twee aparte domeinen
- Tegenwoordig: tussenstandpunt
- Er is reden om voor de vroege middeleeuwen de tegenstelling tussen de religieuze opvattingen van leken en geestelijke te relativeren
- P. Dinzelbacher: het gewone volk kwam wel aan het woord in de middeleeuwse schriftelijke bronnen maar er is wel een subjectiviteitprobleem
Werkboek 8.
Hedendaagse geneeskunde: menselijk lichaam als een mechanisme met verschillende onderdelen
Middeleeuwse kosmologie: legde een direct verband tussen alle onderdelen van de schepping—binnen het lichaam een nauw verband met erbuiten. Voortleven medische opvattingen uit de Oudheid :de humoraal-pathologische leer. Verder weinig interesse in de anatomie. In de 12e eeuw een scheiding tussen medische theorie en praktijk
Aristotelische elementenleer;
- elementen zijn enkelvoudige stoffen= substanties die de meest primaire zelfstandigheidvormen bezitten
- om hun wezen te doorgronden: hiervoor moet men de meest primaire, aan elkaar tegengestelde eigenschappen kennen
- de tastzin het meest elementaire zintuig dus de meest primaire eigenschappen moeten worden gezocht onder de kwaliteiten die het object van de tastzin zijn
|
Element |
Sap |
Temperament |
Eigenschap |
|
Aarde |
Zwarte gal |
Melancholisch |
Koud en droog |
|
Water |
Slijm |
Flegmatisch |
Koud en nat |
|
Lucht |
Bloed |
Sanguin |
Warm en nat |
|
Vuur |
Gal |
Cholerisch |
Warm en droog |
Bartholomaeus Anglicus:
- gradualiteitsbeginsel: verschil in graden
- eigenschappen van een geneesmiddel bepaald door de combinatie van twee van de vier primaire, aan de elementen eigen, kwaliteiten
- primaire elementen kunnen in vier sterktegraden voorkomen; elke graad in drie stadia verdeeld(begin, midden en einde)
B.Anglicus:De proprietatibus rerum
- indeling volgens hiërarchisch principe
- eerste hoofdstuk over God
- thematische of systematische encyclopedie= indeling naar wetenschapsgebieden
- hier en daar een alfabetische subindeling
- in de eerste plaats als hulpmiddel bij de bijbelexegese samengesteld
- bestaande kennis in een theologisch raamwerk gepresenteerd
Werkboek 9.
Etienne van Bourbon: exempla 13e eeuw
- materiaal voor samenstellen preken/bekendste en grootste Exemplaverzameling middeleeuwen
- bedoeld om het gedrag van de luisteraar te beïnvloeden = een ideologische functie
- normen en waarden van een agrarische samenleving waar koning/adel/ hoge geestelijkheid de dienst uitmaakten
- onderverdeling in hoofdstukken/alfabetische onderverdeling hoofdstukken
Sociaal-economische en culturele veranderingen 1000-1300: niet geleid tot een ethische heroriëntering.
Auteurs moraliserende teksten
- gedrag wereldlijke en kerkelijke elites corrigeren/veel exempla afgestemd op specifieke ondeugden lagere clerus/ambachtslieden/kooplui
- de grootste beroepsgroep, de boeren, niet specifiek aan bod gekomen
G.Duby: De drie orden: het zelfbeeld van de feodale maatschappij 1025-1225
- analyse van de oorsprong van de trifunctionele indeling die tot het einde van de 18e eeuw het denken over maatschappelijke rangen en standen beheerste
- Adalbero, bisschop van Laon/Gerard van Kamerijk
- Gods huis is drieledig; sommige bidden/strijden/werken.Allen afhankelijk van elkaar en tot hulp
- Deze driedeling en de daarvan afgeleidde variant geestelijkheid/adel/derde stand, was gangbaar tot aan de Franse revolutie
- Vanaf 1000 economische groei met toename van kooplui/ambachtslieden/ambtenaren en de oprichting van universiteiten met de komst van een klasse intellectuelen;gelijktijdig een anonimiseringsproces op het gebied van de economie= de opkomst van de geldeconomie/bestuur: het ontstaan van bureaucratieën—hierdoor werden de op persoonlijke relaties bestaande sociaal/economisch/politieke structuur aangetast
b.Elucidarium van Honorius Augustodunensis:classificatieschema. Beroept zich op de Heilige Schrift. De boeren bestaan uit goede wilden;leven in eenvoud en werken hard.
|
Geestelijken |
Leken |
|
|
Paus/bisschop/leermeesters/ abten |
Vorst met bestuursapparaat/graven/hertogen |
Leiders |
|
Priesters/monniken |
Krijgslieden/werkers/stedelingen/boeren |
volgelingen |
c.Speculum Ecclesia: voor 1105 geschreven door Honororius Aug.
- boeren geen speciale hulp nodig;doden hebben het hardste hulp nodig, dan de levenden;daarna degenen belast met het leiderschap
- leken:heren/ridders/rijken/armen/kooplieden/boeren/gehuwden—indeling voor praktische doeleinden
d.De imagine mundi 1133
- libri-milites-servi ;na de zondvloed waren een vader en drie zonen over Sem/Jafeth /Cham=priesterschap/ koningschap/volk
Speculum: sociale onderscheidingen een pragmatisch karakter; verschillende groepen sloten elkaar niet uit; niet een presentatie van een consistent sociaal classificatiesysteem
Werkboek 10
Dionysius Exiguus:legde het fundament voor de chronologische middeleeuwse geschiedschrijving
- 6e eeuw: tabellen voor het berekenen van Pasen
- nieuwe jaartelling; geboorte Christus het beginpunt
Paastabellen kloosters:
- marges gebruikt voor het opschrijven van opmerkelijke gebeurtenissen
- hieruit ontwikkelde zich de annalistiek= de annalen
- hieruit weer de kroniek :zakelijk karakter
- ook de historia: interpretatie gebeurtenissen met literaire pretentie/ moraliserend
Rudolf Glaber:
- historiarum libri quinque
- begint de geschiedenis in 900; accent op de gebeurtenissen rond 1000
- jaar 1000 zou door intellectuelen met angst en beven tegemoet zijn gezien
Tijdrekenkunde
-
Juliaanse tijdrekening: begint met de stichting van Rome 46 v Ch. Door Julius Ceasar ingevoerd/ 12 maanden en 365 dagen
- Gregoriaanse kalender: door paus Gregorius(1572-15850 ) ingevoerd. Corrigeerde een systeemfout van de Juliaanse kalender;deze liep toen 11 dagen achter
- Dionysische jaartelling: vanaf de 8e eeuw, geboortejaar Christus als uitgangspunt
Begin van het jaar; de jaarstijl
- pas na de middeleeuwen begon het burgerlijk jaar op 1 jan
- Duitse rijk tot in de 13e eeuw het kerstfeest het begin van het jaar
- Florentijnse boodschapsstijl(Eng/Fr/Ned):begin jaar 25 maart Mariaboodschap
- Burgerlijk nieuwjaar bij al deze jaarstijlen op een vaste kerkelijke feestdag; met Pasen, maar dit was lastig want Pasen valt telkens op een ander datum
Dagaanduiding
- huidige systeem rangtelwoorden ook in de middeleeuwen
- verschillende ander dagaanduidingen gangbaar
- pauselijke en keizerlijke kanselarijen: Romeins stelsel = eerste dag van de maand heet Kalendae/ Idus heet de dag die de maand in twee deelt/ Nonae is de negende dag teruggerekend vanaf de Idus
Kerkelijk jaar/ Pasen
- Het kerkelijk jaar begint op de eerste zondag van de advent
- Pasen was als vanouds de belangrijkste christelijke feestdag
- Pas sinds de 9e eeuw het paasfeest volgend op de zondag die volgt
op de dag van de eerste volle lentemaan;; de door Dionysius berekende tabellen
werden overal ingevoerd
Werkboek 11
Derrida: poststructuralisme. De taal vormt een bron van communicatieve misverstanden die per definitie onoplosbaar zijn—de ene mens zal de andere nooit begrijpen. Een subjectivistische opvatting
Middeleeuwen:
- vertrouwen in de taal als middel dat het vermogen bezit om op ondubbelzinnige wijze objectieve waarheden over te dragen
- eerbied voor taal: hoogtepunt in de Heilige Schrift. Deze opvatting blokkeerde een relativerende lezing van de schrift(God spreekt in de bijbel rechtstreeks tot de mens). Uitspreken twijfel aan de bijbel was godslastering.
Interpretatie middeleeuwse bijbelcommentatoren
- niet alleen de letterlijke betekenis
- ook verborgen betekenissen die in de in de Bijbel beschreven gebeurtenissen zouden bezitten
- aanvankelijk de meeste aandacht naar de verborgen, figuurlijke betekenis
- vanaf de 13e eeuw de letterlijke interpretatie van de bijbel steeds belangrijker
- de hele schepping als een bron waarin God zich openbaarde; de wereld kon worden gelezen als een door God geschreven boek—elk onderdeel ervan verwijst immers naar de Schepper
- tot de 12e eeuw overheersten de platoons-augustinische opvatting over de relatie tussen taal en werkelijkheid
- Platoonse ideeënleer= de in taal uitgedrukte begrippen corresponderen met een metafysische realiteit; het begrip boom verwijst naar de ideale metafysische boomheid
- Aristotelisch realisme= de begrippen zijn gefundeerd in de fysische werkelijkheid van de dingen die ze aan duiden, niet in de metafysische werkelijkheid
- Nominalisme= tegenhanger platoons realisme en aristotelisch gematigd realisme: merkt begrippen aan als pure conventies; begrippen berusten louter en alleen op onderlinge afspraken tussen mensen; zijn hersenartefacten die niet corresponderen met entiteiten buiten de menselijke geest
- 1000/1300: platoons realisme verloor steeds meer terrein op het aristotelisch realisme en nominalisme—taal hoe langer hoe meer opgevat als een tekensysteem dat berust op afspraken onderling
Boom van Porphyrius
- de wereld is hiërarchisch geordend; gedemonstreerd aan de keten van het bestaan
- was leerstof voor het logicaonderwijs
- moet de functie van de praedicabilia= classificatietermen duidelijk maken
- genus= geslacht= een ruimer verzamelbegrip dan species/een bepaalde genus bestaat uit verschillende species
- species= soort= een deelverzameling van de genus
- differentia= een wezenlijk, specifiek onderscheidend kenmerk; definieert de species
- proprium= onderscheidende eigenschap die door alle elementen fan de deelverzameling wordt gedeeld/ een niet-wezenlijke specifieke, onderscheidende eigenschap
- accidens= eigenschappen die niet bijdragen aan het wezen of onderscheid van een deelverzameling/ een niet-wezenlijk,niet-specifiek onderscheidende eigenschap
Conrad van Hirsau: gebruikt in zijn Dialogus de platoonse indeling; de docent maakt de uittreksels voor de student
Grammatica:
- tegenwoordig: houden zich bezig met structuren en zijn primair geïnteresseerd in de systematiek van de taalbouwsels
- klassieke oudheid en middeleeuwen: de afzonderlijke letters juist belangrijk; een fixatie op letters
Geschreven teksten in de 13e eeuw vnl beschouwd als een weergave van gesproken teksten. De tekst op zich dateert uit de tijd dat de toegang tot een geschrift nog niet werd vergemakkelijkt door hulpmiddelen als kruisverwijzing etc.
Retorica= artes dictamines
- de retorica vooral invloed op documenten in de handboeken met standaardformuleringen voor oorkonden, testamenten, decreten en andere officiële stukken
- eerst bedoeld voor Latijnse stukken maar later ook gebruikt voor vergelijkbare stukken in de volkstaal
- op de literatuur in de volkstaal heeft de retorica geen invloed gehad; de voorschriften ars poëtica werden niet naar de volkstaal overgebracht
Werkboek 12
Paus Gregorius de Grote 600 na Chr.
- tegen aanbidding van afbeeldingen
- wel een didactische functie voor ongeletterden
- beeldgebruik in kerken is van oudsher toegestaan
- het volk waardeert de afbeeldingen
- bisschop Serenus zou zich van het volk vervreemden als hij ze liet verwijderen
Bernardus van Angers
- beeld van heilige fides(imago) vervult niet de functie van afgodsbeeld maar dient alleen om de herinnering aan de heilige levend te houden
- in de praktijk dezelfde houding als Gregorius
Guillelmus Durandus
- wijst gebruik driedimensionale beelden af en beroept zich daarbij op de bijbel
- schilderingen wel toelaatbaar, zelfs nuttig hoewel hij hiermee ingaat tegen het besluit van een concilie
- beelden zijn de letteren van de leken
- memoratieve functie
- beelden prikkelen het verstand meer dan het woord
B. van Clairvaux
- voorstellingen van heiligen op kerkvloeren moeten worden ontzien
- tegen illusie en bedrieglijkheid beeldende kunst; tegen zinnelijk en bezwerend karakten
- bisschopskerken: voor leken beeldgebruik en versiering toegestaan om ongeletterden van de glorie van God te overtuigen
- kloosterkerken: geen rijke aankleding want dit is een teken van pronk-en hebzucht. De ontroering die de beelden teweeg brengen is niet van godsdienstige aard maar van esthetische—ze leiden de monniken af van boeken en van God
- ook voor het geheugen
- beelden prikkelen het verstand meer dan het woord
Suger van St Denis
- afbeeldingen en versieringen in het algemeen; afbeldingen van heiligen niet met name genoemd—daarom levert Suger geen bijdrage aan de discussie over de verering van afbeeldingen van heiligen
- verdedigt het gebruik van afbeeldingen en versieringen in kerken: deze brengen de eerbied voor het huis van God en voor de Eucharistie
- zijn gebrandschilderde ramen waren voor geletterden bedoeld
Middeleeuwse geheugenkunst
- ten dele gebaseerd op de klassieke Latijnse mnemotechniek
- Ad Herennium: retorisch leerboek 1e eeuw voor Chr./ symbolisch-topologische techniek/ maakte gebruik van beelden en plaatsen/ informatie in delen opgesplitst/ voor elk deel een bijpassend beeld gevormd en om ze te onthouden in een ruimte op volgorde geplaatst/ heeft een sterk universeel karakter en sloot daarom goed aan bij het veelvuldig gebruik van symbolen en beeldspraak in de middeleeuwen
- Klassieke Romeinse geheugentechniek: pas in de 13e eeuw weer in de belangstelling
Sugers opvattingen over kunst:
- Van Run: voorstander beeldgebruik en rijke aankleding ook van kloosterkerken/ beeldgebruik en rijke decoratie kunnen opwekken tot God/ Gods glorie hierdoor duidelijk gemaakt/ Sugers lichtmystiek aan Augustinus ontleend
- Panofsky: bij Suger betekent anagogisch—opwaarts leidend(van het materiele naar het immateriële)/ wijst uitdrukkelijk op overeenkomsten tussen Suger en Pseudo-Dionysius
Pseudo-Dionysius: het symbool als de directe uitdrukking van de goddelijke werkelijkheid en zo werkzaam
Augustinus: het symbool is werkzaam door het geloof van de beschouwer die er het onzichtbare, goddelijk in kan zien
Sedlmayer: connecties van Suger met het Franse koningshuis
- St Denis de grafkerk Franse koningen
- Lodewijk VI opgegroeid in St Denis; beschouwde zich als leenman heilige Dionysius
- Suger plaatsvervangend regent Frankrijk tijdens de tweede Kruistochten
Van Run
- in het kader van de visuele bijbelexegese is anagogisch één van de vier mogelijke interpretaties van de bijbel= een uitleg op de toekomst met name in het heilshistorisch perspectief
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Jacqueline van Diejen- Peterse (2001)