De Middeleeuwse Ideeënwereld

Hoofdstuk 12 – functies van waardering van het beeld

De functies die beelden vervulden in de ME werden door litterati (geletterden) vergeleken met de heidense beeldencultus, mede doordat er relieken in werden opgenomen. In combinatie met de beeltenis vervulde laatstgenoemde een belangrijke rol in de tegenwoordigstelling (presentia) van de heilige. Met de aanwezigheid van een reliek leek een heilige te "leven". Wonderbare acties van beelden zijn gebaseerd op eenzelfde identificatie van zichtbaar/beeld en onzichtbaar/afwezige heilige.

Volks- en bijgeloof heeft hierbij altijd een belangrijke rol gespeeld, en is niet een specifiek kenmerk van de Middeleeuwen.

Gregorius de Grote -> tweetal brieven 599 en 600 aan bisschop van Marseille. Deze bisschop wilde beelden verwijderen uit zijn kerk, waar Gregorius op tegen was. Beelden mogen inderdaad niet aanbeden worden, maar indien schilderingen of beelden als substituut voor het Woord worden ervaren, dan mogen degenen die daar baat bij hebben niet voor het hoofd gestoten worden. (verschil voorstelling – tegenwoordigstelling)

Bij Byzantijnen verschil tussen aanbidding (latreia) en verering (proskunesis) (8e en 8e eeuw). Verdedigers leggen hier de nadruk op de mystieke functie van het beeld. Dit stond op gespannen voet met de menselijke makelij van beelden.

De uitspraken van Gregorius zijn door de hele ME aangehaald. Echter, als een ongeletterde schilderingen moet kunnen lezen, vereist dat toch een zekere mate van voorkennis van deze "geschiedenissen" (historiae)

Tot de 12e eeuw bleef de monumentale kunst beperkt tot wandschilderingen, het grootste gedeelte betrof geïllumineerde beelden, liturgische voorwerpen e.d. De didactische functie van deze kunst betrof vooral de geletterde clerus.

Van menig Romaans kapiteel kan nog met moeite de betekenis/functie ontraadseld worden. Ook worden veel sculpturen/schilderingen op hoge en moeilijk bereikbare plaatsen aangebracht.

Zoals bijv. bij de kathedraal van Chartres zijn de iconografische programma’s toch vaak moeilijker dan voor een leek, of zelfs minder geleerde clerus ook destijds te begrijpen was.


Visuele exegese
Een methode van schriftuitleg, waarbij de rollen van woord en beeld in zoverre omgekeerd zijn, dat de voorstelling of het programma in zeer gecomprimeerde vorm een Schriftexegese in beeld brengt (uitleg).

Origenes – kerkvader – uitgewerkt systeem bijbeluitleg:

  1. historia – OT gegeven
  2. allegoria – NT antitype
  3. tropologia – uitleg in morele termen
  4. anagoge – uitleg op toekomst

Meervoudige bijbeluitleg in beeld -> belangrijke bijdrage gedaan d.m.v. didactische en wetenschappelijke traktaten, vooral voor filosofie, natuurwetenschappen en kosmologie. De populariteit van dit soort schema’s heeft te maken met relatief sterke groei van onderwijs- en schriftcultuur in deze periode.

Voorbeeld visueel-exegetische voorstelling:
Vierdelig, cirkelvormig diagram met uitbeelding van:

dit rond thema’s als het Paradijs en het Hemels Jeruzalem


Fantasiewereld flora en fauna, monsters en gedrochten
Ten eerste als ‘ornamentum’ (versiering) aangegeven, ter meerdere glorie van God en het esthetische genoegen.

Bernardus van Clairvaux ziet hierin een bedreiging voor de monastieke spiritualiteit, maar geeft tegelijkertijd door zijn commentaal de prikkeling van de nieuwsgierigheid aan. Omwille van de spiritualiteit bekritiseert hij ook het materialisme van het gebruik van kostbare kunstwerken. De zintuiglijke aard strookt niet met de spiritualiteit, de rijkdom niet met de gelofte van armoede.

Het is echter ook zeer goed mogelijk, maar niet meer na te gaan, dat dit soort afbeeldingen voortkomen uit volks- en bijgeloof, via psychische drijfveren als angst, onzekerheid en agressie. -> kwaad wordt met kwaad bezworen.

Een dergelijke functie moet ook worden toegekend aan de fallische symbolen, waarvan er veel meer moeten zijn geweest dan latere zedenmeesters ons hebben willen doen geloven.

Kunst in de vroege en volle ME is in belangrijke mate tot ontwikkeling en bloei gekomen in monastieke milieus, niet zelden centra van geletterdheid.

Abt Suger van Saint-Denis meende juist door het gebruik van artistieke rijkdom het geestelijk leven te stimuleren. De voorstellingen van de decoraties zouden het geestelijk leven kunnen verdiepen, en de bijzondere materiële kwaliteiten zouden een mystiek-anagogische functie kunnen dienen.

Pseude-Dionysius -> symbool is een authentieke en directe uitdrukking van de goddelijke werkelijkheid, komt uit deze werkelijkheid voort. Bij Augustinus krijgt het symbool zijn betekenis van de zijde van degene die het beschouwt en ervaart. Suger en Saint-Victor hangen de laatste theorie aan.

Bij Sugers kunstwerken komt het beeld op de eerste plaats, maar vormen de inscripties onmisbare sleutels tot de diepere betekenis.

Verbondenheid Suger met Franse vorstenhuis, St.Denis was een pelgrimsoord en vervulde ook een publieke functie. Daarom legde Suger extra nadruk op het vergroten en verfraaien van de kerk.

Waardering cisterciënzers voor de crucifix, vooral in de 13e eeuw en in navolging van Bernadus van Clairvaux.

Nieuw is in dit geval de functie van het beeld om "op te roepen tot de gemoedsstemming van devotie", zoals geformuleerd door o.a. Thomas van Aquino en Bonaventura.

Grootschalige import van Byzantijnse iconen na 1204 (verovering Constantinopel door christenen) met afbeelding van Imago Pietatis (beeld van erbarmen). Tweeledig doel:

  1. erbarmen dat God met de mensheid toont in het Offer van zijn Zoon
  2. erbarmen van de mens met de lijdende Christus

De Byzantijnse iconen hebben een belangrijke stimulans betekend voor de ontwikkeling van de schilderkunst op losse houten panelen.


| Geschiedenis | Middeleeuwse Ideeënwereld | Vorige | Werkboek |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

Evelyn Ligtenberg (2001)