De Middeleeuwse Ideeënwereld

Hoofdstuk 6 : De natuurlijke omgeving

Sympathie voor de natuur bestaat eigenlijk pas sinds de Romantiek. Voor ME eerder een bron van verschrikking en chaos: wild, gevaarlijk, bedreigend, eenzaam, moeizaam door te komen etc. Duidelijke uiting van ongeordendheid, van in zonde vervallen schepping, beeld van het ongeregelde driftleven van de mens.

Voor ons heeft vrijheid te maken met ongebondenheid, maar voor de ME, toen de anarchie de norm was, betekende vrijheid beheersing: beheersing van de natuur en van de ziel. De rede legde aan wil en gevoel haar inzichten op.


Natuur in de volkstalige literatuur

Tegenstelling natuur-cultuur
Ridderromans – rand van het woud is voor het hofgezelschap positief in de vorm van jachtpartijen of paardrijden, dieper in het woud leven de rovers, marginalen, wilde dieren en duivels

Eerste Arthurroman: Erec et Enide van Chrétien de Troyes
Roman van Heinric en Margriete van Limborch, Brabantse versroman, ca. 1300 -> woud is een plaats van bittere ellende voor niet-ridders.
Conte du Graal van Chrétien de Troyes, ca. 1185, zou de "woudmens" door het hoofse publiek positief of negatief beoordeeld worden, als blijkt dat hij als ongetemde knaap mijlenver van de hoofse samenleving verwijderd is. Positief is de bedwongen, gecultiveerde natuur, ontmoetingsplaats voor een beschaafde gemeenschap.
Trojeroman van Segher Diengotgaf – Troje gold in de ME als centrum van de hoofse beschaving (Groene lusthof of viridarium).

Causaal verband tussen liefde (amor) en de lieflijkheid van de plaats (locus amoenus) – Isidorus van Sevilla. Wilde rozenstruik als symbolische aankondiging liefdesleer.

Vooropgezette betekenisverlening en ideologie in de ridderromans: heil is er alleen te vinden in de harmonische gemeenschap van het hof -> tegenstelling enkeling-hof. Hetzelfde geldt voor de tegenstelling natuur-stad in de Beatrijslegende.

Krachtige Christelijke traditie -> o.a. Augustinus, die waarschuwt voor een verzelfstandigend genieten, omdat dit de aandacht van God afleidt.

Vogelgezang -> genieten voor de mens, maar kan ook verwijzen naar eeuwigheidservaring.
Ruimtesymboliek -> bijv. een reiziger komt bij een kruispunt van wegen; in het woud wordt de mens met zichzelf geconfronteerd, het is een plaats van bezinning over vroeger gedrag.
Bekendste voorbeeld woudsymboliek in de Divinia Commedia van Dante (blz.179). Het beklimmen van een heuvel heeft van oudsher een bekeringsbetekenis.
Luipaard – wellust, leeuw – hoogmoed, wolvin – hebzucht, Vergilius – menselijke rede


Klassieke en christelijke tradities
Lieflijke natuur
Geleerde teksten over natuur, die refereren aan een lange literair-retorische traditie en teruggaat op principes uit de Grieks-Romeinse oudheid (Ovidius, Horatius, Vergilius).
Topos- literaire gemeenplaatsen

Artes poeticae – in 12e eeuw gaat het onderwijs van grammtica, tekstlectuur, schrijfprocédés en stijlfiguren gesystematiseerd worden o.i.v. de logica. Stereotiep van vorm en inhoud is normaal, zie Matheus van Vendome in zijn Ars Versificatoria (ca.1175) die er de nadruk op legt dat descriptiomodellen uit het hoofd moeten worden geleerd.

Stijlfiguren: conversio (omkering), variatio (afwisseling)

Vrijwel niemand in de periode 1000-1300 heeft bij het aanschouwen van een landschap een individuele, positieve waardering gevoeld voor de natuur.

Paradijselijke natuur
Hof van Eden en de zondeval – de mens bleef in de ME verlangen naar een herstel van die eerste onschuld, motief om de wereld te gaan verkennen en op zoek te gaan naar het paradijs.

Het onvolmaakte volgde op het volmaakte en niet omgekeerd.
Brief van Pape Jan: propagandamiddel in strijd tussen paus-keizer in 2e helft 12e eeuw.

Het is merkwaardig dat we geen duidelijk beeld krijgen van natuurbegrip en –gevoelens in een tijd waar de greep van de landbouw op de natuur steeds groter werd.


Planten en dieren
Historia Scolastica van Petrus Comestor, overzichtswerk bijbelse geschiedenis. Jacob van Maerlant schrijft een vrije bewerking: de Rijmbijbel (1271).

Populaire gedachte ME: natuur bevat lessen over Gods heilsplan m.b.t. de mens. Belangrijkste bron hiervoor: Physiologus werk uit ca.200 n. Chr. Alexandrië door een anonieme christen

Negatief vossenbeeld in de ME: vos werd geassocieerd met de duivel, vanuit deze teksten

ME biologie in encyclopedieën
Liber de natura rerum –
Thomas van Cantimpré (1244) boek over alle beschikbare natuurwetenschappelijke kennis – synthese moraliserende en wetenschappelijke traditie

Albertus Magnus gebruikt in navolging van Aristoteles wel ervaring, eigen observatie en experimenten: Quaestiones super libris de animalibus en De animalibus.

Der naturen bloeme van Jacob van Maerlant (ca.1266) vertaling van Liber.. van Cantimpré, vertaald voor een hofpubliek. Maerlant heeft hoofdstukken over de ziel, anatomie, meteorologie en astronomie weggelaten. Hij beschrijft achtereenvolgens: mens, dieren, planten, stenen.

Botsende tradities
Steunend op boekenkennis en het geloof in autoriteiten bracht ME geleerden in moeilijkheden op het moment dat twee gezagsvolle tradities met elkaar in conflict raakten. Bijv. sirene: is het een vogel, of een half mens/half vogel, of een zeemeermin?


| Geschiedenis | Middeleeuwse Ideeënwereld | Vorige | Volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

Evelyn Ligtenberg (2001)