De Middeleeuwse Ideeënwereld
Hoofdstuk 3 - God
Lucien Febvre - het begin van de 16e eeuw was nog Middeleeuwen, van hoog tot laag doordrenkt van religie. Spotzucht en parodie vormden een intrinsiek onderdeel van de Middeleeuwse religie.
L.M. de Rijk - Middeleeuwse wijsbegeerte - religie en geloof in God behoren tot het paradigma van het Middeleeuwse denken, zo vanzelfsprekend dat ze er niet uit weg te denken zijn.
Hoe brengt men onder woorden wat een grote mate van vanzelfsprekendheid bezit? De Middeleeuwen waren doordrenkt van religie en het magische. Maar dat wil nog niet zeggen dat de historicus hiertoe een directe toegang heeft. Het bronnenmateriaal verspert hem juist de weg.
De jaren 1000-1300 laten een enorme opbloei zien in het denken over God.
Summae -> grote overzichtswerken van de 13e eeuw
Wat bond in de Middeleeuwen was de eenheid van het sacrament, de eenheid van de katholieke kerk, daarmee was niet de werkelijkheid ook sacraal. Maar het had wel degelijk een invloed op de werkelijkheid van alledag.
God als sacrament: Berengarius en Lanfranc
Hoc est enim corpus meum - want dit is mijn lichaam. Pas in de 11e
eeuw dient zich de vraag naar de "exacte" betekenis hiervan zich in alle hevigheid
aan.
Hoe groot het wonder in de eucharistie ook moge zijn, een verandering van lichaam in brood en bloed in wijn kan volgens Berengarius niet (waarneembaar) optreden. Daarom vindt hij de letterlijke vertaling aanvechtbaar. Lanfranc valt hem hierop aan en vindt het een aanval op een door iedereen gedeeld geloof., hij wil het letterlijk nemen
God als "performance": Petrus Damiani en Anselmus van Canterbury
Petrus koos het hermietenbestaan tot hij in 1058 door de paus tot kardinaal-bisschop
van Ostia werd benoemd. Sterker nog dan Lanfranc ageerde hij tegen de nieuwlichterij
en de moderne logici, wat hem betrof, stond God boven de wetten van taal en
denken. Damiani's visie bleek niet de toekomst te hebben. Anselmus, Thomas,
Abaelardus en Bonaventura: allen wierpen zich op de grammaticale en logische
analyse van religieuze taal.
De verschuiving van een retorische benadering naar een meer filosofisch-logische benadering stelde de rekbaarheid van de taalcorpus zeer op de proef.
Anselmus kwam met een talig bewijs voor het bestaan van God in de buitentalige werkelijkheid. Voor Anselmus is mediteren ook nadenken, en vice versa.
Het unieke van de Proslogion is dat Anselmus de monastieke jammerklacht (over het beroep van monnik) laat voorafgaan aan zijn bewijsvoering voor het bestaan van God. Zijn teksten hebben een bezwerende werking. Men zal altijd en overal geraakt worden door het dynamische karakter hiervan.
God als mens: Bernardus van Clairvaux, Franciscus van Assisi en Bonaventura
Tussen 1100-1300 nemen de religieuze gevoeligheid en subjectiviteit toe.
In overeenstemming daarmee verandert ook het Godsbeeld. De God van het Laatste
Oordeel zoals wij die kennen van timpanen van Romaanse kerken verandert in de
lijdende, menselijke Christus van de gotiek. Vraag: vindt er een humaniseringsproces
plaats tussen 1000-1300?
Bernardus van Clairvaux:
Weenplicht - officium flendi
Ritueel wenen als onderdeel van boete en berouw, God wordt op die manier
naderbij gehaald
Literair-cultische performance.
Als van iemand een doorbraak naar een meer spontaan godsbeeld verwacht mocht worden, dan wel van Franciscus van Assisi. Om zijn Zonnelied te kunnen begrijpen hoeft niet eerst het cultisch gehalte bepaald te worden, of het literaire genre of symbolische verwijzingen.
Identificatie Franciscus met de gekruisigde Christus -> nieuw soort subjectieve devotie. De stigmatisatie is uniek en niet voor herhaling en navolging vatbaar.
Bonaventura -> na jaren gedoceerd te hebben aan de universiteit van Parijs, werd hij ondergeneraal van de franciscanen. Hij herschreef het leven van Franciscus en verklaarde alle andere versies voor afgedaan.
Itinerarium mentis in deum ( reisgids van de ziel naar God) - zeven trappen voor de opgang van de ziel naar God via de sporen van God in de geschapen werkelijkheid.
Bonaventura bevond zich op de breuklijn van oud en nieuw. Niemand voor of na hem heeft de verschillende elementen uit de taalcorpus zo kunstig bij elkaar weten te brengen.
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Evelyn Ligtenberg (2001)