De Middeleeuwse Ideeënwereld
Hoofdstuk 1 - Bronnen en tradities
Strubbe - een historische bron of geschiedbron is datgene, waaruit de historicus het bewijs van de feiten haalt. Dus iets wat op de een of andere manier een bewijs kan leveren voor iets wat in het verleden heeft plaatsgevonden.
Soorten indelingen:
Historische bronnenkritiek: doel: de bewijskracht van de bronnen te onderzoeken
Schriftgebruik
Technologie van het geschreven woord. De eerste eeuwen van de vroege Middeleeuwen
laten de geleidelijke invoering van een perkamenten schriftcultuur zien ten
koste van de papyrus en de inscripties. In de late Middeleeuwen wordt op haar
beurt het perkament vervangen door het papier en de drukpers.
Kloosterbibliotheken: belangrijke reservoirs van geschreven kennis.
Tot in de 12e eeuw was de geleerde schriftcultuur voorbehouden aan een intellectuele elite van de geestelijken, die vrijwel uitsluitend in het Latijn schreef. Pas vanaf de 12e eeuw gingen ook niet-geestelijke hovelingen en vooral stedelingen deelnemen aan de schriftcultuur. Zij gaan de volkstaal gebruiken en ook beginnen met het opschrijven van een tot dan toe mondelinge overlevering.
De geestelijkheid had belang bij het gebruik van het schrift. Hun sociale functie was tweeledig: ze diende de bovennatuurlijke machten en belichaamde de confrontatie tussen de wereld en het "heilige".
Het schrift diende om het geheugen te ontlasten, zo ontwikkelde zich de monastieke liturgie.
Soms was de kennis die aan kathedraalscholen vergaard werd groter dan eigenlijk nodig was voor de seculiere clerus. Hun aandacht voor de wetenschap was dan vaak groter dan die voor de pastorale zorg waar ze voor opgeleid werden. Bijv. Abelardus.
Abelardus kwam in conflict met Bernard van Clairvaux. Bernard was gekant tegen kennis omwille van zichzelf, omdat dat hem afhield van het zoeken naar een steeds grotere volmaaktheid. Abelardus was ervan overtuigd dat kennis en begrip juist hielpen bij geloven.
Academische kennis is een middel tot machtsuitoefening geworden.
Theodulfus van Orléans (750-821) Capitula, de seculiere clerus onder Karel de Grote moest over de Schrift preken.
De geestelijkheid schreef niet alleen voor zichzelf: ook deels voor de hele Christenheid bedoeld. De wereldlijke aristocratie bedoelde meestal de inwoners van een bepaald gebied of onderdanen van een bepaalde koning te bereiken.
Lex Salica = het opgetekende Frankische recht.
De Karolingers maakten meer gebruik van het schrift dan voorgaande rijken. Maar
of dit mogelijk was geweest zonder medewerking van de clerus valt te betwijfelen.
Bij schriftgebruik moet niet alleen gekeken worden naar de functie voor de maatschappij als geheel maar ook naar de functie die het schriftgebruik kan hebben voor het vormen en bevestigen van het beeld dat een groep van zichzelf en van anderen heeft. Deze beeldvorming kan al dan niet gebruik maken van literatuur: verhalen, liederen, gedichten, raadsels en grappen. In hoeverre deze beschrijvingen een juist beeld geven van de samenleving is een oude strijdvraag. Het zou kunnen zijn dat een tekst alleen naar zichzelf verwijst, en niet naar zijn omgeving.
Het voorbeeld van een preek geeft aan dat er een relatie bestond tussen auteur, tekst en publiek.
Hoe is de tekst?
- ernstig of vrolijk
- rol van gemeenplaatsen
- topoi
- rol van de waardensystemen waartoe de auteur kan behoren
Nog meer dan binnen de geestelijkheid hebben we binnen de aristocratie te maken met sociale en regionale verschillen. Geestelijken schreven vaak de literatuur voor de aristocraten. Pas in de 14e eeuw kon het grootste deel van de Duitse adel lezen en schrijven.
Schriftgebruik stedelingen: langzame ontwikkeling geldeconomie, kooplieden moesten een boekhouding voeren en dus een beetje kunnen lezen en schrijven. De stedelingen spiegelden zich eerst aan de aristocratie en geestelijkheid qua schriftcultuur. Vanaf de 12e eeuw ontstonden hier en daar scholen, waarbij de kerk toezicht hield. In de 13e eeuw werd de stadsschool gemeengoed. De voertaal was nog steeds Latijn, echter de moedertaal nam steeds meer de overhand.
Plattelandsbevolking: artes liberales waren voor een vrij man, in die tijd een man van stand, de artes mechanicae, technische wetenschappen waren bedoeld voor arbeid, en arbeid werd gedaan door slaven en horigen. Het beeld dat ze van zichzelf hadden werd overgeleverd via verhalen, liederen en andere vormen van cultuuroverdracht die ons bekend zijn uit ongeletterde samenlevingen.
Mondelinge overlevering
3 tradities van kennisoverdracht:
Het is moeilijk om op grond van geschriften een uitspraak te doen over de ideeënwereld van ongeletterden.
Primary oral cultures: samenlevingen die nooit in contact zijn gekomen met het schrift. We kunnen de ongeletterde middeleeuwer als zodanig zien, al zullen ze heus wel schrift herkend hebben.
Ongeletterde Middeleeuwers wisten slechts wat ze zich konden herinneren: het geheugen speelde een grote rol. Ze trainden hun geheugen, ook de geletterden, want perkament was duur.
Mondelinge teksten zijn:
- additief -> de ene zin wordt aan de andere verbonden met "en", "toen",
"of".
- Copia -> neiging tot herhaling, uitweiding en omhaal van woorden
De invoering van het schrift en het onderwijs bevordert het abstracte denken.
Slechts indien een vertegenwoordiger uit de schriftcultuur iets de moeite waard vond, werd het genoteerd en bewaard voor later, dus zaken zijn selectief overgeleverd.
Continuïteit:
Bronnen van de geleerde traditie
Drie oudere tradities vanuit de Karolingische tijd waar men zich op baseerde:
Hiëronymus -> vertaalde de bijbel naar het Latijn vanuit Grieks en
Hebreeuws (350-420).
Alcuinus -> herzag deze teksten op gezag van Karel de Grote en schonk meer
aandacht aan interpunctie, spelling en grammatica -> Biblia Vulgata
Stephen Harding van Citeaux -> afschrift van de oude bijbel, die op dat moment als meest juiste kopie werd erkend -> Vetus Latina
Petrus Cantor -> indeling bijbel in verzen (1170-1197), ook schrijver Summa
Abel, een alfabetische indeling van bijbelse sleutelwoorden en voorzien van
verschillende betekenissen.
Stephen Langton, aartsbisschop van Canterbury -> bijbelindeling in hoofdstukken
(1228)
Hugo van St-Clair (1190-1263) -> terugvinden bijbelpassages m.b.v. sleutelwoorden
Door de invoering van hulpmiddelen hoefden de teksten niet meer van A tot Z gelezen worden, maar konden ook gedeeltes worden geraadpleegd. Een complete verandering in de manier van lezen, waardoor een ontwikkeling in de westerse geletterde mentaliteit kon ontstaan.
Paus Gelasius (492-496) -> decreet over boeken die men wel en niet moet lezen
Kerkvaders -> orthodoxie, goede levenswandel, goedkeuring door kerk, ouderdom. Vier belangrijkste kerkvaders: Hiëronymus, Ambrosius, Augustinus, paus Gregorius de Grote. Griekse theologen die als kerkvaders konden gelden, waren toen alleen nog maar in vertalingen bekend.
Geschriften uit oudheid
Vanaf het begin leed het christendom aan een fundamentele ambiguïteit
tussen geloofwaardigheid en gebruik van rede. De houding van monastieke auteurs
liep uiteen van volledige afwijzing tot een weifelachtige acceptatie van deze
werken.
Geen fatsoenlijk leerboek Grieks werd samengesteld in de Middeleeuwen, toen Roger Bacon (1220-1292) met een grammatica kwam waarmee Grieks gelezen kon worden, toen vond deze geen aftrek.
Via de Arabische wereld kwamen veel Griekse werken naar het Latijnse westen. Aristoteles kwam in de belangstelling bij zowel christenen als islamieten. De aristotelische logica speelde al vanaf de 9e eeuw een rol en die zou middels de vertalingen alleen maar toenemen..
1255 - studie van natuurfilosofische werken van Aristoteles aan de Parijse universiteit werd door de bisschop van Parijs in 1270 en 1277 veroordeeld, vanwege het rationalisme, dit zou leiden tot een verontachtzaming van de christelijke openbaring en de kerkelijke traditie.
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Evelyn Ligtenberg (2001)