OPERA: Twaalf opera's als spiegels van hun tijd

Operaregie

Functie regisseur pas sinds ca. 1920 -> deze kan steeds nieuwe betekenissen aan overanderlijk canon van opera's ontlokken. De regisseur moet de muzikale en tekstuele inhoud en theatrale vorm naadloos en betekenisvol op elkaar laten aansluiten.

Artistieke taak:

  1. het spel, het acteren -> spelcoaching, rolopbouw -> niet afvragen wat wil het libretto, maar hoe krijgt de hedendaagse toeschouwer inzicht in het personage en het verhaal?. Tijdsordening -> onderzoek tempo en ritmiek van de verschillende scènes
  2. ruimte -> decor, enscenering, architectuur -> vaak ontworpen door een scenograaf en/of belichter

Corago _> rond 1600 artistiek-organisatorische leider _> in moderne termen regisseur/directeur/producer in een persoon.
Vb. Enilio de'Cavalieri -> hoffeesten van de Medicis
De corago legde de brug tussen de veeleisende smaak van de adellijke barokcultuur en de voouitgang in het technische kunnen.

Zangers kwamen voort uit:
1.koor hof- en kerkkoor
2.commedia dell'arte

Rinuccini -> traktaat over corago -> eerbetoon aan diens functie

Vele beroepen hadden hun bestaansrecht te danken aan het bestaan van de corago.

Erfgenaam van de corago -> toneelmeester: repetitie- en voorstellingsproces in goede banen leidend en overkoepelende ensceneringstaken.
In F in navolging van Lully de régisseur

Sensibiliteit van de 17e eeuw: makers en publiek hechtten meer waarde aan het zintuiglijk waarneembare dan aan de inhoud. Muziek, tekst, zang en theatrale elementen als spel en decor zochten hun werking met behulp van de virtuositeit.

Castraat eigende zich de tijd toe. Hij was niet meer en niet minder de ster van de show, maar hij werd nooit zoals de corage de auteur van de show.

Traditie in de opera -> vooral in de opera seria codering in done's en not done's:

  1. plaats en beweging -> geen rechte lijnen op het toneel
  2. plaatsing van personage t.o.v. elkaar -> rechts dominant over links
  3. spreken van personages -> wie sprak of zong bevond zich naar voren op het toneel.
  4. Oogcontact mogelijk tussen acteurs, handen reiken naar elkaar, lichaam altijd gericht naar het publiek
  5. Gevoelens werden op standaard gestieken en mimieken naar voren gebracht: expressieve gebaren, illustratieve gebaren en retorische gebaren. Meeste bewegingen werden gestuurd vanuit rechterarm en -been.

Acteren in opera buffa:
Veel meer concrete activiteiten werden op het toneel uitgevoerd. Lichaamstaal diende hier om sociale verhoudingen duidelijk te maken.

Barok -> Italiaanse opvattingen over theaterruimt en -gebouw werden alom aanvaard.

Voorstelling werd binnenskamers gehouden, in tegenstelling tot voorheen waarin in openluchttheaters werd gespeeld

Romeins theater:


| Menu | Kunst | Opera | vorige |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

Evelyn Ligtenberg (1999)