Wat is Filosofie?

Inleiding in de Filosofie

Leerdoelen:
Na het bestuderen van deze leereenheid
- heeft u een indruk van de veelzijdigheid van de filosofische traditie
- kunt u enkele kenmerken van de filosofische vraagstelling bespreken
- kent u in hoofdlijnen de historische verhouding van filosofie en wetenschap
- kent u enkele praktische motieven om te filosoferen
- weet u iets van het belang van taal en teksten voor het filosoferen
- kunt u uitleggen wat het belang van discussie voor de filosofie is.

1 Indruk van de veelzijdigheid van de filosofische traditie

Filosofie = liefde voor de wijsheid / wijsbegeerte

Grieken onderscheid twee vormen wijsheid: praktisch en theoretisch. Theoretisch = wetenschap, praktisch = juiste levenswandel, goed en rechtvaardig handelen.

Grieken: achter verwarrende veelheid van verschijnselen eenheid aan het licht brengen, het essentiële aanwijzen: onbegrensd vertrouwen in redelijke argumentatie. Tegenstroming raadde dit af.

Sofisten en retorici richten zich op de menselijke samenleving en op methoden om argumenten daar zo overtuigend mogelijk toe te passen, dus niet op zoek naar objectieve kennis.

Geen algemeen aanvaarde definitie van filosofie, immers altijd keuze voor bepaalde vorm. Of exact redeneren of persoonlijkheid en situatie of de intuïtie.

Filosofie gekenschetst als traditie: losse samenhang van verschillende denkstijlen en stromingen.

Kenmerk grote filosofen: verschillende onderdelen van de traditie in nieuwe samenhang weten te plaatsen.

Cultuurgebonden. Antwoorden vanuit eigen cultuur.


2 Filosofische vragen

Filosofie heeft geen eigen object. Geen grens aan onderwerpen, meeste onderwerpen geclaimd door vakwetenschap. Filosofie gekarakteriseerd door wijze waarop zij bepaalde vragen stelt: geen enkele vraag voor je houden en alles wat vanzelf spreekt goed tot je door laten dringen, om het zodoende als problematisch te gaan zien.

Vragen naar vooronderstellingen, naar datgene wat aan de vertrouwde werkelijkheid ten grondslag ligt. Kant:

- Wat kan ik weten?
- Wat moet ik doen?
- Wat mag ik hopen?
- Wat is de mens?

Nodigen uit tot systematisch onderzoek, waarin de eerdere antwoorden hierbij betrekkend. De methodiek hangt af van de filosofische school en is kenmerkend voorde filosofie. Filosofie bestaat niet in vacuüm, afhankelijk van historische omstandigheden. Op haar beurt ook weer van invloed op die omstandigheden. Geen rechtstreeks antwoord, persoonlijke dimensie aanwezig.


3 hoofdlijn historische verhouding filosofie en wetenschap

Oudheid: geen onderscheid

Middeleeuwen: verhouding tot theologie is bepalend:
- hoogste waarheid gekend door theologie en filosofie
- hoogste waarheid alleen theologie (filosofie hulpwetenschap)
- gescheiden domeinen filosofie en theologie: dubbele waarheid; geloofswaarheid en filosofische / wetenschappelijke waarheid.

Moderne tijd = vanaf 1600!: verschillende vakwetenschappen begonnen zich los te maken van de filosofie.

17e eeuw: mathematische natuurwetenschap. Succes leek filosofie overbodig te maken: herdefinitie filosofie; theoretische grondslag waarop alle verdere wetenschappelijke kennis rustte. Theoretische natuurwetenschap = natuurfilosofie.

vanaf 1800: geschiedenis zelfstandig

vanaf 1900 verzelfstandiging van de mens- en maatschappijwetenschappen.

Na verzelfstandiging moet de filosofie zich verdedigen tegen de mening dat alle echte kennis door de wetenschappen geleverd wordt.

Tegenwoordig vier visies relatie filosofie / wetenschap

  1. Filosofie als alomvattende synthese: resultaten van de wetenschappen worden in die synthese opgenomen
  2. Filosofie als zingeving: wetenschappen brengen feiten aan het licht, filosofie zorgt voor de betekenis voor het leven. Zinvraag hoort exclusief tot domein filosofie. F bovengeschikt
  3. Filosofie als analytische begripsverheldering: Zingeving is achterhaald. Filosofie is om verwarring uit verleden in analyse op te helderen (neopositivisten). F ondergeschikt
  4. Filosofie als onderzoek naar gehanteerde vooronderstellingen. De theoretische en praktische vooronderstellingen die ten grondslag liggen aan de verschillende wetenschappelijke methoden worden in filosofie onderzocht op hun geldigheid en mogelijkheden. Inzicht in vooronderstellingen die verschillende wetenschappen en theorieën kenmerken. Bevordering samenwerking disciplines, hulp bij leggen relaties buitenwetenschappelijke praktijk. F gelijkwaardig.
  5. Praktische motieven


Vraag naar andere rechtvaardiger verhoudingen centraal.

Existentialisme (levensfilosofie): stelt bestaan van de mens centraal, niet vastgelegd door structuren buiten de mens of aard van de mens vastgelegd. Vrij om eigen bestaan te ontwerpen. Onttrekken aan sociale conventies. Sartre.

Frankfurter Schule: tegen onderdrukking, aandacht voor sociaal-economische structuren. Filosofie en wetenschap nooit waardevrij: maatschappij en waarden aan kritisch onderzoek blootstellen.

Postmodernisme: alle pogingen om in politiek, cultuur, religie of wetenschap en definitieve waarheid vast te stellen zijn tevergeefs en kunnen alleen als onderdrukkende machtsfactor werken. Wijzen op veranderlijkheid en ongrijpbaarheid van de werkelijkheid.

Praktische filosofie: individueel handelen of maatschappelijke structuren en processen of analyse politieke theorieën. Wereldverbeteraars en mensen die deze hoop al hebben opgegeven.


5 Indeling van de filosofie

Kentheorie en wetenschapsleer: Wat kan ik weten: wat is menselijke kennis, volgens welke maatstaven geldig? Sensualisten of empiristen: kennis uiteindelijk terug op de zintuigen; Rationalisten: vooral verstand brengt ware kennis voort. Wat is waarheid is kernprobleem kentheorie.

Metafysica en ontologie; Ontologie: algemene structuur van het zijn. Materialisten: alles verklaard uit materie, inclusief menselijk bewustzijn. Idealisten: Menselijk bewustzijn is meest fundamentele werkelijkheid. Dus realiteit uiteindelijk geestelijk van aard. Metafysica: algemene beginselen van de werkelijkheid. (Na de fysica geschreven door Aristoteles)

Ethiek: Normen waar wij ons naar richten bij al ons handelen. Twee hoofdstromingen: teleologische ethiek: doel en de motieven van de handeling én deontologische ethiek: handeling op zich, onafhankelijk van het doel. Legt nadruk op algemene regels waaraan iedereen zich onder alle omstandigheden dient te houden.

Logica: formele principes waaraan geldige redenering moet voldoen.

Taalfilosofie: kan filosofie ideale taal ontwikkelen waarin haar vragen helderder kunnen worden geformuleerd? Analytische filosofie: omgangstaal en ook filosofische vaktaal niet geschikt voor correct filosofisch redeneren, vervuild door onnauwkeurige en ronduit misleidende woorden. Kunsttaal nodig. Andere groep analytici (ordinary language) vindt omgangstaal wel bruikbaar, mits geanalyseerd. Tegenover beide groepen een groep die vindt dat juist het metafysisch taalgebruik geschikt is voorde precieze nuances. Mogelijkheden beter gebruiken.

Sociale en politieke filosofie: verhouding individu en samenleving. Utilitaristen: leden samenleving handelen altijd vanuit eigenbelang, leidt vanzelf tot evenwicht.. T.o.: individueel handelen geleid door normen, voldoen aan verwachtingen van omgeving. Ook: is objectieve kennis van maatschappelijke processen mogelijk?

Filosofische antropologie: Wat is de mens? Lichaam en ziel. tegenwoordig vooral bezig met onderzoek naar grondslagen mens- en maatschappijwetenschappen.

Esthetica en cultuurfilosofie: Beleving kunst. Bestudering cultuur.

Geschiedenis van de wijsbegeerte.

Andere indelingen mogelijk.


6 Belang van taal en teksten voor filosofie

Papier maakt vluchtige gedachtegang duurzaam, maakt het mogelijk correcties aan te brengen, kan tijd en afstand overbruggen. Hierdoor debat mogelijk. Geen filosofie zonder geschreven teksten. Lezen als denken met andermans hoofd. Gedachten van een ander krijgen pas betekenis als ze niet worden aangepast aan de bekende en vertrouwde betekenis, maar begrepen is hoe zij afwijken van bekende en desondanks op zichzelf een redelijke en begrijpelijke samenhang vormen. Binnen één stroming één bepaalde schrijfstijl en terminologie. Tussen stromingen verschillen.


7 Belang van discussie

Door bereidheid om niets van onderzoek uit te sluiten, blijft de filosofische traditie levend.


| Index | Inleiding in de filosofie |


Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

Ellen Goedegebuure (2000)