Moderne letterkunde: 1945-heden
De jaren vijftig
Aanvankelijk wil men doorgaan in de lijn van Forum en Criterium. Maar er
komen
- nieuwe dichters die zich afzetten regen de poëzie van het kleine
geluk
- nieuwe prozaschrijvers die aanzienlijk minder vertrouwen hebben in de
menselijke waardigheid
Het is een generatie die de oorlog bewust heeft meegemaakt.
De beweging van Vijftig
Karakteristiek
De beweging van Vijftig is een vernieuwingsbeweging in de poëzie van
de jaren vijftig die, al experimenterend met de taal, spontane creativiteit
voorop stelt. De vijftigers of experimentelen
- erkennen geen scheiding tussen kunst en leven
- zijn anti-esthetisch
- zijn anti-intelectueel
Ook op dichters die niet in hun lijn zijn doorgegaan hebben de experimentelen een invloed uitgeoefend, doordat er in het algemeen in de moderne poëzie een grotere vrijheid in de taalbehandeling en in de beeldspraak bestaat dan voor de Vijftigers.
- volledige vrijheid ten aanzien van de regels van de traditionele poëzie:
rijm en metrum
in mindere mate ten aanzien van de taalregels: geen hoofdletters, geen leestekens,
grote syntactische vrijheid
- nadruk op de klank (assonantie, alliteratie) en vorm van woorden
- dominerende plaats van de beeldspraak die autonoom wordt en niet naar
een werkelijkheid buiten het gedicht verwijst.
- het verband binnen het gedicht is meer associatief dan causaal
- vooral in het begin veel politieke betrokkenheid in deze poëzie
De Beweging van Vijftig vindt aansluiting bij het internationale modernisme van die jaren zowel in de literatuur als in de schilderkunst; Cobra-
Belangrijke auteurs
Lucebert, Gerrit Kouwenaar, Hugo Claus
De Vijftigers groeperen zich niet rondom één tijdschrift
Twee bloemlezingen in een goedkope uitgave hebben sterk bevorderd dat de
Vijftigers als een groep gezien werden.
Atonaal van Simon
Vinkenoog
Nieuwe griffels schone leien
van Paul Rodenko
Contacten tussen experimentele schilders en schrijvers - 126
Het ontluisterende proza van na de oorlog
Karakteristiek
Zo noemt men de vernieuwing in het proza die omstreeks 1948 ingezet wordt door W.F. Hermans, Van het Reve en Anna Blaman. Hierin wordt een ant-idealistische visie op de mens en op de maatschappij gegeven met veem aandacht voor seksualiteit en lichamelijkheid.
- de hoofdfiguur heeft geen idealen
- de toon is anti-intelectueeel
- de nadruk ligt op de lichamelijkheid, waarbij een weinig verheven visie
op de liefde hoort.
Belangrijke auteurs
Gerard Reve, W.F. Hermans in Nederland
Botsing tussen literatuur en maatschappelijke instanties - 127
Louis Paul Boon, Hugo Claus in Vlaanderen
Cultuurpolitiek tijdens de oorlog: In tegenstelling tot Nederland,
bleef België onder militair bestuur, hetgeen betekende dat de cultuurpolitiek
van de nationaal-socialisten afgeremd werd door de gematigder legerleiding.
Pas in juli 1944, na de landing in Normandië en amper een paar maanden
voor de bevrijding, kwam ook België onder burgerlijk Duits bestuur.
Inderhaast werd nog een Kultuurkamer opgericht die overigens papier bleef.
De Vlaamse schrijvers hoefden zich bijgevolg niet te melden voor een Duitsgezinde
schrijversorganisatie. De controle op de uitgeverijen was evenmin rigoureus
en ook de papierschaarste viel tot 1944 mee. De leeshonger van de Vlaamse
bevolking was ongekend groot en nogal wat schrijvers kregen onverhoopt veel
tijd om zich aan het schrijven te wijden. Die gunstige voorwaarden verklaren
de op het eerste gezicht wonderlijke bloei van de Vlaamse literatuur tijdens
de oorlogsjaren.
Vernieuwing van de Vlaamse roman: Het proza won aan belang in de
tweede helft van de jaren twintig. Op een enkeling na bleven alle romanciers
trouw aan het realisme. Wel werd die traditionele literatuuropvatting verruimd,
aangevuld met facetten van een modernere visie.
Zo stelde Maurice Roelants tegenover
de folkloristische streekliteratuur zijn psychologische romans.
De rebelse vitalist Walschap stond
meer open voor de dieptepsychologische dimensie.
Johan Daisne en Hubert Lampo verruimden
het psychologisch realisme.
Piet van Aken verrijkte zijn neorealisme
met bij de Amerikanen ontdekte modernistische elementen
Vormvernieuwing van de roman tijdens en na de Tweede Wereldoorlog - 124
De klassieke literatuur speelt in het werk van Ida
Gerhardt een belangrijke rol; zij vertaalt teksten, licht
motieven eruit, gebruikt ze als achtergrond of juist als parabel. De opdracht
de traditie in leven te houden staat bij alles voorop.
Leopold is een van de weinige
dichters in ons taalgebied die zich van de moeilijke versvorm van het rondeel
hebben bediend. Met hun veelzijdige benadering van de klassieke literatuur
staan Gerhardt en Leopold wat apart van de andere classici/literatoren uit
onze literatuur sinds Tachtig. De enige die zowel met Gerhardt als met Leopold
in verband kan worden gebracht is P.C. Boutens.
De klassieke traditie in Nederland - 145
De jaren zestig
De jaren zestig staan voor leuzen als "verbeelding aan de macht", voor provo, happenings, democratisering en vooral voor verruiming van alles wat kan en mag.
Neorealisme in de poëzie
Karakteristiek
De stroming in de jaren zestig die stelt dat ook de werkelijkheid kunst is. Het exuberante woord- en beeldgebruik van Vijftig roept een reactie op van dichters die de gegeven werkelijkheid al dichterlijk genoeg vinden.
De literaire lezing - 135
- zij erkennen geen rangorde tussen kunst en niet-kunst
- de persoonlijke gevoelens van de kunstenaar blijven op de achtergrond
- beeldspraak wordt afgewezen
verwantschap met de uit Amerika komende pop-art.
Belangrijke auteurs en tijdschriften
Barbarber: Amsterdams tijdschrift
waarvan J. Bernlef en K. Schippers
redacteuren zijn
Gard Sivik: Rotterdams tijdschrift
met Armando en Sleutelaar
Het politiek-maatschappelijk klimaat in de jaren zestig - 140
Anti-fictioneel en "ander" proza
Karakteristieken en belangrijke auteurs
De stroming in het proza die het einde van de roman aankondigde. Documentaire
teksten zouden de functie van het fictionele verhaal gaan overnemen.
Harry Mulish schrijft geen fictie
meer maar beschouwende reportages
Jan Cremer en Jan Wolkers (Kort Amerikaans)
Feitelijk is Gerard Reve in die
jaren een tamelijk onbekend schrijver. Hij is redacteur van Tirade
en ontdekt nu wat zijn genre zal worden: reisbrieven. In 1963
verschijnen de zes brieven onder de titel Op weg naar het einde. Door de
politieke discussie omtrent zijn werk groeit Reve uit tot een publieke figuur.
Op weg naar het einde wordt daardoor werkelijk een publiekssucces.
In 1966 wordt Reve gedagvaard voor een passage uit "Brief aan mijn
bank" gepubliceerd in het tijdschrift Dialoog (1965) en uit "Brief
uit het huis genaamd het gras" gepubliceerd in Nader
tot U (1966).
Van het Reve toont zich zeer ingenomen met de afloop "omdat van nu
af aan de bedoeling van de auteur en niet de opvatting van de lezers beslissend
zijn.
Confrontatie tussen literatuur en godsdienst in Nederland - 137
In de periode 1945-1959 behalen de echte vertellers het grootste commerciële succes. Ina Boudier-Bakker, Anne Devries, A.M. de Jong, Jan de Hartog, Piet Bakker, A. den Doolaard, Antoon Coolen, Jan Mens en Johan Fabricius. Ze werden gretig gelezen en mochten op een grote omzet rekenen. Om de kritische, probleemstellende literatuur van de vooral jongere auteurs zat men bepaald niet verlegen. Lucebert, Kouwenaar, Hermans, Reve; ze schreven, waar werden nauwelijks gelezen. Pas eind de jaren vijftig komt er verandering in deze voor de moderne auteurs buitengewoon deprimerende situatie. Er bestonden in die tijd al wel pocketreeksen zoals de Prisma-boeken en De Bezige Bij was in 1957 begonnen met de serie Literaire Pockets. Maar voor Het stenen bruidsbed zag Mullish meer in een groot formaat paperback, zoals die toen in Amerika op de markt kwam. Als Literaire Reuzenpocket bereikt De Avonden van Reve eindelijk een groot lezerspubliek.
Literatuur in paperbackvorm verovert de markt - 131
De benaming voor het experimentele proza dat het tradionele vertrouwen
in de roman als spiegel van de werkelijkheid wil ondermijnen. Een kleine
groep auteurs richt zich tegen het realisme in de literatuur.
Sybren Polet met Breekwater
Oedipus, naar Seneca van Hugo Claus: De interpretatie was erg origineel: de ware schuldige aan de vadermoord is het koor, dat uit zijn midden de zondebok Oedipus kiest. Terwijl in de antieke versies Oedipus geleidelijk aan de afschuwelijke waarheid ontdekt, overtuigt het koor hier de held van een onbestaande schuld. Zo krijgt de tragedie iets van een absurde komedie. Typisch voor Claus adaptaties is zijn vereenvoudiging van taal en intrige. Daardoor komt de nadruk des te meer te liggen op zijn eigenzinnige interpretaties van de Oudheid. In deze bewerkingen is geen imitator aan het werk maar een transformator. Claus haalt de antieke thematiek naar zich toe om haar actueel te maken. Hij laat zich niets gelegen liggen aan de oorspronkelijke moraal. De oude stukken worden gebruikt als ruw materiaal, dat zonder ontzag voor traditie gerecycleerd wordt. Zon handelwijze is die van een modernist.
De klassieke traditie in Vlaanderen - 136
De jaren zeventig en verder
Persoonlijke en onpersoonlijke tendensen in de poëzie
Karakteristieken en belangrijke auteurs
Rondom het tijdschrift Tirade
verzamelt zich een aantal dichters die vooral geïnteresseerd zijn in
psychische observatie.
- de gevoelens van de dichter zijn weer onderwerp van de poëzie
- de toon van deze gedichten is vaak licht ironisch en vertellend
Rutger Kopland en Judith Herzberg
Deze poëzie is veel onpersoonlijker en geconstrueerder dan die van
de voorafgaande groep.
Gerrit Kouwenaar is in zijn
later werk vooral de verhouding tussen taal en werkelijkheid gaan onderzoeken.
In zijn voetspoor zijn een aantal dichters die in het tijdschrift Raster
publiceerden verder gegaan.
Hans Favery is hiervan de
bekendste. Ze zijn aanhangers van de autonome poëtica
De term is wel toereikend voor een aantal dichters rondom het tijdschrift
Maatstaf
Gerrit Komrij greep wel terug
naar de tradionele, vast vormen maar hij drukt niet, zoals een romanticus,
direct zijn gevoelens uit. Hij benadrukt dat hij nooit iets gezegd heeft
wat hij echt meende. Het gedicht vormt in zijn visie een eigen wereld, is
autonoom
Bloemlezen en bakens verzetten - 146
Proza: realisme en postmodernisme
Het werk van Hermans en Reve heeft
vaak ook een symbolische laag
Het werk van Mulish heeft vaak ook
een mythische laag
De wat geleerdere naam voor het realistische proza: de werkelijkheid afbeelden zoals die is.
Gepubliceerd door een groepje schrijvers die kleinschalige, begrijpelijke
verhalen willen vertellen
Heere Heeresma en Mensje van Keulen
Maarten t Hart is een anekdotisch, realistisch verteller die in de eerste plaats wil boeien.
Nederlandse schrijvers en de schrift - 149
Frank Marinus Arion en Anja Meulenbelt willen in hun realistisch proza een bepaalde boodschap uitdragen.
Frank Marinus Arion gaat in Dubbelspel
niet minder dan drie uiteenlopende uitdagingen met zijn lezers aan. Allereerst
een literaire: niet minder dan zes hoofdrolspelers en elk personage bevindt
zich op een cruciaal levensmoment. Nadat de in het eerste deel uitvoerig
beschreven voorbereidingen door elk van de spelers zijn getroffen, neemt
het beschreven spel al snel de vorm van een klassiek drama aan. Zonder moeite
herkennen we de ons vertrouwde drie eenheden van plaats, tijd en handeling,
ontdekken we vijf bedrijven die zich ontwikkelen. Vanaf het begin is er
een alwetende verteller, aan het einde duikt plotseling de romantische manuscriptfictie
op. Het is duidelijk dat de verteller voor de vorm rijkelijk putte uit de
Europese romantraditie. Maar inhoudelijk loopt het drama toch anders: de
eigenlijke hoofdpersonen gaan niet "dramatisch" ten onder maar
brengen hoop door middel van een in het laatste deel beschreven einde dat
nieuwe mogelijkheden biedt.
Een tweede uitdaging is het portretteren van de gewone, alledaagse Curaçaoënaar
en diens ideeënwereld
De derde uitdaging betreft de politieke dimensie. Het beschreven dominospel
is mede aanleiding tot een uitgebreide beschouwing van de Curaçaose
politieke en maatschappelijke situatie. In negatieve zin verwoorden de personages
een fel protest tegen de op het eiland economisch dominerende vreemdelingen.
Maar in positieve zin pleiten ze voor het eigene
Nederlands-Caraïbische literatuur - 139
Nederlands-Indië in de literatuur na 1940 - 125
De schaamte voorbij van Anja
Meulenbelt was literair moeilijk te plaatsen. Het boek scheen
de gevestigde recensenten een misbaksel toe, een literaire mislukking. Het
overtrad de wetten van niet alleen de literaire, maar ook van de buiten-literaire
genres. Het was noch een politiek tractaat(daarvoor was het te verhalend),
noch een roman (daarvoor was het te expliciet-autobiografisch), noch betekenisliteratuur
(daarvoor was het te utopisch en te politiek), noch een tendensroman van
enige bekende soort, geen essay en ook geen klassieke autobiografie (het
ging hier niet om een beroemdheid die een historisch-belangrijk leven achter
zich had, maar op een nog jonge, gewone vrouw). De literaire wereld stond
dan ook gereed op het misbaksel uit te stoten, en kwam niet meer op dit
oordeel terug.
Waarschijnlijk kon Meulenbelt haar impact juist bereiken door de literaire
codes volledig te negeren.
Meulenbelts boek is de Nederlandse feministische tendens-roman van de tweede
feministische golf, zeker vergelijkbaar met wat de emancipatieroman Hilda
van Suylenburg voor de eerste betekend heeft. Maar terwijl Hilda
van Suylenburg nog twaalf personages nodig had om alle facetten van het
vrouwenleven te belichten, neemt Anja al deze facetten zelf op zich. Zij
belichaamt de mogelijkheid van verandering. Zij representeert in haar eentje
een scala aan opeenvolgende keuzes die moderne vrouwen kunnen maken.
De tweede feministische golf en de literatuur - 142
Is niet uit op (psychologisch) realisme en het wil niet werkelijkheidsgetrouw zijn. In een geconstrueerd verhaal doet men "onderzoek door middel van de verbeelding".
Tijdschrift: De Revisor
Frans Kellendonk met Mystiek
lichaam
De jaren zeventig - 141
Ze vinden het modernisme te intelectualistisch. Ze willen een spontane, vitale houding tegenover de kunst en de maatschappij. Kunst is hierbij een onderdeel van een tegencultuur waarin men zich wil bevrijden van de als benauwend ervaren restricties van de officiële maatschappij
Dit postmodernisme heeft als filosofisch uitgangspunt de twijfel aan de
mogelijkheid van de mens om de werkelijkheid te kennen en aan demogelijkheid
van de taal om de wereld af te beelden. Er is geen objectieve werkelijkheid
die in taal weergegeven kan worden. Men kan alleen een persoonlijk universum
beschrijven
In deze literatuur is alles mogelijk. Er bestaat geen onderscheid tussen
waarheid en fictie, tussen heden en verleden.
Zuidland van P.F. Thomèse: de drie novellen die deze bundel telt, verraden een uitgesproken kijk op de geschiedenis. Thomèse maakt er geen geheim van dat hij de scepsis van de bijbelse Prediker deelt. In zijn ogen is alles ijdelheid, alles is chaos en keert terug tot chaos. In het verhaal "Leviathan" wordt Janus Doussa, held uit de Tachtigjarige Oorlog en sieraad van de Leidse universiteit, te kijk gezet als een onbenul. Tegen de achtergrond van de ongenaakbare gewelddadige natuur, komen Thomèses personages nog nietiger en onbeduidender uit dan ze van zichzelf al zijn.
De historische roman in de twintigste eeuw - 134
De Merlyn- redacteuren stonden een pluralistische benadering. Ze zijn wel
geïnteresseerd in de creatieve persoonlijkheid van de schrijver maar
pas na een grondige bestudering van de literaire tekst. Zij hadden ook oog
voor de wereld waarmee het literaire werk verbonden is.
De criticus diende zich in de eerste plaats met het specifieke literaire
van een literair werk bezig te houden. Hij moest dat specifieke zoeken in
de vormgevingsprincipes van het werk, in de wijze waarop een auteur zijn
stof uit de werkelijkheid transformeert tot een autonome wereld in woorden.
De personalistische kritiek was meer georiënteerd op het Realisme
en Naturalisme in de literatuur, de ergocentrische benadering oriënteerde
zich meer op de literatuur van het Modernisme.
Merlyn sloot zich aan bij de internationale stromingen die de literatuur
als een autonoom verschijnsel wilden bestuderen.
Merlyn heeft bijgedragen aan een grotere ontvankelijkheid voor de modernistische
literatuur, zij heeft er zorg voor gedragen dat lezers ook de klassieken
uit de Nederlandse letterkunde met andere ogen zijn gaan lezen. De aandacht
wordt niet zozeer gericht op de boodschap, maar op de wijze waarop deze
onder woorden is gebracht
De organisatie van de Max Havelaar van
Oversteegen kan gezien worden als
een hoogtepunt in de autonomistische benadering. In 1970 schreef hij Multatuli
en de kritiek. Niet de interpretatie maar de het onderzoek naar de
wijze waarop lezers en schrijvers aan teksten een literaire waarde toekennen,
zal later in de belangstelling staan.
Vernieuwing in de literatuurbeschouwing - 132
Canonvorming - 151
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland.
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Liesbeth Goosens (1999)