Achttiende en negentiende eeuw
Verlichting, 1730 - 1800
Karakteristiek
De optimistische grondhouding kwam tot uitdrukking in:
- de popularisering van wetenschappelijke bevindingen voor een niet ingewijd
leespubliek
- het aanbevelen van oud-vaderlandse deugden
- het geven van praktische adviezen over opvoeding van de kinderen, taalgebruik
en mode
Dit alles ten behoeve van de algemene zedenvorming en met grote aandacht
voor het eigenen van de Nederlandse cultuur.
Vooral opgericht na 1750. Vrouwen werden maar zelden toegelaten al gaan zij steeds meer deelnemen aan het literaire leven.
Speciaal voor de middenklasse vervaardigde weekbladen.
Belangrijke auteurs en teksten
Justus van Effen (1684-1735)
Belangrijkste initiator van de Nederlandse spectatoriale tijdschriften. In 1731 verschijnt het eerste nummer van De Hollandsche spectator. Ze bevatten overwegend beschouwingen van Mijnheer de Spectator en daarnaast ingezonden brieven en enkele vertellingen. De onderwerpen zijn gevarieerd, de toon is nuchter, de inhoud gericht op zedelijke instructie of ontwikkeling van de literaire smaak.
Spectatoriale geschriften in de Noordelijke Nederlanden - 57
Hiëronymus van Alphen (1746-1803)
Bekend gebleven vanwege zijn kindergedichten, verzameld in de Proeve van kleine gedigten voor kinderen. Hij vernieuwde de kinderpoëzie door de onderwerpen en de presentatie met zorg af te stemmen op jeugdige burgerlezertjes. Voor volwassen lezers schreef hij naast veel religieuze poëzie, een aantal kerkzangen, cantates en verhandelingen op kunsttheoretisch en godsdienstig terrein.
Jacobus Bellamy (1757-1786)
Zijn patriottische verzen, Vaderlandsche gezangen van Zelandus, kunnen als oorlogspropaganda betiteld worden voor de vierde zeeoorlog tussen de Republiek en Engeland
Het eerste pleidooi voor de Vlaamse en Grootnederlandse gedachte - 69
Betje Wolff (1738-1804) en Aagje Deken (1741-1804)
Ze hebben zowel samen als apart gepubliceerd. Samen schreven zij drie
bundels Economische liedjes voor eenvoudige
burgers, bedoeld om de samenleving te verbeteren.
Van hun zedenkundige briefromans is hun eerste, Historie
van mejuffrouw Sara Burgerhart (1782)het bekendst geworden.
Vertelsituatie: Niet langer communiceert een verteller met een lezer
over de romanpersonages, maar de romanpersonages doen dat zelf met elkaar.
Er is sprake van een dubbele individualisering of particularisering van
de vertellers- en lezersrol.
Stilistisch register: de verschillende karakters beschikken over een eigen
stijl. Het taalgebruik van de verschillende personages is anders gekleurd.
Couleur epistolair wordt opgeroepen doordat de briefschrijvers hun
schrijfhandeling in hun verslaggeving opnemen.
Epistolair onderricht: Sara Burgerhart als briefroman - 64
Rhijnvis Feith (1753-1824)
Voordat hij als romancier debuteerde met Julia (1783) had hij al aanzien verworven als dichter en literair theoreticus.
De sentimentele scène - 62
Romantiek en realisme
Karakteristiek
-tot 1820 werken elementen uit de verlichting nog door
-rond 1820 raakt de romantiek in Nederland bekend
-in 1840 is zij over haar hoogtepunt en wordt het realisme de literaire
mode die tot 1880 de dominerende stroming blijft in de Nederlandse literatuur
Ook "het volk" was tot de potentiële lezers gaan behoren en met het opkomende liberalisme zorgde dit voor een minder bekrompen klimaat, waarin ook de godsdienst minder zwaar woog. De roman was het meest populaire genre.
Het verlichte denken was in hoofdzaak optimistische en gericht op
vooruitgang door middel van de rede.
Deze periode werd gekenmerkt door een zeker pessimisme met een grote
nadruk op gevoel.
Men trok zich terug op het bekende en vertrouwde waardoor deze godsdienstige en politieke bewegingen ontstonden.
Overgangsperiode, 1800-1820
Karakteristiek
Men nam voorzichtig kennis van de romantische denkbeelden van schrijvers
als Lord Byron, W. von Goethe en Sir Walter Scott.
Buitenlandse auteurs werden door belangrijke Nederlandse collega-schrijvers
als Willem Bilderdijk en Isaäc da Costa
vertaald.
In Engeland was dit de tijd van de "zwarte romantiek" zoals in
Frankenstein van Mary Shelley. Maar het sombere, zwartgallige en gewelddadige
van deze romantische mode vond in Nederland vooral tegenstanders.
Het waren de grote inspiratiebronnen. De poëzie was veelal stichtelijk en nationaal wat blijkt uit titels als Wien Neerlands bloed van H. Tollens en De Hollandsche natie van J.F. Helmers.
Voordrachtcultus: verondersteld mag worden dat tot diep in de negentiende
eeuw de voordracht zozeer beschouwd werd als de geëigende vertolking
voor dit soort poëzie, dat ook wie haar las haar in gedachten toch
hoorde. Ook om deze reden werd de retoriek niet als een negatieve kwaliteit
beschouwd.
De Hollandsche natie: de zes zangen zijn
respectievelijk gewijd aan de zedelijkheid van het voorgeslacht, hun heldenmoed
ter land, hun heldenmoed ter zee, de zeevaart, de wetenschappen, de schone
kunsten.
Het verlies van de politieke zelfstandigheid zou kunnen leiden tot het prijsgeven
van de morele en culturele eigenheid en als dat gebeurde zou de Hollandse
natie metterdaad ophouden te bestaan.
Een groot verleden voorde boeg - 75
De gegoede burgers troffen elkaar in genootschappen en sociëteiten
waar gedichten en verhandelingen werden voorgedragen. Om die reden werd
veel aandacht besteed aan welsprekendheid en de kracht van het betoog.
Vrouwen waren over het algemeen niet vertegenwoordigd.
Deze clubsfeer en het gebrek aan internationale contacten brachten sommige
genootschappen in de waan dat Nederland ver voor liep op de andere landen
wat letterkundige beschaving betrof.
Belangrijke auteurs en teksten
Willem Bilderdijk (1756-1831)
Hij was een rechtsgeleerden, taalkundige en historicus. Wetenschap en kunst
werden in dit tijdvak nog niet als twee volstrekt verschillende disciplines
beschouwd. In politiek opzicht was hij aartsconservatief. Hij moest niets
hebben van democratische beginselen en de vooruitgang op wetenschappelijk
gebied. Het religieuze gevoel bood een hogere vorm van kennis dan met technische
en wetenschappelijke vooruitgang viel te behalen (réveil)
Hij is een van de belangrijkste schrijvers uit dit tijdvak en wordt onze
grootste romanticus genoemd, meer op grond van zijn poëticale opvattingen
dan door de poëzie die hij heeft voortgebracht. De dichter was een
profeet die in nauw contact stond met God. Met zijn subjectieve aanpak keerde
hij zich tegen het verlichtingsdenken: poëzie is eenzelvig. Zij is
uitstorting van een overstelpend gevoel. In zijn verhandeling De
kunst der poëzy (1809) benadrukt hij de suprematie van het
gevoel boven de verbeelding.
Romantiek, 1820-1840
Karakteristiek
Niet zoals de "woeste" buitenlandse romantiek van Byron en Scott waar de studenten mee dweepten. Sommige Nederlandse dichters zagen zichzelf als romantici maar hun invloed bleef beperkt.
De masquerade van Beets is een beschrijving van de stoet die op 9 feb. 1835 door Leiden trok. De keuze van het onderwerp, de intocht van Ferdinand en Isabella te Granada in 1492, had alles te maken met de romantische belangstelling voor de middeleeuwen en voor exotische streken. Beets laat het zonnige, exotisch Spanje met het waterrijke Holland contrasteren. De beschrijving wordt afgewisseld met digressies, uitweidingen die niets met het eigenlijke verhaal te maken hebben. In één van die digressies wordt de Romantiek op een ironische wijze tegenover de Klassieken geplaatst.
Een bijdrage aan de discussie over de romantiek in Nederland - 79
Belangrijke auteurs en teksten
Behalve de jonge romantici zijn er in deze periode twee richtingen:
- een richting volgde Bilderdijk en het historisch réveil
- een richting zag meer in Sir Walter Scott en de historische roman
Richting Bilderdijk en réveil
Een richting die vooral poëzie betrof en ingezet werd door
Isaac da Costa (1789-1860):
een leerling van Bilderdijk. Schreef politiek-filosofische dichtwerken.
In Bezwaren tegen den Geest der Eeuw hekelde
jij de verworvenheden op technisch en wetenschappelijk gebied. De religie
was volgens hem de bron van de ware kennis
Poëzie getekend door religieuze gevoelens: de réveil-dichters stelden het gevoel boven de ratio
De dominee-dichters, zoals Tollens en Helmers, werden uiteindelijk een begrip. In hun werk stonden familiale deugden en genoegens centraal waarvoor de dichter God dank verschuldigd was. Onderwerpen in de huiselijke poëzie zijn het verjaardagsfeestje, het eerste tandje, enz maar ook de nationale deugden van de Nederlanders
Deze biedermeier-stijl zette zich af tegen de "woeste" romantiek door uitbeelding van het idyllische, huiselijk-gezellige, "burgerlijke" leven
Richting Walter Scott en historische roman
Een richting die vooral betrekking had op het proza
De schildknaap (1829) van Margaretha de Neufville was de eerste historische roman. Andere auteurs in dit genre waren: Aernoud Drost, Jacob van Lennep, J.F. Oltmans, A.L.G. Bosboom-Toussaint
De Vlaamse romantiek had een duidelijk emanciperende doelstelling. Met zijn historische roman De leeuw van Vlaanderen of de slag der gulden sporen (1838) probeerde Hendrik Conscience zijn landgenoten te verheffen tot zelfbewuste Vlamingen.
Biedermeiertrekjes van de Vlaamse romantiek: het doel was niet zozeer grote literatuur te produceren als wel de nationale cultuuropvoeding te ondersteunen en het eenvoudige Vlaamse publiek door volksopvoeding en stichting geestelijk en moreel te verheffen.
Nationaal epos en hoogtepunt van de Vlaamse romantiek - 80
De Gids: opgericht in 1837 werd de spreekbuis van een nieuwe generatie letterkundigen.
Realisme, 1840-1880
Karakteristiek
-Romantische elementen als gevoel en verbeelding hadden een vaste
plaats veroverd in de literaire procédés van vele schrijvers.
-Er werden nog altijd veel historische romans geschreven en de huiselijke
poëzie maakte zelfs een bloeiperiode door.
De vraag die critici bezighield was niet de vorm van een literair werk maar
de bedoeling ervan.
Men vond het belangrijk dat de literatuur de lezer een doel of ideaal
voorhield waarnaar gestreefd moest worden. De romantische historische romans
waren in dat opzicht even bruikbaar als de realistische literatuur, die
in de eigen tijd speelde.
Deze idealistische tendens wordt begrijpelijk door de verschuivingen die
zich op politiek-maatschappelijk terrein aftekenen. Er is een toenemende
emancipatie van achtergestelde groeperingen tussen 1859 en 1887.
Het is de naam van de romantisch humoristische stroming. Hun humor was getekend door extremen. Zij gebruikten de realiteit als aanleiding maar we kunnen hen niet realistisch noemen omdat ze geneigd waren te overdrijven en de realiteit daarmee absurd en irreëel maakten. Hun werk was een parodie op de serieuze, stichtelijke en verheven literatuur. Deze parodie kon door het ontstaan van een vrijer klimaat op gebied van de cultuur, dat weer volgde op de toename van het leespubliek en de algehele liberalisering.
De Schoolmeester (Gerrit van de Linde 1808-1858) werd pas na zijn dood beroemd met de bundel Gedichtenvan den Schoolmeester(1859). Hij spotte met alle conventies, zowel qua inhoud als wat de vorm betrof.
Piet Paaltjes (François Haverschmidt 1835-1894) was vermaard om zijn galgenhumor. De hoogst ernstige inzet van zijn gedichten mondde steevast uit ineen banale realiteit. Deze romantische ironie laat zien dat het leven in alles maar betrekkelijk is. Zijn grootste succes was de bundel Snikken en Grimlachjes(1867)
De vernieuwing van de Tachtigers-generatie is al in de kiem aanwezig. Het
gaat om vernieuwingen met betrekking tot de inhoud, maar ook op het gebied
van de vorm (stijl):
- het bombastische en plechtstatige maakt plaats voor een meer levensechte
en lichtvoetige literatuur
- in het proza werden voorzichtig enkele taboes aangesneden (Van Lennep,
Huet)
- in de poëzie werden vormconventies doorbroken. (Gezelle)
Belangrijke auteurs en teksten
Fysiologieën
Schetsen of "typen" waarin één individu met karakteristieke
kenmerken model stond voor de groep. De strekking van de schets was enerzijds
humoristisch, anderzijds belerend. Het was geen felle aanklacht maar de
schrijver wilde zijn medemens bestuderen en hen op hun tekortkomingen wijzen.
De waardering voor de fysiologieën sloot aan op ontwikkelingen in de
wetenschap.
Klikspaan (J. Kneppelhout,
1814-1885) en Hildebrand (N.
Beets, 1814-1903)
Het typengenre en de "kopijeerlust des dagelijkschen levens" - 81
Essayistiek
De opkomst van het liberalisme en de toenemende ontkerkelijking waren een
stimulans voor essayisten. De stichtelijk toon van verhandelingen en redevoeringen
maakte plaats voor een kosmopolitische en erudiete behandeling van eigentijdse
themas.
E. Potgieter en C. Busken Huet,
redacteuren van De Gids, bekwaamden
zich in literaire kritiek.
Buitenlandse voorbeelden van Huet: Tevergeefs zocht hij in Nederland
naar auteurs die de vergelijking met het buitenland konden doorstaan: het
universele genie van Goethe, de realistische romans en verhalen van George
Eliot en Gustave Flaubert, het naturalisme van Zola, de poëzie van
de romantische dichters als Byron, Shelley en Keats, Victor Hugo en Lamartine
Door een Europese maatstaf aan te leggen, hoopte Huet de Nederlandse auteurs
tot een gelijkwaardig niveau te brengen.
Bovendien introduceerde hij een nieuwe vorm van kritiek in de Nederlandse
letterkunde. Naar het voorbeeld van Sainte-Beuve zocht hij naar de "man
achter het werk", naar het karakter van een auteur zoals dat zich in
het werk openbaart.
Over de machteloosheid van de literaire kritiek - 90
Tendensliteratuur
De verzamelnaam voor het verhalend proza uit dit tijdvak dat niet slechts onderhoudend bedoeld was maar bovenal een boodschap bevatte die onverhuld omschreven was en meestal kritiek betrof op een misstand of onrecht in de samenleving. Schrijvers van tendensliteratuur gebruikten hun werk om een mentaliteitsverandering in gang te zetten.
*** over de koloniale verhouding met Nederlands-Indië
Dirk van Hogendorp: Kraspoekol (1801)
Literatuur, koloniale mentaliteit en slavernij - 72
Multatuli: Max Havelaar (1860)
Millioenenstudiën: een boek waarvan eigenlijk niemand begrepen heeft wat hij ermee wilde. Hierin geeft hij zijn visie op de werkelijkheid. De kern daarvan is de stelling dat er een dubbele werkelijkheid is, de dagelijkse realiteit die wij door middel van ons gezonde verstand en via systematiek van de exacte wetenschappen kunnen doorgronden, daaronder de Natuur, de werkelijkheid zoals zij is.
De wereld verdubbeld -86
**** over de positie van de arbeider
J.J. Cremer: Fabriekskinderen,
een bede doch niet om geld
**** over de positie van de vrouw
Cécile Goekoop de Jong van Beek en Donk:
Hilda van Suylenburg (1898)
Een pittige heldin - 89
Op weg naar Tachtig
Jacob van Lennep: beschrijft
een bordeel in Klaasje Zevenster (1866)
C. Busken Huet sneed het probleem
van echtscheiding aan in zijn roman Lidewijde (1868)
Guido Gezelle gebruikt alledaagse
woorden, ook dialect, om in herkenbare beeldspraak zijn diepe religieuze
gevoelens te uiten.
Kerkhofbloemen: een meesterstuk waarmee een dichter blijk wil geven van zijn geloofsovertuiging, zijn pedagogische ideaal en zijn dichterlijke ambitie. Gezelle grijpt de gelegenheid aan om naar aanleiding van een eenvoudige uitwaart de collectieve waarheden omtrent goed en kwaad, leven, dood en eeuwigheid te propageren. In 1860 wordt de brochure aan gepast aaneen breder publiek. Kerkhofblommen, met gewijzigde hoofdtitel, is vanaf dan een populaire bundel funeraire poëzie voor de Vlaamse lezer waarin de troostfunctie domineert.
Guido Gezelle en de romantische poëzie - 85
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Liesbeth Goosens (1999)