EEN SCHIJN SONDER SIJN. DE NOORDNEDERLANDSE SCHILDERKUNST VAN DE ZEVENTIENDE EEUW EN DE PROBLEMEN VAN HET BEGRIP REALISME

(leereenheid 22)

Inleiding

Onder realisme werd verstaan: het op nauwkeurige en betrouwbare wijze zonder bijbedoelingen weergeven van het geziene. Daarbij gaat het om het uitbeelden van eigentijdse, eenvoudige en alledaagse onderwerpen.

Inmiddels bestaat de tendens om de ware betekenis van een voorstelling niet zozeer te zoeken in wat er te zien valt, maar meer in wat er niet te zien valt. De kunsthistoricus E. de Jongh, introduceerde de termen realisme en schijnrealisme. Het realisme slaat dan op datgene wat de toeschouwer op het eerste gezicht zien, maar het betreft een schijnrealisme omdat het niet om de weergave van de werkelijkheid zelf gaat, maar om de overdracht van een daarin verhulde boodschap, meestal van didactisch-moraliserende aard.

Misvattingen door een fotografische wijze van kijken

Onze manier van kijken is geheel gevormd door het beeld van de camera. De 17de-eeuwer kende echter deze manier van kijken niet. Schilderijen werden in ateliers gemaakt en niet in de natuur. Het ging er dan ook niet om, om een fotografisch realisme te bereiken maar om een herkenbaar beeld te creëren. Een goed voorbeeld is Jan van Goyens Gezicht op Leiden waarin alle belangrijke gebouwen van Leiden zijn te herkennen maar die allen vanaf hun meest karakteristieke kant zijn geschilderd. In onze ogen klopt daar niets van maar toentertijd bekommerde niemand zich daarom.

Zelfs Vermeers schijnbaar zo exacte gezicht op Delft vertoont allerlei afwijkingen. In Stillevens worden bloemen opgenomen die in verschillende perioden bloeien. In de Staalmeesters hield Rembrandt rekening met het gegeven dat het schilderij bestemd was voor een hoge plaats als schoorsteenstuk waardoor er een ander perspectivisch beeld ontstond.

Al in 1642 noemde Philips Angel dat schijn sonder sijn of schijn eyghentlijck.

Realisme in de genreschilderkunst

Wanneer wij naar taferelen uit het eigentijdse leven (de genrestukken) kijken dan blijkt dat wij eigenlijk alles, althans vanuit ons fotografische standpunt, moeten wantrouwen. Zo introduceerde Gerrit Dou het populaire en veel nagevolgde venstermotief met daarin veelal een aantrekkelijk dienstmeisje tezamen met andere personen, eten en keukengerei. Echter dergelijke monumentale natuurstenen vensteromlijstingen bestonden in Holland helemaal niet. De kleding in veel van Steens schilderijen was vergelijkbaar met die van komedianten op het toneel. Ook in de bordeelscènes van de Caravaggisten was sprake van fantasiekostuums.

Er ontstonden zo een aantal beeldstereotypen. Hiermee werd bewust een afstand gecreëerd tot het publiek. Zodoende kon men dergelijke taferelen toekennen aan een andere soort mensen (vooral boeren).

Kunstmatige natuurlijkheid en selectie

De werkelijkheid in schilderijen was dikwijls zeer kunstmatig en in ieder geval buitengewoon selectief. Met name door de wijzen van kleden werd bepaalde stereotypen aangeduid.

Wat betreft de selectiviteit: het repertoire blijkt in al zijn rijkdom, toch beperkt te zijn. Bepaalde thematiek zien wij talloze malen weergegeven, maar er valt een oneindig aantal onderwerpen uit het dagelijks leven te bedenken dat nooit werd uitgebeeld. Vaak ontwikkelde de themas zich uit de 16de-eeuwse iconologie.

Iconologie

De iconologie houdt zich bezig met het interpreteren van de inhoud en de symboliek, van kunstwerken, waarbij gepoogd wordt de diepere betekenis ervan te achterhalen.

Bij moderne studies werden vaak vergelijkingen gemaakt tussen emblemata (die met hun teksten een duidelijke symbolische betekenis hadden) en schilderijen. Het lijkt echter een absurde veronderstelling dat allerlei moraliserende themas voor de 17de-eeuwer de reden was om hun kamers vol te pakken met landschappen, stillevens en genrestukken.

Verborgen betekenissen?

Iconologische studies over 17de-eeuwse schilderkunst hebben veelal de Italiaanse kunst, die dikwijls in nauwe samenhang met tekstuele bronnen stond, als basis. Deze context ontbeert bij de meeste Nederlandse schilderijen. Echter deze niet-narratieve schilderijen werden alsnog teruggevoerd naar teksten zonder dat daar een aantoonbare relatie tussen was.

Omdat de schilderijen niet op teksten waren gebaseerd had men andere middelen nodig om de inhoud zichtbaar te maken op een manier die door het publiek werd begrepen en die aantrekkelijk moest zijn. Door stereotypen die herkenbaar waren voor het publiek waarvoor het schilderij bestemd was, door visualisering van gangbare metaforen, zal het voorgestelde in zulke niet-narratieve schilderijen veelal betekenissen op de toeschouwer hebben overgedragen.

Als een spiegel der natuur?

Samuel van Hoogstraten omschrijft het oogmerk der Schilderkonst met de spiegelmetafoor Want een volmaekte Schildery is als een spiegel van de Natuer, die de dingen die niet en zijn, doet schijnen te zijn, en op een geoorloofde vermakelijke en prijslijke wijze bedriegt.

Hoewel het dus geen dubbele betekenissen betreft die achter schilderijen zitten, is in die schilderijen wel bijna altijd een zekere dubbelzinnigheid aanwezig. Daarmee wordt bedoeld dat er een voortdurende dubbelzinnige spanning lijkt te bestaan tussen zintuiglijk genot en ethische verantwoording; gedachten aan de vergankelijkheid van aardse schoonheid en genot liggen steeds dicht bij de hand.

Gerrit Dous Kwakzalver

Dit schilderij diende bij uitstek als paradepaard van een emblematische interpretatie.

Door de kunsthistorici Emmens en De Jongh werden aan dit schilderij talloze emblematische verwijzingen toegekend.

Dat het hier gaat om een - amusante - uitbeelding van domheid en bedrog is wel duidelijk.

Maar om de onnozel kijkende boer als personificatie van het actieve leven te zien is wel heel vergezocht. De kwakzalver in zijn toneelkostuum is onmiddellijk herkenbaar als charlatan. Dat het document met een overmatig groot zegel, daarnaar verwijst, is duidelijk; daar is geen embleem voor nodig.

Als geheel ziet het schilderij eruit alsof het een spiegel is die de werkelijkheid reflecteert. Het schilderij is ook zelf glad en glanzend als een spiegel.

Wat wij te zien krijgen is dus geenszins een vastlegging van de werkelijkheid, noch een puzzel van verborgen emblematische betekenissen en een geleerde en zwaarwichtige zedelijk boodschap, maar juist een luchtige geestigheid die rechtstreeks wordt uitgedrukt door de visuele fictie die Dou creëerde.


| Index | Oriëntatiecursus | Inhoud | Vorige | Volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

P.C.J. Ruigrok (2000)