HUGO DE GROOT EN BENEDICTUS DE SPINOZA

(leereenheid 20)

Hugo de Groot

Typering en chronologie

1583 Hugo de Groot wordt in Delft geboren.
1600 Vestigt zich als advocaat in Den Haag.
1607 Benoemd tot advocaat-fiscaal, openbaar aanklager.
1608 Huwelijk met Maria van Reigersberg.
1613 Pensionaris van Rotterdam en gaat naar Londen als woordvoerder van de Staten

1618 Na de dood van Oldenbarnevelt (onthoofding) wordt hij op Loevestein gevangen gezet. Hij gaat zich, als Europees humanist, meer richten op de internationale orde van zijn tijd.

1621-31 Na ontsnapping woont de Groot (Grotius) in Parijs.
1625 De iure belli ac pacis (Over het recht van oorlog en vrede) verschijnt.
1632-1634 Tijdelijk terug in de Republiek maar daarna naar Hamburg.
1634 Zweeds ambassadeur te Parijs.
1634-45 Streven naar oecumenische eenheid.
1645 Neemt ontslag in Zweden, leidt schipbreuk en sterft in Rostock.

De Groot en het recht

Grotius wordt ook wel als vader van het moderne natuurrecht gezien. Het natuurrecht is het recht dat voor alle mensen van nature gelijkelijk zou moeten gelden. In De iure belli ac pacis wordt geen enkel deel van de aarde uitgesloten maar wordt de hele grote gemeenschap der mensheid overzien (de magna generis humani societas).

Naast het natuurrecht bestaat er ook door God, bijv. in de Tien Geboden, of door de menschen gesteld aanvullend recht, dat echter nimmer tegen het natuurlijke recht wil of kan ingaan (Van Eysinga 1945, blz 94). Grotius haalde het natuurrecht uit de scholastiek en de moraaltheologie en bracht het binnen de rechtswetenschap. Hij behoort niet tot de pacifisten die elke oorlog veroordelen. Niet elke oorlog immers druist in tegen de orde, en orde is voor Grotius een sleutelwoord. Ook oorlog kan worden onderworpen aan juridische toetsing en de normen van het recht. Dat is een belangrijke bijdrage tot het volkenrecht.

Het verlangen naar harmonie, orde en juiste vorm beheerst De Groots leven.

Huizinga over de Groot

Huizinga heeft erop gewezen dat als je De Groot wil begrijpen je hem in de eerste plaats als een 17de-eeuwer moet zien. De 17de-eeuwer wil geloven, hij wil, met een oneindig sterk verlangen, dat het edelste en schoonste, in de vorm door de poëzie van de Oudheid geijkt, waarheid zij. Wie niet enigermate die hoge spankracht van het ideaal kan meevoelen, kan die tijd niet begrijpen. Dit geldt niet alleen voor de Republiek maar voor heel Europa. Grotius was dan ook aan de Republiek ontgroeid. Grotius hoorde niet bij het realisme van de Hollandse Gouden eeuw (Van Goyen, Jan Steen etc.) maar bij het classicisme van Europa (Vondel, Sweelinck en van Campen).

De Groot en het christendom

Grotius wilde een juridisch-wetenschappelijke basis leggen voor de vrede tussen staten en mensen. Dit was in die tijd ondenkbaar zonder overeenstemming tussen kerken.

Grotius geeft geen tijdgebonden, theologische uitleg, maar tekstkritiek en taalkundige aantekeningen in de traditie van de humanisten zoals Erasmus. Hij bereikt daarin een hoge kwaliteit. Grotius staat een niet-kerkelijke, historische uitlegging van het Nieuwe Testament voor en in dat opzicht is hij zeker een voorloper van de bijbelwetenschap van vandaag. Aan de kerkelijke dogmas van het merendeel der theologen gaat hij voorbij. Hij neemt afstand van de kerken en hun verdeeldheid om de weg te effenen de theologische orde tot stand te brengen die moet leiden tot de ene, algemene kerk.

Aangezien zon kerk zonder Rome ondenkbaar is, wantrouwen vele protestanten hem.

Grotius vindt zijn gehoor in de Republiek der Letteren, een netwerk een vrij, internationaal verband van geleerden voor wie een leven ten dienste van de goede letteren; aan de hoogste menselijke waarden gestalte gaf.

Omdat in Grotius ogen het aan de overheid is ervoor zorg te dragen dat de burgers niet alleen een vreedzaam, maar ook een godvruchtig leven leiden richt zijn werk en leven zich steeds weer op de politiek. Politieke overeenstemming op Europees niveau is nodig om zijn idealen te bereiken. Daar heeft Grotius zich zijn hele leven voor ingezet.

Benedictus de Spinoza

Typering en chronologie

1592 De eerste Portugese joden vestigen zich in Amsterdam.
1623 Baruch (Bento) de Spinoza wordt op 24 november in Amsterdam geboren.
1654 Vader overlijd. Bento zet met zijn broer het handelsbedrijf voort.
Wordt met een banvloek uit de synagoge gestoten (geen contact meer met familie).

1661-3 Spinoza woont in Rijnsburg, slijpt lenzen voor microscopen en telescopen. Begint aan zijn grote werkt Ethica ordine geometrico demonstrata (Ethiek, op meetkundige wijze uiteengezet).

1663 Publiceert Renati des Cartes Principia philosophiae/Cogitata metaphysica (Beginselen van de filosofie van René Descartes / Metafysiche gedachten).

1670 Spinoza vertrekt naar Den haag en publiceert anoniem Tractatus theologico-politicus.

1674 Tractatus theologico-politicus wordt verboden als zijnde godslasterlijk en zielverdervend.

1675 De Ethica is gereed. Gezien de kritiek op de uitgelekte teksten wordt publicatie uitgesteld.

1677 Spinoza sterft op 21 februari aan tuberculose. Postuum verschijnt Opera posthuma (Nagelaten geschriften) met de Ethica, Tractatus politicus, Tractatus de intellectus emendatione, Brieven van en aan Spinoza en Compendium grammatices linguae Hebraeae (beknopte Hebreeuwse grammatica).

1678 Opera Posthuma wordt door de Staten van Holland verboden.

Het raadsel Spinoza

Hoe kon iemand een goddeloze leer verkondigen en toch zo deugdzaam leven? Voor Spinozas tijdgenoten (en nog lange tijd daarna) is dat een raadsel geweest.

Spinoza heeft al op jeugdige leeftijd, uitgesproken opvattingen over bijbelinterpretatie en filosofie. Dit brengt hem uiteindelijk in conflict met de joodse leer. Omdat hij het conflict niet uit de weg gaat wordt hij verbannen uit de joodse synagoge en daarmee ook uit de joodse gemeenschap. Hij leidde een betrekkelijk rustig bestaan om zich geheel aan zijn levenstaak, het ontwikkelen en uitdragen van zijn wijsbegeerte, te kunnen wijden.

Het blijft intrigerend dat deze filosoof, die tijdens zijn leven tot ver buiten de grenzen beroemd en berucht werd, een tamelijk teruggetrokken bestaan leidde, wars van roem en carrièrezucht.

Van scholastiek naar moderne wijsbegeerte

De taak van de filosofie is door Anselmus van Canterbury (1033-1109), de vader van de scholastiek, aangeduid met de formule fides quaerens intellectum (de geloofswaardigheden zijn gegeven en de filosofie moet, in haar pogingen dingen te begrijpen, binnen die gegeven grenzen opereren).

In de 15de, 16de en 17de eeuw vinden ingrijpende veranderingen plaats op alle terreinen: wetenschappelijke, technische en geografische ontdekkingen, reformatie en godsdienstoorlogen, politieke en economische omwentelingen. Dit alles roept ook in de filosofie nieuwe vragen op. De scholastiek, met haar sterke nadruk op overgeleverd gezag, is in die periode echter nog oppermachtig aan de universiteiten. Ook op de jonge universiteiten in de protestantse Republiek blijft de scholastiek invloed uitoefenen en wordt het ter discussie stellen van de traditionele opvattingen niet op prijs gesteld.

.De methode van Descartes

René Descartes (1596-1650), de Franse wijsgeer die een groot deel van zijn leven in de Republiek heeft doorgebracht, wordt beschouwd als grondlegger van de moderne filosofie. Zijn interesse gold vooral de wiskunde en de wetenschappen, maar ook daar zo had de veroordeling van Galilei hem geleerd kon men licht met de kerk in conflict komen. Door het scheiden van theologie en filosofie kwam hij op gespannen voet met de scholastiek, waarin die disciplines nauw met elkaar verweven zijn.

In zijn Discours de la méthode (1637) pleit hij voor een principiële twijfel aan alles waarvan de juistheid niet onweerlegbaar kan worden aangetoond. Zijn werken gaven een impuls tot filosoferen die zich in het midden van de 17de eeuw volop deed voelen.

Spinozas werken

Benedictus- gezegend en verguisd

Spinoza heeft de traditionele fundering van het geloof in een persoonlijke, transcendente God en een leven na de dood waarin de deugd beloond zou moeten worden, volledig omver geworpen. Ook beweerde Spinoza dat de bijbel ons niets leert over de ware aard en eigen schepping van God, maar alleen de mensen leert gehoorzamen aan de moraal. Veel van zijn tijdgenoten hebben dat ervaren als een doodsteek voor het geloof en de daarmee verbonden moraal. Spinoza is, volgens hen, in de kern toch een atheïst. Dat is ook wel de opvatting van latere vrijdenkers, die hem juist om zijn atheïsme bewonderen.

Het zijn zeer fundamentele vragen, die in Spinozas denken aan de orde worden gesteld. Dat zal ook wel de reden zijn dat hem in later eeuwen uitersten van verguizing en verering ten deel zijn gevallen.


| Index | Oriëntatiecursus | Inhoud | Vorige | Volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

P.C.J. Ruigrok (2000)