DESIDERIUS ERASMUS EN HET HUMANISME

(leereenheid 5)

De ontwikkeling van een levensprogramma

Afkomst, scholing en intrede in het klooster

Erasmus was een buitenechtelijk kind van een priester en is geboren in 1466, 67 of 69 in Gouda. Zijn afkomst bemoeilijkte een geestelijke carrière. De jonge Erasmus werd geconfronteerd met vele misstanden in de kerk. Op school kreeg hij te maken met de hervormingsbeweging de Moderne Devotie van oprichter Geert Groote. In Deventer ging Erasmus naar de latijnse school waar hij getuige was van een bezoek van de Groningse humanist Rudolf Agricola. Na de dood van zijn vader en moeder werd hij op school gedaan bij de Broeders te Den Bosch. De strenge discipline en de slecht opgeleide leraren konden Erasmus niet bekoren.

Twee jeugdwerken

Onder pressie van zijn voogden deed Erasmus in 1487 zijn intrede in het klooster Steyn bij Gouda. Hier schreef hij zijn declamatio (fictieve oefenrede) De contemptu mundi een oprecht pleidooi voor het kloosterleven. Zijn kritiek betrof niet zozeer het ideaal maar meer hun pietluttige regeltjes en de beknotting van de menselijke vrijheid.

Een tweede, later uitgegeven jeugdwerk verraadde zijn grote kennis van de antieke en humanistische literatuur. Het thema is de verhouding tussen profane literatuur en christelijke vroomheid en kreeg de titel Antibarbari.

Erasmus levensprogramma

Humanisten zochten inspiratie in de authentieke teksten van de klassieke literatuur, onder het motto Ad fontes, terug naar de bronnen. De bestudering van de antieken noemde men de studia humaniora, of studia humanitatis.

De studie bevatte de vakken grammatica, retorica, poetica, geschiedenis en moraalfilosofie.

Erasmus zag het als zijn levenswerk om deze studie te bevorderen.

De filologische methode werd op de christelijke geschriften toegepast. Dat wil zeggen dat in de antieke teksten bij het vertalen en het eeuwenlang afschrijven fouten waren ingesloten die door de bestudering van de bronteksten konden worden gecorrigeerd. Vele theologen zagen hierin een bedreiging van de Latijnse kerk, die haar dogmatische formuleringen op de Vulgaat (de vertaalde Latijnse bijbel) fundeerde.

Van Hollands kloosterling tot humanistisch wereldburger

De priesterwijding van Erasmus in 1492 bond hem meer aan het kloosterleven maar bood tevens meer mogelijkheden tot studie. Hij mocht in 1495 in Parijs een theologiestudie beginnen. Het onderwijs werd beheerst door de Scotisten, scholastieke theologen die verloren gingen in eindeloze spitsvondigheden hetgeen volgens Erasmus weinig meer met de christelijke basisgeschriften gemeen had. Wel leerde hij de nestor der Parijse humanisten, Robert Gaguin, kennen.Doordat hij ook les gaf leerde hij veel mensen kennen. Zo kwam hij in Engeland, waar hij een half jaar verbleef, in aanraking met het zoontje van de Engelse koning, de latere Hendrik VIII en met belangrijke humanisten als John Colet en Thomas More (van het boek Utopia = Grieks voor nergensland). Terug in Parijs schreef hij in 1500 zijn eerste boek, een verzameling Adagia, spreekwoorden.

In 1502 kreeg hij op voorspraak van de theoloog Adriaan Boeyens, de latere paus Adriaan VI, een post aangeboden op de universiteit van Leuven die hij niet aanvaarde. Hij legde zich toe op vertalingen uit het Grieks. Twee vertalingen van Euripides hadden een grote invloed op de ontwikkeling van het Neolatijnse drama der noordelijke humanisten.

In 1506 ging Erasmus voor 3 jaar naar Italië. Op de terugweg (richting Engeland) schreef hij Lof der Zotheid. Door uit te gaan van een Zot als spreker in kon hij in een declamatio de spot drijven met de misplaatste ernst, waarmee alle mensen, ongeacht beroep, stand, of positie, hun eigen belangen najoegen, en de groteske kortzichtigheid, waarmee zij klaar stonden met hun oordeel over elkaar.

De kopij van de Adagia-herdruk kwam per abuis bij de Baselse drukker Froben terecht. Erasmus vond dit zo keurig dat hij naar Basel reisde en daar ook zijn twee grote filologische werken, de tweetalige uitgave van het Nieuwe Testament en de uitgave van de Brieven van de kerkvader Hieronymus schreef (vertaalde) en uitgaf.

Erasmus en de Hervorming van Luther

In 1517 zette Luther met zijn stellingen op de kerkdeur van Wittenberg een proces in gang, dat de vrede onherstelbaar verstoorde. De bestrijders van de hervorming verweten Erasmus dat hij voor Luther de weg had geplaveid.

Alhoewel Erasmus in principe sympathiek stond tegenover Luthers actie, had hij als vredelievende en relativerende humanist van het begin af aan bezwaren tegen diens provocerend optreden. Zeker toen duidelijk werd dat in Luthers visie geen ruimte was voor menselijke vrijheden maar dat het leven volledig in het teken van het geloof moest staan, was de verwijdering een feit. Ondanks zijn herhaaldelijke uitspraken en zijn boek De libero arbitrio diatribe sive collatio (Diatribe of collatie over de vrije wil) bleef de kritiek op Erasmus vanuit de Rome-getrouwen bestaan.

Keer op keer pleitte hij voor tolerantie tussen de diverse opvattingen. Het mocht echter niet baten, verkettering, vrijheidsbeperking en de brandstapel waren een feit. Wel legde zijn pleidooien de basis voor de tolerantiegedachte van latere 16de-eeuwers als Coornhert en Willem van Oranje. Erasmus stierf in 1536 in Basel waar hij onder grote publieke belangstelling werd begraven.

Erasmus bijdrage aan de cultuur van zijn tijd.

In 1523 maakte Erasmus een catalogus van al zijn tot dan toe verschenen werken. Hij maakte een drie-indeling:

I Colloquia (grammaticale geschriften), Adagia (spreekwoorden) en Brieven die dienen als literaire, in de brede zin van culturele, vorming

II de ethische vorming (o.a. de Moria)

III de godsdienstige vorming (o.a. het Enchiridion)

De humanisten waren bijna per definitie opvoeders. Erasmus doceerde korte tijd te Cambridge, maar gaf vooral privé-lessen. Hij heeft ook vele opvoedkundige en onderwijsgeschriften op zijn naam staan. Een invloedrijk werk is De ratione studii (1511), over het inrichten van de studie en het lezen en verklaren van auteurs. In De pueris beschrijft Erasmus het onderwijs dat beperkt blijft tot het aanleren der antieke talen en het lezen en interpreteren van de klassieke auteurs.

Het meest populaire opvoedkundig werkje is De civilitate morum puerilium (1530) ofwel in het Nederlands Goede manierlijcke seden, Hoe die Jonghere gaen, staen, eten, drincken, spreken, swijghen, ter tafelen dienen, ende die spijse ontghinnen sullen.

In zijn meesterwerk, de Colloquia, beschrijft hij een collectie formules die nuttig waren in het dagelijkse Latijnse spraakgebruik.

Zijn belangrijkste filologische werk is de vertaling van het nieuwe testament aan de hand van de meest oorspronkelijke Griekse teksten.

Eeuwenlang was de Vulgaat het heilige boek der Latijnse kerk. Erasmus betoogde dat in de Vulgaat bij het afschrijven en vertalen fouten waren geslopen.

Om de kennis van het nieuwe testament te bevorderen maakte hij ook een Latijnse uitgave die in veel een begrijpelijker (en dus uitgebreider) Latijns verscheen.

Erasmus schreef speciaal in het Latijn omdat zijn werk zodoende gemakkelijker over heel Europa verspreid kon worden. Hij wist dat er in de diverse taalgebieden voldoende humanistische vertalers aanwezig waren om zijn werken in de diverse talen verder te verspreiden.

De duizenden bladzijden meeslepend Latijn, waarin Erasmus zijn visies uiteenzette, waren een enorme impuls voor de culturele en religieuze emancipatie van de christen, die zich zijn verantwoordelijkheid tegenover de kerk, de maatschappij, zichzelf en God bewust was. De filosoof van Christus stond voor een kerk en een maatschappij, waarin humanisme en tolerantie, vrijheid van denken en godsdienstige beleving, gegarandeerd waren.


| Index | Oriëntatiecursus | Inhoud | Vorige | Volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

P.C.J. Ruigrok (2000)