Veranderende Grenzen 1

Hoofdstuk 11 - Oostenrijk-Hongarije

Auteur: v.Goudoever

 

1918: einde Donaumonarchie en Habsb heerschappij, kon men niet lang van tevoren aan zien komen. Factoren:

Debat:

Taylor (Eng historicus): Habsb.rijk was al gedoemd te vallen, zie Hong drang naar zelfstandigheid.

Jaszi (Hong socioloog): centrifugale krachten domineerden in Donaumonarchie, zowel sociaal, economisch, politiek als nationaal. Hong kon wel met nationaliteitenprobleem omgaan.

Kann (VS Historicus): wees op gebrek aan integratie van Oos-Hong, maar stelde tevens de vraag waarom het rijk zolang intact was gebleven: door centripetale krachten.

Jelavich (VS historica): ondersteunt visie Kann.

VS historici tegengesproken door Oost-Europeanen: ontbinding was onvermijdelijk, vorming eigen nationale staat = natuurlijke afsluiting vd nationale strijd.

Communistische historici na WO II: ontbinding rijk onvermijdelijk door sociale spanningen en door nationale tegenstellingen.

De nationaliteiten

1900: 45 miljoen inwoners. Nationaliteit was de term voor minderheid die etnisch-linguistisch-cultureel was bepaald. Cijfers (indicatie, niet nauwkeurig): tabel blz.442. Duitsers in Oos en Hongaren in Hong meerderheid. Etnische verschillen groot naar taal, godsdienst, geschiedenis en culturele achtergrond, met verwanten over de grens.

Historicus Kohn: onderscheid tussen nationalisme van Mid-O.Eur en dat van W.Eur, waarbij tegenstelling natie-staat essentiële rol speelt: O.Eur nationalisme trad op in politiek laag ontwikkelde en autoritaire maatsch voor het stadium van natiestaat was bereikt, politieke en sociaal-economische realiteit hing niet samen met enige nationale homogeniteit à nationalisme had karakter van oppositionele beweging, vertoonde mythische trekken, richtte zich op gemeensch wortels van taal en cultuur, zonder territoriale eenheid voorop te stellen.

Lemberg: in het westen werd het politieke natiebegrip zedelijk hoger gesteld dan het Mid-O.Eur linguistisch-culturele idee van natie.

Nationaliteiten brachten wel politieke groeperingen voort die streefden naar macht.

Herders concept Volk, begrepen als nationaliteit van invloed op O.Eur nationalisme. Messianisme karakteristiek: nationalistisch streven om alle leden bijeen te vatten en als eenheid rechten op te eisen; collectieve rechten, niet die vh individu.

Begrip natie tot ver in 19e eeuw in Hong en Poolse landen elitair: adel. Bij Tsjechen en Roemenen ontbrak adel.

Laatste decennia 19e eeuw: op gang komen moderniseringsproces à nationalisme groeide uit tot massabeweging, maar sociale vedeeldheid remde nationale eenheid. Vertegenwoordiging in parlementen naar nationaliteit vormde geen weerspiegeling vd werkelijke etnische verhoudingen. Hangt samen met uitbreiding/hervorming kiesrecht.

Formele structuur

Het Compromis (Ausgleich, 1867) legde institutionele structuur vast. Gezamenlijk: vorstenhuis, buitenlandse zaken en defensie.

Oos: Reichsrat: hogerhuis = Herrenhaus (benoemd) en Huis van Afgevaardigden (gekozen). Ministers verantwoording schuldig aan HvA. Niet-D die in Reichsrat evidente rol speelden: Polen en Tsjechen. In versch Landdagen (Bohemen, Moravië en Silezië) waren Duitsers in meerderheid. Galicië had zekere autonomie. Grote groep Tsjechen had geen bijzondere positie. Collectief nationaal besef ontbrak. Loyaliteit: Kaisertreue. D over het algemeen loyaal, overigen afhankelijk van sociale positie trouw.

Hong: Reichstag: overheersing Hongaren. Autonomie voor Kroatië, had eigen compromis (Nagodba) met Hong, behalve op gebied van buitenlanse politiek, financiën en defensie. In 1883 buiten werking gesteld ivm protest tegen Weens bestuur over Bosnië. Door krachtige magyariseringspolitiek protest van andere etnische groepen. Joden assimileerden op grote schaal.

Oostenrijk

Tsjechen

Achtergesteld, wilden gelijkheid tov Duitsers. Boycot Rijksraad. Franz Joseph besloot conservatieve regering olv Hohenwart te benoemen met opdracht federaal beginsel uit te breiden (1871) à overeenstemming Boheemse Landdag: gelijkwaardige partner (trialisme). Tegen-gehouden door D in Oos en Hong regering. Weer boycot door Tsj. D liberalen terug in Oos regering. Hervorming kiesrecht in 1873: geen uitbreiding aantal kiezers, maar loslaten indirecte verkiezingen door curiae à D element versterkt. Kracht D-liberale regering: uitbreiding constitutionele vrijheden (geloof, onderwijs ed). Sterk anti-klerikaal. Succesvolle liberale economische politiek. Crisis in 1873 door problemen in landbouw. Oosterse crisis (1878): verzet liberalen tegen uitbreiding vh rijk met Bosnië-Herz uit angst voor vergroting Slavisch element. Liberalen weg in 1879. Daarna conservatieven aan de macht. Taaffe 1e minister (1879-93). Stabiel omdat met tegemoet kwam aan Slaven: Polen en Tsjechen in regering. Tsj taal gelijkgesteld aan D à Tsj terug in Rijksraad. Verdeeldheid: Oud-Tsj en Jong-Tsj. Oud-Tsj: conservatief-klerikaal, bovenlaag burgerij, keerden zich tegen Poolse opstand. Flauw verzet tegen Compromis. Vader vd natie, Palacky, lid Herrenhaus sinds 1861, gaf voorkeur aan boycotten Rijksraad. Jong-Tjs: radicalen; sympathie met Polen, electoraat in brede middengroepen. Gebr.Gregr. Wijzigingen in kieswetten (1882) speelden radicalen in de kaart: alle mannelijke kiezers die > 5 gulden belasting betaalden mochten stemmen. Meerderheid in Rijksraad. Taaffe ging echter besprekingen houden (1890) met Oud-Tsj en D voor nieuwe regelingen voor Bohemen (taal in onderwijs, Wiener Punktation). Jong-Tsj ontketenden anti-Habsb actie. Nieuwe kieswethervorming voorgesteld: alle mannen boven 25 jaar mochten stemmen. Werd afgekeurd à eind Taaffe in 1893. Alg mannen-kiesrecht wel in 1907, gevolg (door keizer altijd al beoogd): Jong-Tsj verloren invloed. Rus.rev in 1905: nationalisten aangetrokken tot neo-slavisme, vooral Jong-Tsj olv Kramar. Rus reactie à conservatieve invloed op neo-slavisme à voortaan afzijdig van politiek.

Polen

Poolse adel trouw aan Wenen door anti-Rus gevoelens agv onderdrukking 2e Poolse opstand (1863-64). Galicië had sinds 1868 informeel zelfbestuur. Adel voerde conservatief bewind, onderdrukking boeren. Gematigd bewind van Oos in Poolse provincies liet toe dat er zich nationale bewegingen ontplooiden. Democraten olv Smolka: Oos tot federatie smeden als tussenstap voor nieuw Polen. Boerenbeweging olv Wyslouch: etnografisch bepaald P: niet territorium, maar taal als criterium voor ‘P volk’. Lwow in Galicië bakermat vd nationaal-democratische partij, Endek, olv Dmowski en Balicki: populistisch nationalisme; natie als levend organisme, natie boven individu; taal, cultuur, rk-kerk, geschiedenis en stamverwantschap voornaamst. Adel en boeren samen moesten natie dragen. Endek keerde zich tegen niet-P elementen, bv Oekr en joden. Afkeer van D, Dmowski wendde zich tot neo-slavisme en Rus.

Duitsers

Trage ontwikkeling D nationaal gevoel door arrogantie vd macht. Kaisertreu. D Volkspartij pas in 1882 gesticht: wilden nauwe contacten met D en D als bestuurstaal.

Duits-nationale vereniging olv Von Schönerer: kwaadaardig, antisemitisch nationalisme. Pan-germanisme. Bestrijding Slavisch nationalisme, pro-Slavisch Wenen omvormen tot pro-Duits.

Afbraak liberale partijen in volksvertegenwoordiging. Opkomst christelijk-sociale partij en sociaal-democratische partij.

Christelijk-sociale partij: kleine burgerij, boeren. Grootste fractie in Rijksraad in 1907. Olv Luëger. Katholiek. Niet D-nationalistisch, maar loyaal aan Habsb. Antipathie jegens Hong en joden.

D-nationalistische arbeidersbeweging in Bohemen: radicaal-democratisch (1904), stichtte stedelijke jeugdclubs (Jungmannen). Kwam op tegen emancipatie vd Tsjechen. Nazi-achtige gedachten: D superieur, Tsj halfmensen. Ideoloog: Jung, volgens hem waren Tsj, joden en andere vreemdelingen verantwoordelijk voor moeilijkheden vd D arbeider.

Austromarxisme

Socialistische partij, niet specifiek gericht op een vd nationaliteiten, marxistische ideologie was internationalistisch. Voor voortbestaan Dubbelmonarchie. Reformistisch karakter: tegen revolutie, voor evolutie. Nationaliteiten moesten op centraal niveau vertegenwoordigd zijn, afwijzing territoriale autonomie. Renner en Bauer.

Kiezen of delen

1907: invoering alg mannenkiesrecht, in contrast met voorkeur van Franz Joseph om met a-politieke figuren te regeren. Benoemde meer D in kabinetten, stapte af van vroegere handelwijze om met Slaven te regeren. Leidde tot andere politieke cultuur. Christelijk-sociale en sociaal-democr.partijen domineerden. Parlementaire praktijk gebrekkig na 1900 door nationale tegenstellingen. Problemen met Tsj in Rijksraad niet opgelost. Regionaal ook problemen. Boycotten.

Impuls voor diverse nationale bewegingen: annexatie van Bosnië door Oos in 1908 en de Jong-Turkse revolutie (1909). Expansiedrift in Kroatië en Servië: beide dachten historische aanspraak op Bosnië te hebben, waar Kroaten en Serven woonden. Annextie mede gevolg van Servische agitatie: gebied aan Oos gehecht terwijl er geen gemeensch grens was en Kroatië, dat deel uitmaakte van Hong, moest worden overbrugd. Heftige reacties. Pan-slavisch gevoel in Bohemen. Zuid-Slavische politici zagen mogelijke gezamenlijke Zuid-Slavische staat. In Wenen anti-Servische politieke processen. De voornaamste Oos bijdrage aan het ontstaan van WO I behelsde tegelijk een ondermijning vd Dubbelmonarchie.

Hongarije

Magyarisering

Liberalen aan de macht tot 1918. Onafhankelijkheidspartij olv Kossuth had weinig invloed (opereerde vanuit buitenland). Hongaarse overheersing over andere nationaliteiten.

1868: wet op de gelijkheid vd nationaliteitsrechten (‘wet XLIV’): elke burger kreeg gelijke rechten ongeacht de nationaliteit; tegelijk echter legde de wet vast dat alle burgers tot de Hong natie behoorden. Het politieke begrip ‘natie’ werd hier gebezigd als ‘politieke eenheid vd natie’= staatsburgerschap. De niet-Hong werden dus niet gelijk aan Hong erkend en territoriale autonomie was uitgesloten. Hongaars officiële taal. Liberale vrijheden van geloof, onderwijs en cultuur. Joden burgerlijk gelijk aan christenen. Kiesdistricten zo ingedeeld dat Hong deel vd bevolking voordeel had. Hong volledige zeggenschap in parlement: 405 zetels, Roemenen 5 en Slowaken 3. Veranderde niet tot nieuwe kieswet in 1913. Positie van hoogste adel wel aangetast: vanaf 1885 verviel de erfelijkheid in het parlement.

Politiek 1875-90 overheerst door 1e minister Tisza. Voerde krachtige, centralistische politiek, loyaal aan het Compromis. Beleid: verhongaarsing andere nationaliteiten. Oppositie ter linkerzijde ontevreden, eiste meer rechten voor Hong tov Oos. Rol beperkt. Band met Oos niet doorgesneden vanwege handel: 3/4 vd handel was met Oos.

Steeds meer uitingen van nationaal gevoel in Hong. Verklaring: tekort aan zelfstandigheid, terwijl gevoel van eigenwaarde steeg.

In 1905 brak de Onafhankelijkheidspartij door en won de verkiezingen. Relatie met keizer onder spanning, hij voelde niets voor het beoogde nationalistische regeringsprogramma en benoemde een zakenkabinet. Ontevredenheid alom. List van keizer: Hong had uiterst beperkt kiesrecht, zou vervelend zijn voor elite om kiesrecht uit te breiden à voorstel algemeen, geheim kiesrecht voor mannen boven de 24 jr. parlement ontbonden à crisis. Relatie Hong-Habsb voortdurend onder spanning. Anti-Habsb demonstraties. Alg kiesrecht kreeg wel steun van socialisten. Pas in 1912 nieuwe kieswet: censuskiesrecht op basis van bezit of genoten onderwijs. Velen bleven uitgesloten, meest niet-Hongaarse nationaliteiten. Verscherping verhouding Hong/niet-Hong na 1905, vooral door schoolwet: onderwijs in Hong taal, geschiedenis, cultuur. De onrust groeide naarmate de magyarisering toenam.

Kroaten

Kroatië had eigen regeling (Nagodba) met eigen parlement (Sabor). Voorrechten verdwenen in 1883, motief: angst voor sterk Slavisch blok na annexatie van Bosnië. Regent in Zagreb door kroon benoemd, zag kans magyarisering en verlangen naar meer zeggenschap vd Kroaten in evenwicht te houden. Daartoe werd de Servische minderheid gebruikt. In zuidelijk Hong (Vojvodina) woonde ook grote minderheid Serven. Kroatisch nationalisme: Partij voor het Recht, tegen Hong, Habsb en Servië. Na 1903 nog meer magyariserende maatregelen à verscherping weerstand. Kroatisch separatistisch nationalisme groeide sterk. Daarnaast was er een beweging die streefde naar Zuid-Slavische autonomie. Een nationalistische jeugdbeweging streefde naar autonome Zuid-Slavische staat.

Roemenen

Transsylvanië volledig ondergeschikt. 1848: roep om gelijke rechten en gelijkstelling met de 3 erkende naties Szekler, Saksers en Hongaren, afgewezen. 1868: nieuwe status voor erkende naties, betekende het einde ervan. Transsylv niet langer apart vorstendom. Censuskiesrecht hield Roemenen buiten parlement. 1881: oprichting Roemeens Nationale Partij ter verkrijging van gelijke rechten. Wilde wel binnen rijk blijven. Vanaf 1895 gingen minderheden Roemenen, Slowaken en Serven samenwerken voor autonomie. Afgewezen, repressie. Ook kerk aangepakt. Roemenië onafhankeljk in 1878, betekende impuls voor Roemenen in Transsylv. Rond WO I radicaliseerde het streven vd Transsylv Roemenen om aansluiting bij Roemenië. Nationaliteitenpolitiek verscherpt tijdens oorlog door Hong bewind. Roemenië in oorlog met Centralen in 1916. Transsylv bij Roemenië na WO I.

Bloei

Na 1890 economische groei, industrialisering. Toename rijkdom. Bloei steden (Wenen, Budapest en Praag), culturele centra, waar eigen landstaal ging overheersen (ipv Duits). Joden mochten na 1870 zich overal vrij vestigen à vertrokken uit Galicië, Rus en Roem, assimileerden. Veel politieke clubs. Grote uitstraling van Wenen als cultureel centrum. Intelligentsia en kunstenaars zetten zich af tegen liberalisme en moralistische burgercultuur. Budapest: eigen cultuur, los van Wenen, eigen nationale invulling vd kunsten, vooral onder druk vd toenemende spanningen tussen Hongaren en overige nationaliteiten. Het ging primair om de Hong identiteit, niet om het uitdragen van nationalisme. Evenals in Wenen ging het om het geluid ve nieuwe generatie, die het verzet tegen de aristocratisch-liberale dominantie artistiek vorm gaf. Maatsch-kritiek, tegen nationalisme.

De oorlog

In eerste instantie waren reacties van minderheden gericht op vijandschap tov Rus en Serv, niet op onafhankelijkheid. Door uitblijven vrede en Rus.rev meer sociale en nationale spanningen à afscheidingsbewegingen. Tsjechen streefden naar onafhankelijke staat. Geen nationale beweging in Slowakije; pas in 1918 ontstond daar een nationale partij, die zich bij gebrek aan een alternatief bij de Tsjechen aansloot. Kroaten zochten zelfbeschikking binnen Habsb.rijk, radicaliseerden na de Rus.rev. Doel werd vereniging van alle Zuid-Slaven in onafhankelijke staat.

Serven wilden Groot-Servië, dus vereniging Zuid-Slaven onder Servische leiding.

1917: overeen gekomen werd een Zuid-Slavisch koninkrijk, Slowenen sloten zich hierbij aan.

Oorlogvoerende partijen gingen delen vh rijk alvast als premie voor deelname aan de oorlog uitloven. Uitbreiding vd oorlog tot It, Bulg en Roem versterkte separatistische bewegingen. Tsaar Nicolaas II beloofde Polen autonomie.

1917: Reichsrat hersteld na dood Franz Joseph. Debat over vorming federatie danwel opbreken Dubbelrijk. Hong: graaf Karolyi wilde breuk met Oos. Steeds meer plannen tot afscheiding. Oktober 1918: Tsjechoslowaakse republiek uitgeroepen. Kroaten, Slowenen en Serven volgden. Duitsers in Cisleith: eigen Oostenrijkse staat uitgeroepen. Karolyi vormde nieuwe regering in Budapest. Na wapenstilstand in nov.1918 keizer Karel afgetreden. Oos en Hong hadden oorlog verloren, rest vd wereld stemde in met nieuwe grenzen. Wilson verwoordde zelfbeschikkingsrecht, legitimeerde op ideologische gronden de vorming van nieuwe staten. Verdrag van Versailles legde nieuwe grenzen vast.

Het Compromis was een mislukking gebleken. Maar 15 jaar stabiliteit. Verhoudingen vd Duitsers tot de nationaliteiten in Cisleithanië bleven tot WO I gespannen maar beheersbaar. Hongaren vervreemdden andere volkeren van zich à spanningen. Oorlog verscherpte bestaande problemen. Ontbreken buitenlandse steun voor Habsburgers en hun Dubbelrijk zorgde ervoor dat afscheidingsbewegingen kansen kregen die zij benutten.


| Index | Geschiedenis | Veranderende Grenzen 1 | Vorige |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

Winnie de Keizer (2002)