Hoofdstuk 6 - Engeland, 1815-1918
1815: Eng gaf de doorslag bij nederlaag Nap (alliantie: Eng, Oos, Pr, Rus) in de slag bij Waterloo. Leidde tot meer als nationaal te definiëren collectief bewustzijn.. Voor het eerst vochten Engelse soldaten, voordien huurlingen vh vasteland.
2 problematische termen: nationaal bewustzijn en Engels (sluit Welsh, Schots, Iers uit).
Politieke cultuur en nationaal gevoel: de 18e eeuw
In Eng door insulaire positie en de politieke ontwikkeling al eeuwenlang sprake van politieke structuren, die ook een politieke cultuur veronderstelden waarin een ‘nationaal’ identiteitsgevoel een belangrijke rol speelde. Strijd tegen Spanje, Anglicaanse Kerk, koloniale successen bevestigden eigen cultuur. Politiek systeem gebaseerd op parlement, bekrachtigd in Glorious Revolution (1688) en Bill of Rights (1689).
18e eeuw: geboorte Groot-Britannië. 1707: Act of Union met Schotland à vergroting macht Schotse aristocratie.
De Industriële Revolutie en de Fr Revolutie als condities voor verdere natievorming
Eind 18e eeuw: agrarische revolutie en industriële revolutie. Politieke macht bij aristocratie, uitbreiding burgerij, ontstaan industrieel proletariaat. Vrees voor revolutie zoals in Fr (zie Reflections on the Revolution in France, Edmund Burke, 1790). Dictatuur van Nap schiep vijandbeeld, zorgde voor ‘nationaal’ gevoel. Bovendien kon Eng profiteren dmv overname koloniën en handel.
Binnenlandse problemen: clearances door Schotse adel (akkergrond omgezet in weilanden à veel kleine boeren brodeloos, voedselproductie daalde). Ierland (al in de 16e eeuw veroverd, was wingewest) in opstand in 1797 om opheffing tolgrenzen à armoede. Ierland geïncorporeerd in GB in 1801. Wel 1 koninkrijk, maar nog niet 1 natie.
Na 1815: de problemen vd vrede, de noodzaak van verandering
Bevolkingstoename tussen 1750-1820 (verdubbeling van 7,8 naar 14,3 milj) à voedselprobleem, spanningen in landbouw, daling van lonen in industrie.
1811: rellen. Arbeiders vernielden machines, volgens hen oorzaak ellende. Werkelijk: overproductie vd oorlogsjaren en herlevende concurrentie vd rest van Eur.
1815: Tory-kabinet nam Corn Laws (graanwetten) aan: bescherming grootgrondbezitters tegen invoer graan.
Ontstaan hervormingsklimaat. Whigs (liberalen) aan de macht, mede door dreiging die uitging van Juli-revolutie van 1830 in Parijs.
1832: Reform Act, wijziging kiesstelsel. Opheffing rotten boroughs = ontvolkte kiesdistricten maar wel met invloedrijke stem van grootgrootbeziters in Lagerhuis, zetels toegewezen aan nieuwe industriesteden. Aantal stemgerechtigden uitgebreid met stedelijke huiseigenaren (nieuwe middenklasse). Veranderde ook de samenleving en de cultuur: stedelijke middengroepen meer betrokken bij staat, overheid en politiek.
1833-35: sociale wetgevingen: beperking kinderarbeid, afschaffing slavernij.
1846: herroeping Graanwetten. Hongersnood in Ierland door aardappelziekte à 1 miljoen Ieren emigreerden.
Overgang van protectionisme naar vrijhandelseconomie. Macht grootgrondbezitters verminderde, burgerij meer dominant, zeker toen in 1867 het kiesrecht nogmaals werd uitgebreid tot kleine middenstand en geschoolde arbeiders. Deze veranderingen eisen integratie vd samenleving rond een niet-klassegebonden symbool: idee en ideaal vd natie. Oorsprong in bourgeoisie: Brits nationalisme is in de 1e decennia vd 19e eeuw een stedelijk, burgerlijk fenomeen, niet vh platteland.
De monarchie als symbool van natie en samenleving
Monarchie niet populair onder George IV en William IV. Werd na 1837 anders: Victoria koningin. Trouwde met Prins Albert van Saksen-Coburg in 1840. Hij voerde propagandapolitiek. Werd Prince Consort, teken van feitelijk gezag, privé en politiek. Principes van Albert: sociale zorg, gezin centraal; sterk patriarchale structuur, werden ‘middle class values’. Monarchie door Albert gepopulariseerd.
De Great Exhibition (Wereldtentoonstelling, 1851) in het Crystal Palace illustreert de directe link tussen monarchie, bourgeoisie, technologie en imperium die het Britse nationalisme zijn eigen karakter gaf.
De Wereldtentoonstelling van 1851 als triomf vh Britse nationalisme
Expositie van producten vh menselijk vernuft. Vooral door stimulans van Albert. Crystal Palace van Paxton (gietijzer en glas) revolutionair. Publiciteit groot door nieuwe techniek in drukkerij. Veel bezoekers door spoorwegen (verbeterde transportmogelijkheden versterkte cohesie vd natie, geografisch en sociaal).
GB: de natie en het imperium
In (ook recente) literatuur foutief idee dat het ‘moderne’ imperialisme in de 19e eeuw ontstond. Geldt niet voor Eng: de machtsuitbreiding van Eng in N-Am en Z-Azië dateert van midden 18e eeuw. Hangt samen met markteisen vd industrialisering. Napoleontische oorlogen consolideerden macht van Eng ten koste van andere koloniale mogendheden. Suggestie gewekt dat vrede nieuwe stimulans tot expansie gaf: uitlaatklep voor energie in dienst vd natie.
Ideologie waarmee expansie gelegitimeerd werd: missie van Eng om hun cultuur uit te dragen over de wereld. Dit nationalisme gevoed door Krim-oorlog tegen Rus (1854-56), niet gevoerd uit militaire of politieke noodzaak, maar omdat het publiek en de pers erom vroeg, belust op nationale glorie na 40 jaar vrede. Doel werd bereikt: na de val van Sebastopol (eigenlijk door Fr) geloofde Eng meer dan ooit in zichzelf.
Een 1e cesuur: de ‘Victoriaanse’ samenleving rond 1865
De Britse natie bestond in toenemende mate bij de gratie van rituelen en symbolen (bv de staatsbegrafenis van Wellington, held van Waterloo). Albert overleed in 1861, Victoria sloot zich op. Engels nationalisme steeds meer Brits. Cohesie door trots op verleden à rol van geschiedschrijving werd steeds belangrijker. Middeleeuwen verheerlijkt (bv in Past and Present, Carlyle, 1843). Verleden niet alleen verheerlijkt, werd ook een ‘industrie’ die de natievorming ondersteunde. Populair: tijd van Glorious Revolution, mythologie van Arthur, Elisabeth I (1558-1603). Ook populair: ‘politieke romans’ van Disraeli (1804-1881), later premier vd Tory’s. Schetste kloof tussen arm en rijk. Oplossing: arbeid als edel zien, arm en rijk met elk eigen taken harmoniseren. Romans droegen bij tot grotere sociale bewustwording en tot sociale wetgeving.
Technologie luidde consumptietijdperk in. Negatieve gevolgen vh machinetijkperk gezien. ‘Victoriaanse’ samenleving kende vele schaduwzijden: kinderarbeid, criminaliteit, slechte werk- en leefomstandigheden. Grotere bewustwording hiervan door uitbreiding onderwijs en toenemende alfabetisering (Education Act, 1833). Effectieve propaganda voor imperiale politiek: tijdschriften met reis- en avonturenverhalen, versterkte nationale gevoelens. In historische verhalen en in verheerlijking van helden werd een fier zelfbeeld geschapen. Maar ook sensatiejournalistiek en boulevardpers ontwikkelden zich. Beeld bepaald door grote steden en hun gebouwen (neogotiek = nationale stijl), maar er bestond ook een platteland.
Een nieuwe tijd? GB tussen 1865-1885 en 1914-1918
1870 voor GB geen jaar van betekenis, belangrijker is de periode 1865-1885. Veranderingen: kieswethervormingen van 1867 en 1884, aantal kiezers 4 miljoen (10%). ‘Grote Depressie’ tekende zich af in de landbouw door import goedkoop graan en vlees, gaf genadeslag aan grootgrondbezittende adel. Britse expansie à gevoel dat de natie niet alleen het recht maar ook de plicht had de wereld te beschaven door haar te besturen. Brits nationalisme uitgedragen door onderwijs en opvoeding onder brede groepen. Oprichting jeugdorganisaties, sportverenigingen, Padvinders. Overheden zagen georganiseerde vrijetijdsbeleving als middel om sociale spanningen te neutraliseren en teamgeest op te wekken. Vaderland had wel symbool nodig à Victoria gewezen op haar functie, koningin keerde terug in middelpunt vd cultus vd natie (jubileumfeest). Populair waren ook de komische opera’s van Gilbert en Sullivan, schiepen beeld vd Engelsman als beheerst, patriottisch en monarchistisch. Instelling nationale feestdag: Empire Day.
Kernbegrippen werden traditie en continuïteit. De intellectueel werd professionele cultuurdrager. Codificatie van gedachtengoed: literatuur, taal, helden vh verleden. Grote delen vh Eng culturele leven kwamen in het teken te staan vh imperium. Nadruk op het avontuurlijke, spannende, dienstbare karakter van een leven voor het vaderland en het rijk (bv in jeugdlectuur), onderstreping zendingsbewustzijn. Ideeëngoed aangedragen door moderne wetenschap, kreeg toenemend belang in samenleving die rationaliteit een essentieel economisch en sociaal beginsel achtte. Bv Darwin (1859: The Origin of Species). Popularisatie vd sociaal-politieke implicaties van zijn theorieën. Ideale kapstok om natuurlijke oorzaken van sociale en economische ongelijkheid aan op te hangen, vergoelijkte verschillen binnen Eng samenleving en tussen kolonisatoren en gekolonialiseerden. Vulgarisering van Darwins ideeën via romanlectuur.
1859: JS Mill publiceerde essay On Liberty: kritisch over te grote staatsmacht, wel pleidooi voor inzet ten nutte vd gemeenschap, dienstbare opstelling vh individu tov de natie.
Boerenoorlog (1899-1902) als bijna vanzelfsprekend ervaren, zweepte nationalistische gevoelens op. Rivaliteit met D versterkte dit nog meer. Ook pessimistische geluiden, maar minderheid. Voorbereid door opvoeding in idealen van ridderlijke dienst aan natie en vorst ging men WO I in (De Grote Oorlog), massale dienstneming. Geen revolutionaire stemming, ook al was de economische situatie voorafgaand aan WO I slecht. Arbeidende klasse aan natie gebonden door cultuur van nationalisme. Van belang was het in stand houden van het groots verleden.
Eind 19e eeuw was al een ethos ontstaan waarin velen een ambivalentie tov de industriële samenleving en een afkeer vh kapitalisme gingen voelen, geïnspireerd op de geïdealiseerde beelden vh pittoreske, landelijke Eng in harmonie. Dit escapisme sterk geworteld in Eng cultuur. Eng = plattelandssamenleving, idyllisch.
1918 bracht wel vrede, maar hele generatie dood voor idealen waarvan glans af was.
Naschrift
Verheerlijking vh leven vd voorvoorgaande generatie in periode na WO I à herwaardering Victoriaanse era. Vooral nostalgie. Benadrukking comfortabel leven vd bourgeois in de stad en idylle vh leven op het platteland. Nog steeds is in Eng de eeuw vh nationalisme een periode die de wetenschap en de populaire verbeelding blijft boeien.
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
Winnie de Keizer (2002)