Van spiegels en van kralen: Een inleiding op het begrip kunst

Zijn pre-historische afbeeldingen kunst?

Ozenfant (1886-1966): Kunst gaat om het eeuwige constante in de menselijke geest

Bataille (1897-1962): het begin van de kunst is geschapen uit het niets.

Belting (geb. 1935): Het begin van het kunstbegrip na de middeleeuwen als het begin van de kunst.


Dissanyake: Kunst als ‘making special’ à evolutionair voordeel

Duchamp: verheffing van het radicale tot kunst (het flessenrek) à kunst als datgene wat zo genoemd wordt

Beelden maken

Beeldproducerend vermogen van de mens is universeel

een verschil in conventie en ‘sophistication’

competentie is in beeldproductie iets dat niet alleen per individu geleerd kan worden, maar het kan zich ook over generaties ontwikkelen.

Beelden als substitutie van de werkelijkheid. We kennen dingen die we nooit in werkelijkheid hebben gezien.

De afbeelding heeft op de toeschouwer behalve een rationele ook een grotere emotionele uitwerking,

Substitutie van gebruiksvoorwerpen als ritueel voorwerp. Afbeeldingen zijn vaak reproducties van rituele handelingen. (nabootsende magie)

Nabootsing van offergaven in tempelarchitectuur. Het aanwezig maken van godheden behoort in vele godsdiensten tot de belangrijke taken van het beeld.

Het bijzondere beeld

Het verband tussen het bijzondere en de afbeelding? Waarom kijken we graag naar imitatie?

Het vertellende beeld versus het vervangende beeld.

Sommige kunsttheorieën stellen dat alleen de verbeelding van belangrijke gebeurtenissen kunstwerken kunnen zijn.

Een strikte scheiding van beelden naar functie zou zo’n dubbele of gelaagde visie op beelden misschien niet erkennen. De verbeelding van alledaagse voorwerpen als kunst

De gedachte dat een werk bijzonder is door een bijzonder betrokkenheid en toewijding van de kunstenaar is een voorbode van de expressietheorieën die het gezicht van de moderne schilderkunst bepalen.


| Index | Kunst | volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

Peter Prevos (2000)