Klassieke vormen en maatverhoudingen in de architectuur
Freek Schmidt
Maatverhoudingen
Vitrivius : verhoudingen van een gebouw weerspiegelen de verhoudingen in het menselijk lichaam. Deze theorie werd vanaf de 15e eeuw essentieel gevonden (antropometrisch uitgangspunt)
Uomini universalià universele mensen: Leonardo da Vinci (1452-1519). Leonardo wilde aantonen dat er een directe relatie bestaat tussen het menselijk lichaam en de als volmaakt ervaren cirkel en vierkant.
Traktaat van Francesco di Giorgio martini (1439-1501) à ideale plattegrond van een kerk is een antropomorfe kruisbasiliek.
Vierde boek van Vitruvius beschrijft drie zuilenorden. Sebastiano Serlio (1475-1554) voegt hier twee aan toe.
De kern van elk stelsel is de zuil Diameter van de zuil als modulaire maat.
Theorie en praktijk in de 15e eeuwse Italiaanse Renaissance
Italiaanse Renaissance betekende voor de architectuur het begin van het onderzoek en het herstel van de vormen en beginselen van de klassieke Romeinse bouwkunst (vanaf ca. 1420)
Filippo Brunelleschi (1377-1446) à overwegend gotische vormen. Romeinse ornamentiek.
De architectuur van de Renaissance was zo classicistisch als de beschikbaarheid van de bronnen dat toeliet.
Leon Battista Alberti (1404-1472) was de eerste die de regels van de nieuwe architectuur bundelde tot een bruikbaar systeem. Schoonheid bestond volgens Alberti in de verhouding tussen de delen die een geheel vormen. In zijn geschrift De Re Aedificatoria integreerde Alberti de heidense monumenten in gebouwen van de Christelijke eredienst.
Het kerkgebouw en andere nieuwe bouwopgaven
Alberti’s kerk van Santa Andrea (no. 24): Romeinse triomfboog en klassiek tempelfront.
De ideale kerk voor Alberti had een cirkelvorm. Arcaden dienden te worden vermeden, voorkeur voor de architraaf. Het kerkgebouw diende overwelfd te zijn (cassetten). Vensters zo hoog mogelijk zodat men niet naar buiten kon kijken.
Donato Bramante (1444-1514) start in 1503 met het ontwerp van de St. Pieter te Rome à centraalbouw.
Ontwerp in 1514 overgenomen door Antonio de Sangallo (1485-1546), stapte af van de centraalbouw door een oostelijke ingangspartij toe te voegen.
Michelangelo (1475-1564) neemt het ontwerp in 1546 over.
Carlo Maderno (1612-1662) voegde een schip toe aan de centraalbouw om aan meer mensen toegang te verschaffen.
De St. Pieter wordt het grote voorbeeld voor monumentale kerkbouwkunst.
Italiaanse verhandelingen voor architectuur
Alberti, De Re Aedificatoria (1485). Introduceerde de Italiaanse (composiet) orde.
Serlio, Architettura (1537). Introduceerde de Toscaanse orde.
Boek van Serlio is in 1539 vertaald in het Nederlands als Generale Reglen.
Serlio’s Architettura is te beschouwen als een compleet systematisch en vooral praktisch handboek. Het karakter van de architectuur veranderde beslissend.De ordenleer als het rigide proportiesysteem.
Vignola (1507-1573): zijn verhandeling behandelt de vijf orden van Serlio. Saat ver af van de oorspronkelijke Vitruvius.
Andrea Palladio (1508-1580): overzicht van de orden uitgebreid met een oeuvreoverzicht van zijn werk.
Vincenzo Scamozzi (1552-1626): encyclopedisch overzicht.
Verhandelingen buiten Italië
Italiaanse traktaatschrijvers hebben zich vooral gebaseerd op waarneming van de antieke monumenten en de boeken van Vitruvius.
1673: integrale vertaling van Vitruvius in Frankrijk.
Claude Perrault (1613-1688) à relativeerde de absolute schoonheid van de ordern die volgens hem was gebaseerd op gewenning en mode. Hij schreef een traktaat in 1683 waarin hij de orden aan elkaar relateerde.
Charles Augustin d’Aviler (1653-1700) à praktische verhandeling over bouwkunst.
In de 18e eeuw bestond er een grote diversiteit aan architectuur traktaten.
Ten noorden van de Alpen werd de inhoud van de oorspronkelijke overwegend Italiaanse traktaat literatuur vooral in bewerkingen van de tekst en voorbeelden verspreid, waarbij veel ruimte werd gelaten aan de eigen tradities.
Palladio à palladianisme in Engeland. Inspiratiebron van hofarchitect Inigo James (1573-1652). Cvhiswick house is een copie van de Villa Rotonda van Palladio. Detaillering van Inigo James.
In de 18e eeuw verloren de ordenarchitecten van het spel met de mathematische proporties langzaam terrein ten gunste van de praktische wenken van het bouwen.
Het kerkgebouw en de nieuwe architectuur: vormen van classicisme
Het ontwerp van Il Gesù (no. 41) werd één der meest succesvolle prototypen voor de contrareformatorische kerkenbouw. Aanpassingen in de liturgie vonden hun weerslag in de architectuur. Voorkeur voor een kruisvormige plattegrond met een langgerekt schip.
De ontwikkelingen van een eigen westerse architectuur: barok en rococo
Streven naar een uniforme ruimte door een harmonieuze verstrengeling van verschillende elementen tot een organisch geheel. Gecompliceerde in elkaar grijpende driedimensionale structuren à Barok.
Kerkgebouw: onderdelen van de binnenruimte volledig aan de hoofdruimte ondergeschikt. Hoofdmotief waarvan de overige vormen en details afgeleiden vormen.
Het vlakke karakter van het classicistische architectuurcomposities verloren terrein.
Gian Loranze bernini (15978-1680) à bevrijd van de strenge ontwerpregels (baldakijn in de St. Pieter).
Bernini werd in 1665 uitgenodigd door Lodewijk XIV maar zijn ontwerp van het Louvre werd niet goedgekeurd. Frans classicisme - ook Barok, maar met een vlak en statisch karakter in de decoratie en een grote nadruk op monumentaliteit.
Sir Christoffer Wren à St. Paul’s Cathedral.
De eclectische Karlskirche van Fischer in Wenen. De gehele façade van aan elkaar gekoppelde onderdelen bevat een mengeling van Italiaanse barok (Bernini) en Frans classicisme (Mansart). Als keizerlijk motief gebruikte Fischer triomfzuilen aan weerszijden van de ingangspartij.
Afsluiting
1420-1750 à steeds veranderend classicisme.
Uitgangspunt was Vitruvius en de Romeinse ruïnes.
Ideale vormen uit praktische overwegingen aangepast.
Renaissance à maniërisme à barok à rococo