Beeldhouwkunst in de Grieks-Romeinse oudheid
Jan Jaap Hekman
Artistieke expressie en maatschappelijke functies.
De Grieks-Romeinse oudheid wordt algemeen als de bakermat van de westerse beschaving beschouwd. Dit zijn de culturen die zich tussen de 8e eeuw voor en de 6e eeuw na het begin van onze jaartelling ontwikkeld hebben in het Middelandse-Zeegebied, met als kerngebieden het huidige Griekenland, de westkust van Turkije en Italië. In hoofdzaak gaat het om de Griekse cultuur van de 5e en de 4e eeuw v.Chr. en de Romeinse van de 1e eeuw v.Chr. tot en met de 2e eeuw.
Voorgeschiedenis
De oudste bekende voorbeelden van beeldhouwwerk stammen uit de steentijd (circa 30.000 tot 8.000 jaar geleden). Voornamelijk in grotten in Zuid-Frankrijk en Spanje. à Venus figuurtjes uit het Oostenrijkse Willendorf. De vroegste monumentale sculptuur in het mediterrane gebied heeft zich ontwikkeld in het 4e en 3e millennium v. Chr.
In de oud Egyptische beeldhouwkunst is de staande figuur een standaardtype, met de ene voet iets voor de andere en de armen neerhangend langs het lichaam. De techniek ging uit van een rechthoekig blok steen afkomstig uit de steengroeven waarop een schaalverdeling van gelijke vierkanten werd aangebracht (vergroting van afbeeldingen). Een ander standaardbeeld is de zittende man, meestal een hofdignitaris of ambtenaar. Beelden werden volgens een vast patroon gemaakt in steen of hout.
De oudste voorbeelden van sculptuur uit Griekenland onderscheiden zich niet wezenlijk van die uit andere delen van Europa.
De Egyptische dodencultus inspireerden de Grieken tot het maken van vergelijkbare
stenen beelden van naakte jonge mannen en met draperieën beklede jonge
vrouwen. De eerste vrijstaande Griekse beelden stammen uit de eerste helft van
de 7e eeuw v. Chr. De Griekse religie kende geen dodencultus als
de Egyptische à nieuwe beeldcomposities en
technische innovaties
Griekse beeldhouwkunst: bronnen materialen en technieken
Bronnen:
Twee belangrijkste materialen: steen en brons. Minder belangrijk: terracotta,
hout, ivoor, goud en ijzer. Alleen stenen en bronzen beelden zijn bewaard gebleven.
Meest gebruikte steensoort: lokale grijswitte kalksteen en wit marmer.
Brons was een legering van koper en tin, soms aangevuld met andere metalen om een bepaalde kleur of glans te krijgen.
Stenen beelden werden in de groeve voorbewerkt. De oudste stenen beelden pasten geheel in een vierkant blok. Later werden ledematen etc met behulp van pen-en-gatverbindingen aangezet. Onderdelen werden vaak uit andere materialen toegevoegd (ogen van gekleurde steen, metalen diademen etc.)
Het gereedschap bestond uit diverse beitels (spits-, vlak- en tandbeitels), een houten hamer, een steenzaag en handboor, alsmede zachte steensoorten om het oppervlak te polijsten.
Brons:
Voordeel brons: hergebruik en herstellen van gietfouten.
Zeldzame techniek: ivoor en goud. Houten raamwerk met dunne laagjes ivoor en/of goud. Geen voorbeelden bewaard gebleven.
Functie, plaats en vorm
Maatschappelijke betekenis: opdrachtgever, plaats en toegankelijkheid (fysiek en figuurlijk) van belang.
Beelden werden in opdracht gemaakt, geen eigen initiatief van de kunstenaars, meer ambachtelijke kunst.
Functie Griekse en Romeinse beeldhouwkunst: religieuze werken, commemoratieve sculptuur, grafmonumenten en portretten. Romeinse tijd ook historische reliëfs en sarcofaagreliëfs.
Religieuze sculptuur te verdelen in drie groepen:
Het portret ontwikkelde zich laat in de Griekse en Romeinse beeldhouwkunst.
Romeinse portret groot realisme. Het Griekse portret is meer geïdealiseerd.
Ontwikkeling van het sacrale naar het profane. Verbreding in toepassing en plaatsing.
Ontwikkeling van artistieke appreciatie van het kunstenaarsschap in de Romeinse tijd.
Traditie en vernieuwing in de Griekse en Romeinse beeldhouwkunst
De centrale positie van de mens in de Griekse kosmologie. Goden werden weergegeven in menselijke gedaanten. Toepassing van de menselijke figuur is een constante.
Romeinen stelden belang in portretten, van levenden en overleden personen. Meer realistische afbeeldingen.
Het is deze Romeinse interpretatie en aanpassing van de griekse beeldhouwkunst die eeuwenlang heeft gediend als fundament voor de Europese kunst.
In de Romeinse portretkunst verenigt zich het realisme van de Hellenistische periode met de inheemse Italische of Etruskische traditie van het afbeelden van voorouders. Combinatie van realisme en allegorie.
De speerdrager
Augustus van Prima Porta
De geheel eigen Romeinse portretsculpturen kende verschillende genres:
Combinatie van realisme en allegorie.
Romeinse Sarcofagen verdelen in twee stijlen:
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Peter Prevos (1999)