ANCIEN REGIME 2
Inleiding
Bestaat "Europa"? In ieder geval wel in geografische zin.
Periodisering is tot op zekere hoogte willekeurig (Huizinga)
Cesuren zijn kunstmatig
Kenmerk AR is de feodale productiewijze ,begint al 900(Anderson)
Samenleving AR lijkt statisch maar er zijn revoluties geweest met ingrijpende en verstrekkende gevolgen (maar niet snel/ abrupt).
Preïndustriële agrarische samenleving waar wel degelijk sprake was van enige groei.
In W. Europa ontstond protoindustrie (putting-out system)
In O. Europa 2e feodaliteit
1 Agrarische verhoudingen
Goubert- vivre cést manger du pain= voeding grootste gedeelte van budget en grondgebruik
Er waren weinig steden en ook daarbinnen waren vee en gewassen.
Crise de substance= ( acute verstoring van wankel evenwicht
Crise du type ancien= graanprijzen omhoogè onderconsumptie in nijverheid è meer werkloosheid en geldgebrek
Malthus- pessimisme over mogelijkheid om groeiende bevolking te voeden (honger, ziekte oorlog zijn positieve checks)
Door de hoge transportkosten was de lange afstandshandel vnl. ein luxe goederen. Agrarische producten gingen een grotere rol spelen. In de Republiek was veel geïmporteerd graan.
Grondè kapitaal, belegging, status, macht
Volgens de mercantilisten is onbegrensde groei onmogelijk.
Maltus, 3 redenen 1) bevolkingsmechanisme
2) wet van de dalende meeropbrengst
3) beperkte energiebronnen en grond
Mathus werd bevestigd want pas laat 19e eeuw kon men een snel groeiende bevolking voeden (door mechanisatie, import en kunstmest) MAAR genuanceerd want het plafond kwam wel hoger te liggen in deze periode.
Bevolking
- daling eind middeleeuwen (o.a. Zwarte Dood)
- na 1750 forse groei
- bevolking nam toe, dus grond werd schaars/ lucratief
- belasting nam steeds toe
- steeds meer land-, werklozenè proletarisering
- onstaan protoindustrie- op het platteland eenvoudige producten
AR en groei
regionale verschillen
- fysisch-geografische omstandigheden
Frankrijk Engeland
Keuters grootgrondbezitters
Hoge lasten, beschermende overheid overheid op de hand van grootgrondbezitters
enclosure van weinig betekenis enclosure van grote betekenis
Nederland
Voordeel uit nadeel, grond minder geschikt voor graanè specialisatie, veredelingslandbouw
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Marga Mulder (2001)