Hoofdstuk 5 – Naar het land van Rembrandt
Conrad Busken Huet – Het land van Rembrandt – 1882-1884
19e eeuwse beeldvorming over de 17e eeuw in de letterkunde
In de literatuur kon en mocht de verbeelding aanvullen wat de wetenschap open moest laten.
Schilders spelen in de beeldvorming van de 17e eeuw een marginale rol. Onder de teksten die deze periode beschrijven zijn er maar een handjevol met de schilders als hoofdpersoon. De verklaring is niet zo heel moeilijk: zeeslagen, gevechten, diplomatieke missies geven meer stof tot schrijven van een roman dan de dagelijkse bezigheden van de schilder. Ook in de schets en novelle blijven ze echer onderbelicht, waar dichters wel aandacht kregen. De grote Hollandse meesters genoten van oudsher echter een dubieuze reputatie v.w.b. karakter en levenswijze, en dat stond een idealisering in de weg.
2 schilderslexica waren hiervoor verantwoordelijk:
de chronique scandaleuse had hun belangstelling: dronkenschap, geldverspilling, huiselijke onmin etc. In de 18e en begin 19e eeuw werden dit soort verhalen nog zondermeer geloofd. ‘Huishouden van Jan Steen’ is hier een overblijfsel van. Een schoolboekje uit 1838 kampt ook nog met dit probleem.
Eerste NL historische roman: het leven van Maurits Lijndrager van Adriaan Loosjes – 1808.Boek is nog geheel gebaseerd op de herstelgedachte. De hoofdpersoon is een incarnatie van alle aan de NL toegeschreven deugden.
De artistieke status
In de 18e eeuw werd de Hollandsche schildersschool gezien als een relatief hoogtepunt, maar niet als de absolute top.
Gedicht de Hollandsche natie – 1812 van Jan Frederik Helmers
Kortom 2 redenen dat het beeld van de schilders minder glanzend was:
Koerssttijging van de nationale kunst
Aernoud Drost – Scott navolger – het Altaarstuk – 1833 (Zuid!! NL Van Dijck wordt verliefd op een Vlaamse dorpsschone)
E.J. Potgieter - 1837 oprichter van De Gids, hij bepleitte een terugkeer naar de 17e eeuw. Een binnenwaarts gerichte blik leidde volgens hem tot cultureel provincialisme.Beeld van Rembrandt veranderd.
Het Rijksmuseum te Amsterdam – 1844 – belangrijkste cultuurhistorische beschouwing van Potgieter. Kwestie Italiaanse-Hollandse schilderkunst. Potgieter maakt ze niet ondergeschikt aan elkaar, volgens hem geen noodzaak tot hierarchie. Hem brengen schilderijen in verrukking waarin de volkskracht van de 17e eeuw uitgedrukt wordt.
Oprichting standbeeld voor Rembrandt in 1852 – Jacob van Lennep
Carel Vosmaer – Vogels van diverse pluimage – korte schetsen
Kunstenaar als hoofdpersoon
1e keer schilder als hoofdpersoon: het oesteretende vrouwtje van Jan Steen 1873 en Saskia 1879
In dit werk komen een aantal ontwikkelingen samen:
Onstaan van gedachte van genieen. In NL iets later dan in D en GB. Proces van genialisering
In onze eeuw reproducties op grote schaal beschikbaar middels fotografie. Over de invloed kunnen we voorlopig alleen nog maar gissen.
Hoofdstuk 6 - Een nieuw beeld
In F en D veranderde langzaam het beeld van de NL schilderkunst in de 17e eeuw van overwegend negatief naar positief. Johann Gottfried Herder en Johann Wolfgang von Goethe verhieven Rembrandt tot geniale hoogte.
Geheimzinnig licht op de ets ‘Faust’ werd als kabbalistisch afgeschilderd, Rembrandt was een soort Merlijn (volgens Eduard Kolloff)
Johann Heinrich Fussli – Zwitser – 1801 naar GB geemigreerd – artistieke herleving schilderkunst in NL middels Rembrandt en Rubens. Ook Jacob van Ruidael kreeg een bijzondere status. Zijn symboliek sprak zowel de romantici als de klassieke kunst aan.
Goethe stelde de uitbeelding van de natuur boven die van de mens, zo werd Van Ruisdael de grootste Hollandse schilder na Rembrandt.
Schone schijn en kunstige vlijt
historische ontwikkeling schilderkunst van laatste vier eeuwen werd tot ca. 1825 als een constante opgaande lijn voorgesteld. 19e eeuwse theoretici begonnen echter de kunst te relateren aan de tijd waarin deze was ontstaan. De voorheen negatief beschouwde eigenschap van taai geduld en vlijt werd nu positief beschouwd.
Johannes von Muller – 1797 – vlijt ontstaan door landaanwinning en strijd tegen de zee.
de kunstige vlijt vinden we ook terug bij Schlegel, die vooral de 15e eeuwse kunst van de Vlamingen zal als opmaat voor het werk van Albrecht Durer, het hoogtepunt van christelijke Duitse kunst.
Schelling: kunst is niet alleen natuurgebonden, maar moet dit ook zijn. Samenhang tussen de bodem waarop de kunstenaar leeft en de aard van zijn kunst.
Hegel - Vorlesungen uber die Aesthetik – stelde de historische ontwikkeling van de geest centraal. Achtereenvolgens: architectuur, beeldhouwkunst, schilderkunst, muziek en poezie de hoogste uitdrukkingsvormen van de menselijke geest. Hegel beschouwde de schilderkunst niet alleen als weergave van werkelijkheid, maar ook als een puur picturale prestatie.
Nieuwe beeld en kunsthistorici
waardering voor trouw aan Heimat, autochtoon geachte volksaard, die zichtbaar kon worden in schilderkunst.
Johann Dominik Fiorillo -> 1815-1820 – 1e studie over NL schilderkunst sinds Lebrun, hoogtepunt lag volgens hem in de 15e eeuw.
Gustav Friedrich Waagen -> kunsthistoricus, Uber Hubert und Johann van Eyck, standpunt Fiorillo ingebed in politieke geschiedenis
Franz Kugler -> 1837 – Handbuch der Geschichte der Malerei …
Waagen onderscheidde warmbloedige Vlamingen en flegmatische Hollanders, alle NL zijn volgens hem goedmoedig, vrijheidslievend, trouw, dapper, vol doorzettingsvermogen, technisch begaafd. Daarboven hebben ze een fundamentele liefde voor godsdienst en vaderland.
In de 16e eeuw bloeide de Vlaamse kunst minder, de opkomende itailiaanse smaak tastte de eenvoud en de religieuze zin van de NL aan. Er bleef een onderstroom bestaan die echter wel aandacht bleef besteden aan de oud-NL waarden: portret en landschapskunst. De 17e eeuwse landschapskunst werd in de waardering van de 19e eeuw trouw aan de Heimat genoemd door Kugler. Ook herkende hij in het portret het volkskarakter terug.
Grafengelen der schilderkunst
Van der Werff en De Lairesse werden door Fiorillo afgeschilderd als vervallen in oppervlakkigheid.
Volgens Fiorillo, Waagen en Kugler was de bloeitijd van de NL schilderkunst ca. 1700 voorbij.
Nieuwe Rembrandt beelden
Waagen noemt Rubens de schilder van het licht, Rembrandt van het donker.
C.Josi – 1810 – publicatie van gegevens over verkoop van boedel van Rembrandt. Hieruit bleek dat deze een grote kunstverzameling bezat, met een interesse in It. kunst.
Eduard Kolloff – 1854 – Rembrandt’s Leben und Werke – voorbeeldige studie van R. als mens, burger en protestant. Volgens Kolloff had R. bovenal naar de waarheid gestreefd, een waarheid die hij in zijn omgeving en in de bijbeltekst vond.
In de Franse kunstliteratuur kreeg R. de gestalte van protestants wijsgeer.
1848 – Houssaye – l’histoire de la peinture Flamande et Hollandaise
Kunst voor de mens
In Frankrijk
Dit is geen officiële site van de Open Universitiet Nederland
Correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Evelyn Ligtenberg (2002)