Hoofdstuk 3 – Nationaliteit in de schaduw van de Gouden Eeuw

Ook in Nederland is er ‘nationalisme’ van de ‘foute’ variant geweest. Nationalisme is meer gekleurd d.m.v. specifieke kenmerken, tradities en geschiedenis dan bijv. liberalisme, socialisme en communisme.

Een specifiek Nederlands karakter is moeilijk te geven, aangezien we ervan uitgaan dat Nederland altijd bijzonder open heeft gestaan voor invloeden van buitenaf. Dat betekent niet dat van alles klakkeloos werd overgenomen. Soms werd er succesvol overgenomen, bijv.politieke ideeën of culturele stromingen. Aan de andere kant kreeg bijv. de romantiek in de letterkunde hier nagenoeg geen poot aan de grond. Het nationale gevoel in Nederland was over het algemeen zwak ontwikkeld.

Gouden Last van het Verleden

Nederland is ontstaan aan het eind van de 16e eeuw, gevolgd door de Gouden Eeuw. Tijdens de 19e eeuw leefde die idee nog steeds en gaf ze de Nederlandse natie haar eigenheid en het nationalisme hier haar kleuring. Het was meteen een ‘gouden last’, gelijk voor een andere ‘gereduceerde’ mogendheid, zoals Zweden.

Er heerste een soort gespannen verhouding met het verleden, pas laat in de 19e eeuw werd deze een beetje ontspannen. In de kunst had de fixatie op de Gouden Eeuw op twee manieren invloed:

  1. De Gouden Eeuw werd onderwerp van historieschilderstukken
  2. Kunstenaars gingen in hun werken ‘op zoek naar de Gouden Eeuw’

Patriotten en prinsgezinden hadden ieder hun eigen kijk op het verleden.

Verlichting: 1750-1850, ook opkomst en doorbraak modern NL nationalisme. Bouwt voort op een al goed ontwikkeld nationaal besef. Eind 18e eeuw heette de Republiek in ‘verval’ te zijn. Uitlopend op een ‘vaderlandscultus’ in de periode 1760-1770. Biografische lexica uit die tijd geven een grote verzameling vaderlandse helden weer, o.a.:

de laatste twee categorieën stonden hoger aangeschreven dan de eerste twee

Pruisische inval 1787. Tijdens Bataafse revolutiejaren 1795-1798 bleek het nationaal gevoel verloren te zijn gegaan in politiek gekrakeel.

Nationalisering van de revolutie

Bovengenoemde periode 1795-1798 legde een verlicht-burgerlijk fundament voor de NL natie die tot ver in de 19e eeuw zou doorklinken. Het vaderlands gevoel van rond 1800 was vooral cultureel bepaald. Oprichting Nationale Konst-Gallerij in 1800 (voorloper Rijksmuseum).

De bezettingsjaren 1810-1813 hebben wezenlijk bijgedragen aan het saamhorigheidsgevoel onder de Bataven.

Bij het herstel en onafhankelijkheid onder Oranje in 1813 en de daarmee samenhangende samenvoeging met België werd teruggegrepen op het Bourgondisch-Habsburgse verleden dat Noord en Zuid gemeenschappelijk hadden.

Het verleden als toekomstperspectief

Tiendaagse Veldtocht – 1830, afscheiding van België (in 1839)

Van Speijk – 1831

Concepties van verval, verlichting en vooruitgang werden nauw met elkaar verbonden. Het verleden van de Gouden Eeuw werd opnieuw gebruikt.

Oprichting ‘De Gids’ – 1837 – als brandpunt van een zowel cultureel als politiek getinte opwekkingsbeweging. Potgieter en Bakhuizen van den Brink.

Laatstgenoemde zag de nationale eigenheid scherper door zijn buitenlandse ervaring in Dld waar hij wees op het verschil tussen een volk dat nooit vrijheid gekend had en de NL bevolking. Volgens hem kon NL nooit weer de oude glorie herstellen, maar oude glorie ontkennen was anti-nationaal.

Potgieter – Jan, Jannetje en hun jongste kind, Rijksmuseum te Amsterdam (schilderijen als medium om 17e eeuw dichterbij te brengen)

2-sporenbeleid begin 19e eeuw:

  1. via schilders
  2. via schrijvers

NL was minder bevangen door ‘Denkmalswut’ dan in landen rondom, pas vanaf de 2e helft van de 19e eeuw begon men met standbeelden voor vaderlandse helden. 1e project was een standbeeld voor Rembrandt in 1848, op initiatief van schilder Bosboom.

Jan Pieter Heije – 1858 – Nutsalmanak met berijmde bijschriften bij portretten van 17e eeuwse schilders

Verzuiling

Katholieke emancipatie – Alberdingk Thijm

Robert Fruin – eerste hoogleraar geschiedenis – oranjemythe

Java en de Staalmeesters

80-ers o.l.v. Van Deyssel: niet meer kijken naar verleden, maar naar eigentijds buitenland. L’art pour l’art. Het maakte een meer ontspannen relatie met de Gouden Eeuw mogelijk. De Haagse School uit die tijd zocht echter weer aansluiting met de Gouden Eeuw.

Nieuw soort nationalisme rond 1900 o.i.v. (late) industrialisering en snel groeiende bevolking.

Boerenoorlogen – oer-Hollanders in ver Zuid-Afrika, geuzen van de 19e eeuw.

Linkse intelligentsia: hield zich tot 1900 ver van nationale sentimenten

 

Hoofdstuk 4 – terug naar een roemrijk verleden

Nederlandse volksaard en nederlandse schilderkunst

E.M. Engelberts ->’onderzoek naar oorzaken van het verval der schilderkunst in NL’

Hij zocht het bij de NL’s zelf, die kochten liever uit GB geïmporteerde prenten. Navolging van buitenlandse modegrillen beroofde eigen kunstenaars van hun brood.

Oostenrijks Successieoorlog 1740-1748 liet zien dat Republiek slechts een zwakke positie bekleedde, in 1747 bijna ingelijfd bij Frankrijk. Men streefde alleen nog eigen genot na en had landsbelang uit het oog verloren, was de stelling. Men moest het oorspronkelijke NL karakter heroveren.

Montesquieu -> De l’esprit des lois – 1748

bespreekt rol van volkskarakter bij functioneren van de samenleving, hiermee hangen weer regeringsvormen samen, alsook klimaatleer. Bedaardheid en geduld van noorderlingen is een bron van deugdzaamheid. In NL vond dit beeld natuurlijk veel weerklank..

Simon Stijl -> Opkomst en bloei van de Rep. der Ver. NL – 1774

NL groot geworden door gevecht tegen water en opdringerige buren

W.A. Ockerse -> Ontwerp tot eenen algemeene characterkunde – 1788-1797

Roem en grootheid te danken aan geduld en nimmer aflatende ijver.

NL schilderkunst was volgens hem een onderdeel van de nationale industrie.

Overvloed, weelde, verwijfdheid en traagheid zijn oorzaken van het verval.

Rhijnvis Feith -> kunst is in de eerste plaats ontspanning voor de gewone Hollander

Genootschappen en tekenacademies

Genootschap -> invloed op vorming en ontwikkeling van burger. Elitair en hiërarchisch opgebouwd ledenbestand. 2e generatie genootschappen hielden zich bezig met vaderlandse geschiedenis en kunstbeschouwing. Een goede opleiding zou leiden tot betere smaak. Tot deze groep werden ook de tekenacademieis gerekend -> vaak nog vorming van historieschilders, kopieën naar klassieke beelden en naar levende mannelijke naaktmodellen. Opwaardering ‘lagere’ genres.

Cornelis Ploos van Amstel – mede-directeur van de Amsterdamse stadtekenacademie, verzamelaar van 17e eeuwse en eigentijdse Hollandse werken.

Bouwmeester Jacob Otten Husly – ook mede-directeur wijdde een specifieke lezing aan de schilderkunst – hij roemt de waarheid en eigen poezie van de NL schilders

Abraham van Strij van de tekenacademie Pictura in Dordrecht was zelfs afkomstig uit de lagere genreschilderkunst. Zijn vermoedelijke broer Jacob wedijverde met Albert Cuyp in de landschapsschilderkunst. Hij werd er zelfs van beticht Cuyp opzettelijk te kopiëren.

Bevordering van eigen nationale smaak

Centrale overheid in NL in 1795. Instelling functie ‘agent van nationale opvoeding’. Opening Konstgalerij in 1800 in Huis ten Bosch, enige overheidsmuseum gesticht in deze tijd.

Isaak Jan Alexander Gogel – beheerde nagelaten eigendommen Willem V – wilde jeugd doordringen van goede voorbeeld van hun voorouders. Tevens wilde hij de goede smaak laten groeien en daarmee het beschavingspeil verhogen. Door aankopen trachtte hij de verzameling evenwichtig aan te vullen, met nadruk op voorwerpen uit vaderlandse geschiedenis.

Koning Lodewijk Napoleon was bezield van het idee, net als de patriotten, dat kunst een middel was om de nijverheid te bevorderen. Hij trachtte bij zijn aankopen rekening te houden met de wensen en mentaliteit van zijn onderdanen. Hij was Paneuropees georiënteerd en wilde dat aankomende kunstenaars zich internationaal ontwikkelden: Koninklijk Instituut voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten, getrouwe kopie van het Parijse Institut National

Om de 2 jaar werden tentoonstellingen ‘van werken van levende meesters’ georganiseerd. Hieruit weten we dat in die tijd het landschap en genrestuk het meest populair waren.

De gereformeerde godsdienst zou een belangrijke externe factor voor het ontbreken van historieschilderkunst zijn.

Tussen optimisme en berusting

Joan Melchior Kemper – invloedrijk staatsman en ontwerper van de nieuwe constitutie: herwonnen onafhankelijkheid en eenwording met België zou een nieuwe bloeitijd betekenen voor de kunst. In redevoeringen wordt echter bar weinig aandacht besteed aan de Zuid-Nederlandse erfenis.

Koning Willem I hief de reeds bestaande kunstinstellingen niet op.

Cornelis Apostool – eerste directeur van Koninklijk Museum

jonkheer Johan Steenkracht van Oost-Capelle – eerste directeur van Mauritshuis

Aankoopbeleid van beide bovengenoemde had een duidelijk nationaal accent, maar hun musea werden ook verrijkt met buitenlandse schilderijen, waaronder uit de Italiaanse school.

Tijdens de Belgische Afscheiding trok noord Nederland zich genoegzaam terug binnen de ‘oude’ grenzen.

Jeronimo de Vries – commentaar op gang van zaken in kunstwereld – 1813-1853. De NL schilders wisten van het kleinste en onaanzienlijkste schepseltje nog een bijzonder schilderij te maken, dat was hun grote kunstenaarschap.

Buitenlandes invloed, schoolse of slaafse navolging waren volgens hem funest voor onafhankelijkheid en nationaliteit.

Historische Galerij, geopend in 1864 in Amsterdamse Arti en Amicitiae.


| Index | Geschiedenis | Gouden Eeuw | Vorige | Volgende |

Dit is geen officiële site van de Open Universitiet Nederland

Correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

Evelyn Ligtenberg (2002)