WETENSCHAPSLEER

LEEREENHEID 14

Rationele verklaring: begrijpt menselijk handelen vanuit redenen en beschouwt het niet alleen als gedrag waar een causale verklaring voor te geven is.

Intentionele verklaring: verklaring in termen van motieven of doeleinden.

Hermeneutische cirkel: het heen en weer bewegen van de algemene naar de specifieke betekenis van een woord of tekst om zodoende een steeds rijkere interpretatie te ontwikkelen.

Verstehen: (Letterlijk begrijpen) verstaan; iets in zijn innerlijke samenhang begrijpen. Door Dilthey en anderen kenmerkend geacht voor de methode van de geesteswetenschappen (of idiografische, cultuur- of menswetenschappen), omdat het daar - i.t.t. de moderne natuurwetenschap, die de fysische werkelijkheid slechts kan verklaren - juist gaat om betekenissamenhangen.

Zijn de mens- en cultuurwetenschappen verwant aan letterkundige disciplines? Of zijn ze de stiefbroers van de 'volwassen' natuurwetenschappen? Is het mogelijk het menselijk handelen en de producten daarvan op een natuurwetenschappelijke manier te verklaren, of vereisen ze een andersoortige benadering?

Hempel introduceerde het deductief-nomologische verklaringsmodel als de standaard voor de mens- en cultuurwetenschappen; hij vindt historische verklaringen zeer onbevredigend, maar beweert dat ze (historische; intentionele en rationele verklaringen) logisch te reconstrueren zijn tot een deductief-nomologische verklaring. Ze moeten opgevat worden als verklaringsschets; een eerste stap in de richting van een volledig ingekleurde verklaring die correspondeert met de naakte historische feiten. I.t.t. tot pseudo-verklaringen zijn zulke schetsen empirisch toetsbaar.

Kritiek op Hempel komt (recent) uit de ANGELSAKSISCHE FILOSOFIE (Dray), en, al eerder, van de CONTINENTALE HERMENEUTIEK (Dilthey, Gadamer). Verklaringen in termen van intenties en redenen zijn niet zonder meer te herleiden tot causale verklaringen:

  1. Historisch onderzoek is niet gericht op het formuleren van algemene wetmatigheden. Een historicus vraagt niet 'waarom noodzakelijk' (voldoende voorwaarden), maar 'hoe mogelijk' (noodzakelijke voorwaarden; geen voorspelling).
  2. Historici streven niet naar een volledig ingekleurde verklaring(sschets) die correspondeert met de naakte historische feiten. Deze empiristische notie wordt vervangen door de stelling: niet afbeelden maar uitbeelden. Het gaat om interpretaties vanuit een bepaalde eigentijdse interesse (vergelijk: Kuhn en Popper) in het licht van een theorie. Deze theoretische vooronderstellingen zijn geen constitutieve, maar heuristische (richtinggevende) factor.
  3. Het LOGICAL CONNECTION ARGUMENT: in een causale verklaring mogen alleen empirische verbindingen tussen explanans en explanandum voorkomen (zie de voorwaarden in leereenheid 12), maar de relatie tussen intentie en handeling is niet empirisch, maar conceptueel of logisch. Intentionele verklaringen geven een antwoord op de vraag: 'wat is dit voor een handeling; ze expliciteren de betekenis van handelingen. Overigens hanteert ook de continentale hermeneutiek dit argument: tussen deel en geheel, cultuurverschijnsel en culturele achtergrond, bestaan geen empirische relaties, maar betekenisrelaties (= conceptueel, zie definitie interne, conceptuele relatie, leereenheid 12: zodra er sprake is van conceptuele verbanden vervalt de mogelijkheid van een causaal verband. Daarvoor zijn immers onafhankelijke variabelen nodig.).


Ook de rationele verklaring is een antwoord op de vraag 'hoe mogelijk' i.p.v. 'waarom noodzakelijk' (Dray). Het gaat om redenen, niet om noodzakelijke gevolgen. Rationaliteit is geen dispositie (een toetsbare empirische eigenschap), geen gegeven, maar een vooronderstelling.

Volgens Dilthey maakt de verstehende methode het ons mogelijk om de betekenis van cultuurverschijnselen te ontwaren (de natuurwetenschappelijke methode is geschikt voor natuurverschijnselen). Hij maakte de overstap van de psychologische opvatting van verstehen (het zich kunnen inleven in de ander), naar de hermeneutische (de beheersing van de door de ander gebruikte taal). Volgens de hermeneutische cirkel zijn deel en geheel niet onafhankelijk van elkaar te begrijpen: deze denkfiguur kan dienen als model voor het begrijpen van cultuurprodukten in het algemeen. De intersubjectieve toegankelijkheid van een taal, of, meer in het algemeen van een cultuur blijkt de basis van het verstehen te zijn. Volgens Gadamer berust verstehen altijd op een voorbegrip, en is het intersubjectief: tijdens het interpreteren komt betekenis tot stand doordat het perspectief van de interpreet en dat van het interpretandum met elkaar geconfronteerd worden. Historisch verklaren is een dialoog waarbij men op grond van eigen vragen met het verleden in gesprek treedt, en ervan kan leren.

Hempels pogingen historische verklaringen te herleiden tot causale verklaringen lopen spaak omdat hij het specifiek NARRATIEVE karakter van intentionele en rationele verklaring miskent. De deductief-nomologische benadering laat geen ruimte voor een dialoog tussen interpreet en interpretandum. Juist die dialoog is echter een wezenlijk aspect van het verklaren in de mens- en cultuurwetenschappen. Zowel vanuit de Angelsaksische filosofie (MacIntyre) als vanuit de continentale hermeneutiek (Ricoeur) wordt dit belang van verhalen wel onderkend. De Angelsaksische filosofen interpreteren de verklaring in de mens- en cultuurwetenschappen als een vorm van herbeschrijving. Het aangeven van de motieven en intenties die aan een handeling ten grondslag liggen, en het expliciteren van de rationaliteit daarvan, vindt bij uitstek plaats in verhalen. Voor hermeneutici is elke interpretatie een duiding van een uiting als onderdeel van een zinvolle eenheid. De hermeneutische cirkel tussen deel en geheel impliceert dat afzonderlijke uitingen beschouwd worden als onderdeel van een wijdere betekeniscontext, die het karakter heeft van een verhaal. MacIntyre beklemtoont dat verhalen fundamenteel zijn voor het karakteriseren van menselijke handelingen: narratieve herbeschrijvingen berusten op een mogelijke confrontatie van het deelnemersperspectief met het buitenstaandersperspectief. Ricoeur benadrukt dat mensen hun leven ordenen door het vertellen van verhalen; het verhaal is gebaseerd op ervaringen in het leven, en maakt die ervaringen expliciet en verrijkt zodoende hun betekenis (hermeneutische cirkel tussen leven en verhaal). Een autobiografie bijv., functioneert als script die het leven richting geeft; autobiografieën geven ons zicht op cultureel heersende interpretatiekaders die het mensen mogelijk maken om hun leven als een zinvolle eenheid te beleven en aan anderen te presenteren.

DE LADDER VAN HET VERSTAAN VAN WEBER:

Gegeven dat een narratieve benadering niet meer lijkt te werken, zoeken we onze toevlucht tot andere verklaringen die abstraheren van het specifiek menselijke karakter van het te verklaren fenomeen. We geven redenen als we dat kunnen, en wenden ons tot causale verklaringen als dat niet mogelijk is. Dit principe heeft een normatieve lading: bovenaan staat de narratieve verklaring, de teleologische en de causale zijn minder waard..


| Index | Filosofie | Wetenschapsleer | vorige |

Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland

correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom

C. De Beij