Wetenschapsantropologie (Latour): studie van
de onwikkeling van wetenschappelijke praktijken en controversen vanuit een
besef dat wetenschap en maatschappij daarbij nauw verweven zijn. Hij wil
de talloze verbindingslijnen tussen wetenschap en maatschappij ontrafelen
en m.n. de maatschappelijke machtspositie van het laboratorium analyseren.
Om inzicht te krijgen in het werk dat wetenschappers doen, wordt ter plaatse
(in situ) en met een agnostische houding ten aanzien van de inhoud, cultureel-antropologisch
veldwerk én controverse-onderzoek gekoppeld.
Agnosticisme ten aanzien van de inhoud van wetenschap is de enige manier
om grensgevechten rond de afbakening van het wetenschappelijk domein te
observeren, zonder daarin zelf betrokken te worden.
Bij de verklaring van het verloop van controversen dient men geen beroep
te doen op de latere uitkomsten ervan.
Methodologische voorschriften voor wetenschapsantropologisch onderzoek:
Wetenschap onderscheidt zich niet van andere menselijke bezigheden door
de logica, maar door haar associologica: haar vermogen de bestaande
orde te transformeren door nieuwe verbanden te leggen.
Semiotische benadering van teksten: betekenis opgevat als een relationeel
effect.
Semiotiek: algemene tekenleer; door de actornetwerktheorie op een non-linguïstische manier gebruikt om vanuit een agnostisch beginpunt de produktie van verschillende betekenissen in het proces van netwerkbouw te beschrijven. Latour brengt allerlei heterogeen materiaal (actanten) met elkaar in relatie.
Translatie: houdt in dat een andere positionering van een element (teken) t.o.v. zijn context gepaard gaat met een verschuiving in de betekenis die aan dat element wordt gehecht. Translatie heeft een tweeledige betekenis: (meetkundig) verplaatsing én (linguïstisch) vertaling. De wetenschapsonderzoeker kan m.b.v. van het begrip teksten analyseren als een netwerk van uitspraken die in een semiotische relatie tot elkaar staan.
Translatiemodel: beschrijft volgens Latour het proces van wetenschap in wording.
De onoverzichtelijke brij teksten waarmee een wetenschapsonderzoeker werd geconfronteerd kan nu worden voorgesteld als een netwerk dat het niveau van de individuele teksten doorsnijdt.
Positieve en negatieve modaliteiten: tegengestelde
translatiemechanismen waarmee een uitspraak respectievelijk als objectief
feit wordt gekwalificeerd door het van zijn ontstaansgeschiedenis te zuiveren,
dan wel als artefact door het aan zijn subjectieve, plaats- en tijdgebonden
oorsprong te koppelen.
Wanneer een ontstaansgeschiedenis helemaal is verdwenen zeggen we dat een
bewering black box is geworden. Iedere bijdragen aan het wetenschapelijk
debat wijzigt de status van de oorspronkelijke uitspraak. Het lot van een
uitspraak ligt in de handen van diegenen die hem doorgeven. Een uitspraak
dwingt instemming af door te leunen op de overtuigingskracht van anderen.
Translatiemechanisme: de auteur als plaatsvervanger en woordvoerder van velen. Overtuigingskracht van teksten wordt versterkt door vele krachten op één lijn te brengen. Paradox: hoe méér teksten de voorgestelde associatie overnemen en deze, in een streven om eigen calims te funderen, positief bekrachtigen, des te vanzelfsprekender deze associatie wordt.
De studie van wetenschap in wording vraagt om uitbreding van het kalssieke semiotische kader dat zich tot louter teksten beperkt. Er zal ook ruimte moeten worden gegeven aan de niet talige substanties. De specifieke toepassing van het semiotischv ocabulaire staat bekend als de actornetwerktheorie.
Actornetwerktheorie: Latours semiotische wetenschapsantropologische benadering. Methode die de ontwikkeling van wetenschappelijke praktijken en controversen beschrijft als het smeden van een stabiel netwerk van relaties tussen actanten.
Actant: semiotische verzamelterm voor de heterogene menselijke en niet-menselijke krachten of tekens waaruit een wetenschappelijk netwerk wordt opgebouwd. Alles wat kracht uitoefent of weerstand biedt is een actant.
De netwerkbouwer maakt in zijn ordeningsarbeid geen onderscheid
tussen mensen en dingen. Onderscheid tussen ruis en signaal is het reslutaat
van netwerkbouw.
Dilemma voor de netwerkbouwer: de steun van velen is noodzakelijk, de oorspronkelijke
boodschap wordt daardoor echter steeds meer verstoord.
Tijdens het proces van netwerkbouw worden zowel de sociale als de natuurlijke
orde geherdefinieerd.
Kredietwaardigheidscyclus: proces waarbij de netwerkbouwer verworven krediet (in de vorm van geloof en geld) onmiddellijk in het laboratorium en nieuwe krachtmetingen herinvesteert, om de productie van nieuwe feiten te stimuleren die geïnteresseerde krachten voor langere duur aan het netwerk kunnen binden.
In het laboratorium wordt via krachtmetingen (het blootstellen van de actanten aan diverse krachten) de onbekende actant zichtbaar. Latour constateert dat een groot deel van de inspanningen van wetenschappers erop is gericht zwart op wit gestelde boodschappen de wereld in te sturen. Een registratie-instrument reduceert een onoverzichtelijke hoeveelheid materiaal tot een inscriptie die overzichtelijk en leesbaar is.
Immutable mobiles: mobiele stolsel. Product van krachtmetingen
en registratiearbeid in laboratoria waarbij een onbekende substantie drie
eigenschappen verwerft: stabiliteit, mobiliteit en combineerbaarheid, hetgeen
de accumulatie van heterogene krachten mogelijk maakt die wetenschappelijk
werk kenmerkt.
De immutable mobiles worden gereproduceerd en gedistribueerd. Ze zijn echter
een product van positieve modulatie, de ontstaansgeschiedenis wordt slechts
gedeeltelijk verteld. Men neemt een direct verband tussen de werkelijkheid
en de immutable mobile aan.
In een laboratorium vindt een radicale schaalverandering en
omkering van krachten plaats die het mogelijk maakt om de heterogene fenomeen
buiten het laboratorium te kunnen beheersen.
De resultaten worden vervolgens terug naar het veld gebracht voor een verdere
krachtmeting, het veldexperiment.
In de geschiedschrijving van de wetenschap wordt een radicale breuk geponeerd
tussen een rationele binnenwereld, waar feiten worden ontdekt, en een alledaagse
buitenwerled, waar feiten worden geverifieerd. Deze scheiding is echter
kunstmatig. Al het werk in de laboratoria kan worden beschreven in alledaagse,
niet cognitivistische termen. Feiten ontdekken en in de praktijk waarmaken
zijn nauw met elkaar verweven.
Het vermogen van wetenschappers om gebeurtenissen te voorspellen hangt nauw samen met hun vermogen netwerken uit te breiden en erin rond te kunnen reizen.
Metrologie: van de buitenwereld een binnenwereld maken waarin
feiten kunnen reizen.
De hefboomwerking van het laboratorium: Nadat in het laboratorium de talloze
ongrijpbare en elkaar tegensprekende krachten zijn gereduceerd tot een overzichtelijk
geheel, kan de wereld, als door een hefboom, vanuit een wetenschappelijk
centrum worden bewogen.
Heterogene netwerken, de producten van eerdere penetraties van de wetenschap in onze samenleving, zijn alom tegenwoordig. Deze netwerken belemmeren het overzicht op de feiten. De netwerken vormen een paradox: hoe verder zij reiken, hoe ongrijpbaarder hun inhoud wordt.
Translatiemodel: translatie van feiten uit de wereld naar
het semiotische vlak. Wetenschap in ontwikkeling.
Diffusiemodel: beschrijft de toestand bij kant en klare wetenschap.
Toeschrijvingsprocessen worden gekenmerkt door de ontkenning van de roerige, eigen geschiedenis. De sporen van het translatieproces worden uitgewist.
Wetenschap in wording: woordvoerderschap, vertalingen, ruis, verplaatsingen, lokaal en subjectief, heterogene ensembles, ambiguïteit, ambachtelijk handwerk, constructie, krachtmetingen, nderhandelingen, netwerkbouw d.m.v. translaties, afhankelijkheid van velen, ordenen, relativisme.
Kant en klare wetenschap: vanzelfsprekendheid, heldere boodschap, stabiliteit, overal en objectief, natuur en maatschappij, dichotome categorieën, ideeën en abstracties, ontdekking, intrinsieke eigenschappen, feiten en machines, verspreiding uit zichzelf, genie dat velen bewoog, orde, realisme.
Beide posities (relativisme en realiseme) zijn volgens Latour waar, alleen nooit tegelijkertijd. Ze zijn pas strijdig wanneer we wetenschap in wording verwarren met het resultaat.
Gegeneraliseerd symmetriebeginsel: schrijft voor de stabilisatie van menselijke en niet-menselijke associaties met een en hetzelfde (semiotische) begrippenkader te beschrijven, en voor de verklaring van het sluiten van controversen een beroep te doen op de categorieën natuur en maatschappij, die volgens wetenschapsantropologen het eindprodukt zijn van netwerkbouw.
Asymmetrie: volgens Latour het resultaat van netwerkbouw. De ambiguïteit van wetenschap in wording wordt getransformeerd in de geordende wereld van kant en klare wetenschap.
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
C. De Beij & Peter Prevos