ARGUMENTATIE EN OPENBAAR BESTUUR
Inductie
- Alle As (of x procent van hen) die we tot nu toe hebben waargenomen zijn
Bs
- Dus: waarschijnlijk zijn alle As (of x procent van hen) Bs
Voornaamste toepassingen: voorspellen en verklaren
Sterke en zwakke inducties. Gradaties van inductieve deugdelijkheid
Een redenering is inductief wanneer haar premissen en conclusie bestaan uit
empirische uitspraken, waarin de conclusie niet deductief valt af te leiden
en de gevolgtrekking is gebaseerd op de veronderstelling dat waargenomen regelmatigheden
blijven bestaan.
Inductief beginsel: de werkelijkheid kent een zekere regelmatigheid
Inductieve conclusies zijn altijd extrapolerend. Van het bijzondere naar het
algemene
Sterkte van de redering is recht evenredig met het aantal bijzondere gevallen
die worden waargenomen en omgekeerd evenredig met de mate van extrapolatie
Drie stappen van een inductieve redenering
- de constatering dat een bepaalde regelmaat bestaat
- de aanname dat de regelmatigheid blijft bestaan
- de verwachting dat de regelmatigheid ook van toepassing is op het verschijnsel
waarover de conclusie zich uitspreekt
Beoordelingsvragen:
- Bestaat er inderdaad een regelmatigheid?
- Is er een voldoende aantal gevallen waargenomen?
- Is het aantal waarnemingen dermate gevarieerd dat de waargenomen gevallen
representatief geacht mogen worden voor de doelpopulatie?
- Kan het geprojecteerde kenmerk inderdaad aan de doelpopulatie worden toegeschreven,
op grond van de geconstateerde regelmaat?
Een redenering als geheel wordt sterker als:
- de premissen worden versterkt (principe van directe variatie)
- de conclusie wordt afgezwakt (principe van inverse variatie)
- de kans op een bepaald voorbehoud afneemt (principe van onwaarschijnlijke
voorbehouden)
Indien een redenering een keten van inductief en deductief bevat, dan oordelen
op inductie (de zwakste schakel)
De kracht van ondergeschikte of subredeneringen moeten worden vastgesteld door
het product van de kansen te berekenen.
Transformatie van inductie naar deductie Universele generalisaties in
de wetenschappen
- Alle As die we tot nu toe hebben waargenomen, zijn Bs
- Dus: waarschijnlijk zijn alle As ook Bs.
Samenhang of oorzaak?
Twee verschijnselen hangen samen, of correleren, wanneer het optreden van het
ene verschijnsel altijd of meestal gepaard gaat met het optreden of een verandering
van het andere verschijnsel. Een oorzakelijk verband is een bijzonder geval
van correlatie; de situatie waarin een verschijnsel betrokken is bij de productie
van een ander verschijnsel.
Drogreden van de verkeerde oorzaak post hoc ergo propter hoc (causale
samenhang verkeerd)
Vier mogelijkheden van correlatie:
- De correlatie ontstaat doordat X een bijdrage levert aan de totstandkoming
van Y
- De correlatie ontstaat doordat Y een bijdrage levert aan de totstandkoming
van X
- De correlatie ontstaat door een derde factor die de oorzaak is van X en
Y
- De correlatie is niet causaal, maar logisch
Redenering ter voorspelling
Algemene vorm: A leidt (over het algemeen) tot B A leidt
tot B
Ai is het geval Ai is waarschijnlijk
Ergo: Bi is (waarschijnlijk) het geval Ergo: Bi
is waarschijnlijk
Voorwaardelijke voorspelling: A leidt over het algemeen tot B
Ergo als Ai, dan waarschijnlijk Bi
Evaluatievragen:
- Zijn er redenen om aan Ai te twijfelen?
- Is Ai een duidelijk geval van A?
- Is oorzaak (of regelmaat of teken) A i.h.a. voldoende om gevolg B zeker
of waarschijnlijk te achten?
- Is het verband tussen A en B voldoende vaak in eerdere gevallen waargenomen?
- Zijn er gevallen bekend waarin A niet tot B leidde?
- Zijn er in het algemeen omstandigheden denkbaar of waarschijnlijk waaronder
A niet tot B leidt?
- Is het verband tussen A eb B aannemelijk op grond van algemenere verbanden?
- Zijn er in dit concrete geval nog omstandigheden die de kans op Bi
verkleinen of vergroten?
- Is de in de conclusie uitgedrukte waarschijnlijkheid of zekerheid in overeenstemming
met vraag 1 t/m 4?
Redenering ter verklaring
Van gevolg naar oorzaak: Bi is het geval
A leidt (over het algemeen) tot BErgo: Ai is waarschijnlijk het geval
Tekenredenering: Ai is het geval
A is een teken van B
Ergo: Bi is (waarschijnlijk) het geval
Gebruikt voor Interpretaties van menselijk gedrag
Evaluatie:
- Zijn er redenen om aan Bi te twijfelen?
- Is Bi duidelijk een geval van B?
- Is het optreden van B in het algemeen voldoende om A waarschijnlijk te achten?
- Is het verband tussen A en B voldoende vaak waargenomen?
- Zijn er gevallen bekend waarin B zonder A optreedt?
- Zijn er omstandigheden denkbaar of waarschijnlijk waaronder B zonder A optreedt?
- Is het verband tussen A en B aannemelijk op grond van algemenere verbanden?
- Zijn er tekens die een andere richting op wijzen?
- Treden andere effecten op tekens, die men op grond van A zou mogen verwachten,
inderdaad op?
- Zijn er alternatieve verklaringen voor Bi waaraan een grotere
aannemelijkheid kan worden toegekend?
- Is de in de conclusie uitgedrukte waarschijnlijkheid in overeenstemming
met het antw. op vraag 1 t/m 6?
Van samenhang naar causaal verband Ai is het geval
Bi is het geval
A leidt (meestal) tot B
Ergo: Bi is waarschijnlijk het gevolg van Ai
Evaluatie:
- Zijn er redenen om aan Ai te twijfelen?
- Zijn er redenen om aan Bi te twijfelen?
- Is A een noodzakelijke verklaring voor B?
- Is A een voldoende voorwaarde voor B?
- Is A een veel voorkomende oorzaak van B?
- Zijn er gevallen bekend waarin B zonder A, of A zonder B optreedt?
- Zijn er omstandigheden denkbaar waarin A en B tegelijkertijd maar onafhankelijk
van elkaar optreden?
- Is het verband tussen A en B aannemelijk op grond van algemenere verbanden?
- Is de in de conclusie uitgedrukte waarschijnlijkheid in overeenstemming
met het antw. op vraag 1 t/m 4?
Drogredenen bij voorspellen en verklaren
- Ambiguïteitsdrogreden: Het verwarren van noodzakelijke en voldoende
voorwaarde
- Ignoratio elenchi: Wanneer de conclusie stelliger is dan de premissen
- Drogreden van divisie: conclusie over een individu op basis van gegevens
over de groep
- Drogreden van de verhaaste generalisatie: Deze doet zich voor wanneer
- Iemand A,B en C presenteert als voldoende steun voor conclusie D
- A,B en C gezamenlijk onvoldoende steun opleveren voor D omdat:
- ze geen gegevens opleveren die voldoende systematisch zijn verzameld
- ze geen voldoende steekproef bieden van de verschillende soorten gegevens
- ze de mogelijke aanwezigheid negeren van tegengestelde gegevens door
gegevens achter te houden
Tegengesteld is het immuniseren tegen kritiek (= alle uitspraken te voorzichtig
kwalificeren)
- Drogreden van de verkeerde oorzaak (hoc ergo propter hoc)
- Verwarren van oorzaak en gevolg
|
redeneer procedure
|
soort conclusie
|
mate van zekerheid
|
functie
|
geldige redeneervorm
|
|
inductie
|
empirisch
|
waarschijnlijk
|
voorspellen
|
- inductieve generalisatie:
- van oorzaak naar gevolg
|
| |
|
|
verklaren
|
|
| |
|
|
|
|
| |
|
|
|
- van samenhang naar causaal verband
|
| Index | Argumentatie en Openbaar Bestuur | vorige
| volgende |
Dit is geen officiële site van de Open Universiteit Nederland
correcties, opmerkingen of aanvullingen zijn altijd welkom
Peter Prevos (1998)