Gegeven de gronden, kunnen we een beroep doen op de motivering, die weer rust op een ondersteuning, om een (aanvaardbare) conclusie te bereiken met zoveel zekerheid als de kwalificatie aangeeft met eventuele voorbehouden

Grond: (data) gegevens
Motivering: (warrant) algemene regel
Ondersteuning: (backing) algemene informatie m.b.t. motivering
Kwalificatie: (qualification) mate van waarschijnlijkheid
Voorbehoud: (exeption) uitzonderingen
Conclusie: (conclusion) uiteindelijke bewering
Empirische, feitelijke conclusies kunnen worden gestaafd met verwijzing naar een wet, hypothese of regelmatigheid waar de gronden in passen.
Wanneer een evaluatieve conclusie iemand een bepaalde intentie of een bepaald motief toedicht kan die slotsom worden gestaafd met een regel die aangeeft dat bepaalde handelingen doorgaans betekenen dat die intenties of motieven aanwezig zijn (tekenredenering)
Pragmatische conclusies kunnen worden gestaafd door van de aanbevolen werkwijze aan te tonen dat die in het verleden effectief is gebleken.
Stamlijntoets: Identificeer eerst de conclusie en de gronden. Neem de gronden en redeneer naar de claim of conclusie. (gronden) dus (conclusie). Draai het geheel om, om het te toetsen (conclusie) want (gronden)
Deugdelijkheidsoordeel: zes vragen op basis van Toulmin
Het deugdgelijkheidsideaal behelst dat een redenering zowel voldoende objectief als ondersteunend is. Deugdelijk zijn alleen conclusies gebaseerd op gronden die zowel waar zijn, als ook relevant en toereikend voor de conclusie.
Ideaal : deugdelijkheid
Maatstaven: objectiviteit en ondersteuning (O1 & O2)
Criteria: waarheid en juistheid (objectiviteit), relevante en toereikendheid (ondersteuning)
Evaluatievragen: